Biljetten

De biljetten vormen het leeuwendeel van de numismatische collectie van de Nationale Bank. Medio 2009 bedroeg hun aantal 24.249 exemplaren. Net zoals bij de munten, ligt ook hier de nadruk op de Belgische biljetten. De buitenlandse biljetten illustreren de mijlpalen in de geschiedenis van het papiergeld of in de financieel-economische geschiedenis in het algemeen.

biljet van 1 Kuan

biljet van 1 kuan

We hebben niet alleen het eerste papier, maar ook het eerste papiergeld te danken aan de Chinezen. Wanneer dit voor het eerst werd uitgegeven in China, is nog een raadsel, maar de oudst bewaarde biljetten dateren uit de jaren 840. Dit biljet dateert uit de Ming-dynastie en vermeldt de naam van de stichter van de dynastie, Hung Wu, en de waarde, 1 kuan of 1000 cashmunten. De tekst onderaan zegt dat het biljet geldig is in het hele keizerrijk, dat namaak bestraft wordt met de dood en dat een informant wordt beloond met de bezittingen van de vervalser.

biljet2

kreditivsedlar

Het moderne bankbiljet verscheen voor het eerst in de 17e eeuw in Zweden als een oplossing voor het nijpend tekort aan geschikte betaalmiddelen. In 1661 kreeg de privé-bankier Johan Palmstruch van de koning een exclusief emissierecht voor niet-rentedragende bankbiljetten, de kreditivsedlar. Deze biljetten werden uitgegeven zonder dat er nog langer een deposito van metaalgeld tegenover stond. De acht handtekeningen, de zegels en de stempels zijn een duidelijke poging om het biljet te beveiligen en het vertrouwen van het publiek te winnen.

biljet van 1000 frank

biljet van 1000 frank

Bij haar ontstaan in 1850 kreeg de Nationale Bank het alleenrecht om biljetten uit te geven. De eerste biljettenreeks werd een jaar later in omloop gebracht en bestond uit vijf coupures van 20, 50, 100, 500 en dit biljet van 1000 frank. Het equivalent van dit biljet bedraagt vandaag ongeveer 6000 euro! Reeds van bij de aanvang waakte de Bank over de veiligheid en de betrouwbaarheid van haar ‘uithangbord’. Elk biljet werd persoonlijk gehandtekend door de gouverneur (behalve de biljetten van 20 frank) en ook de nummers werden handmatig aangebracht. Handschrift was immers moeilijker na te maken dan gedrukte namen en getallen.

biljet van 100 frank

biljet van 100 frank

Dit biljet van 100 Belgische frank uit 1915 waarvan het portret nog voor de oorlog door de Duitser Max Weber was ontworpen, weerspiegelt de moeilijke tijd die België toen kende. Door een beslissing van de Duitse bezetter was de Nationale Bank in 1914 haar uitgiftevoorrecht verloren ten voordele van de Generale Maatschappij of Société Générale. Deze laatste staat dan ook als uitgever vermeld. Het biljet toont het portret van koningin Louise-Marie die naast Margaretha van Oostenrijk de enige vrouw is die in haar eentje op een Belgisch bankbiljet prijkt.

noodgeld

noodgeld

De oorlogsomstandigheden bemoeilijkten de verdeling van het geld over het gehele Belgische grondgebied. Daarom zagen verscheidene instanties, zoals steun- en hulpcomités, fabrieken en ondernemingen, maar vooral veel gemeenten, zich verplicht hun eigen noodgeld in omloop te brengen. Dit geld was niet altijd in Belgische frank uitgedrukt, maar verscheen ook in de vorm van voedsel- of goederenbons zoals dit exemplaar van de gemeente Sint-Gillis dat goed was voor vijf rantsoenen aardappelen. Het noodgeld was enkel geldig op het grondgebied van de gemeente die het emitteerde.

biljet van 500 Belgische frank

biljet van 500 frank

Dit biljet van 500 Belgische frank maakt deel uit van de koningsreeks die naar aanleiding van het 100-jarig bestaan van de Nationale Bank vanaf 1950 gerealiseerd werd. De “Eeuwfeestbiljetten” koppelen de eerste drie koningen van België aan een belangrijk kenmerk of een gebeurtenis van hun regering: Leopold I aan de oprichting van de Nationale Bank in 1850, Albert I aan zijn rol tijdens de Eerste Wereldoorlog en Leopold II aan zijn koloniale ambities. Ontwerper Louis Buisseret (1888-1956) gebruikte hiervoor de studie “De Vier Negerkoppen” van de hand van Pieter Paul Rubens.

biljet van 20 frank

biljet van 20 frank

Dit biljet van 20 frank is wellicht een van de populairste biljetten uit de hele Belgische papiergeldgeschiedenis. Het kende, samen met het biljet van 50 frank waarop koning Boudewijn en koningin Fabiola staan afgebeeld, een recordoplage. Een van de redenen voor deze populariteit is zijn kleine, handige formaat en zijn geringe waarde, waardoor het ook uiterst geschikt bevonden werd als zakgeld.

Duits biljet van 5 miljoen euro

biljet van 5 miljoen mark

We kunnen ons vandaag nauwelijks voorstellen dat er biljetten van vijf miljoen euro in omloop zouden zijn. Zoals dit Duitse biljet bewijst, kwamen dergelijke torenhoge bedragen ooit wel degelijk op papiergeld voor. En toch vertegenwoordigde dit inflatiebiljet nauwelijks enige koopkracht. Wij schrijven dan ook 1923, de hyperinflatie en de grote crisisjaren volgend op de Eerste Wereldoorlog.

Chinees biljet uit 1960

biljet van 1 yuan

Een biljet dient niet alleen om mee te betalen; het leent zich ook zeer goed tot het verspreiden van een boodschap omdat het als massaproduct haast door iedereen gebruikt en dus ook ‘gelezen’ kan worden. Een mooi voorbeeld hiervan is dit Chinese biljet uit 1960. Het verheerlijkt enerzijds de technische vooruitgang in de landbouw en anderzijds zet het de economische functie van de vrouw in de verf.