Het Belgische bankbiljet

De eerste reeks biljetten van de Nationale Bank (1851) worden enkel in zwarte inkt gedrukt, met op de keerzijde een licht gekleurde veiligheidsondergrond. De gouverneur signeert eigenhandig elk biljet, om het vertrouwen in papiergeld te herstellen. De catastrofe van de assignaten tijdens de Franse periode ligt dan immers nog vers in het geheugen.

Tot het midden van de 20ste eeuw prijken op de biljetten vooral allegorische taferelen met symbolische figuren, die vaak handel en nijverheid voorstellen. De handel wordt gesymboliseerd door de Schelde, de haven van Antwerpen en de scheepvaart. De industrie wordt uitgebeeld door de metaalnijverheid, de mijnbouw en de Maas. Ook België, de economie, de arbeid en zelfs de spoorwegen komen in de illustraties aan bod. Biljetten worden veelkleurig en worden met hoe langer hoe meer veiligheidskenmerken uitgerust. De ontwerpen voor de bankbiljetten zijn vaak van de hand van bekende artiesten.

In 1926 wordt de belga ingevoerd. De bedoeling van deze nieuwe rekeneenheid is de Belgische frank te onderscheiden van de Franse frank en de inflatie enigszins te verhullen. Tot 1946 prijkt op de biljetten een waarde in frank en in belga.

Na de Eerste Wereldoorlog wordt voor het eerst koning Albert I, het regerend staatshoofd, afgebeeld op de bankbiljetten van wat de “Nationale Reeks”gaat heten.

Vanaf het begin van de jaren 60 maken de allegorische taferelen op de biljetten plaats voor belangrijke figuren uit de nationale geschiedenis: De laatste reeks vormt een eerbetoon aan beroemde Belgische kunstenaars als Adolphe Sax, de uitvinder van de saxofoon, de architect Victor Horta en de schilders James Ensor, Constant Permeke en René Magritte. In 2002 tenslotte wordt de Belgische frank vervangen door de euro.

Ontdek dit alles en nog veel meer via de toepassing ‘Het Belgische bankbiljet