De wonderbaarlijke geschiedenis van Madame de Nettine  Share

Op 5 mei 2018 viert de NBB haar 167ste verjaardag. Het had net zo goed haar 256ste verjaardag kunnen geweest zijn indien Barbe-Louis-Josèphe de Nettine (1706-1775) daar geen stokje voor had gestoken. Het NBBmuseum doet het hele verhaal uit de doeken.

Een vrouw aan het hoofd van een bedrijf of van de regering, daar kijkt vandaag niemand nog van op. Dat dit ook al tijdens het Ancien Regime kon, ligt minder voor de hand. Daarom verdient het verhaal van Madame de Nettine, staatsbankier van de Oostenrijkse Nederlanden, al onze aandacht.

Mme Nettine

Barbe-Louise-Josèphe Stoupy, weduwe van Matthias Nettine. Potloodtekening naar Joseph Bernard, 1763. © Yale University Art Gallery, New Haven

In de 18de eeuw staan de Zuidelijke Nederlanden onder Oostenrijks bewind. Om de staatsfinanciën te runnen doen de Habsburgse keizers een beroep op een privébank. Op die manier sparen ze de kosten van een dure administratie uit. Ook de privébank is erbij gebaat: ze ontvangt een aanzienlijke commissie op elke verrichting die ze in opdracht van de overheid uitvoert en heeft onbeperkt toegang tot een werkkapitaal dat haar helpt bij andere bankzaken.

In 1744 komt de fel begeerde functie van staatsbankier in handen van Mathias Nettine, eigenaar van de gelijknamige bank, de Bank Nettine. Wanneer Mathias vijf jaar later overlijdt, aarzelt Barbe-Louis-Josèphe, zijn weduwe en moeder van zes kinderen, geen seconde. Met succes neemt ze alle bankactiviteiten van haar overleden man over. ‘Weduwe zijn’ heeft zo zijn voordelen. Een getrouwde vrouw staat onder voogdij van haar man en heeft voor alles zijn toestemming nodig, maar dat geldt niet voor een weduwe. Een weduwe is een zelfstandige vrouw en is handelingsbekwaam. Barbe kan onmiddellijk volledig beschikken over het vermogen dat nodig is om de Bank Nettine te runnen.

Ook het staatsbankierschap neemt de weduwe Nettine van haar man over. Ze wordt een bijzonder machtige vrouw naar wie geluisterd wordt tot op het hoogste niveau.

Kwijtschelding door de landvoogden aan de bank “Weduwe de Nettine en zoon, onze schatbewaarders” voor geïnde staatsinkomsten , Brussel, 31 december 1785 (inv.nr. M8625)

Vooral haar invloed op Johann Karl Philip von Cobenzl, gevolmachtigde minister van de Oostenrijkse Nederlanden in Brussel is groot. Von Cobenzl, wiens functie men kan vergelijken met deze van Eerste Minister, erkent in Madame Nettine een zeer bekwame en ervaren zakenvrouw. Zakeninstinct heeft ze als geen ander. Ze is aandeelhoudster van een groot aantal manufacturen en van compagnies. In 1758 ontvangt ze de titel van burggravin uit handen van keizerin Maria-Theresia. Voortaan mag ze zich Madame dé Nettine noemen. Op het toppunt van haar macht stelt ze in 1762 met succes haar veto tegen de oprichting van een eerste nationale bank in de Zuidelijke Nederlanden. Op die manier weet ze haar eigen belangen veilig te stellen. Het vervolg is gekend: het zou nog bijna een eeuw duren vooraleer, in 1850, de Nationale Bank van België wordt opgericht.