De Belgische participatie aan €uropa  Share

Sinds 1 januari 2002 gebruikt België dezelfde euromunten en –biljetten als achttien andere Europese landen. De invoering van de eenheidsmunt was een mijlpaal in de geschiedenis van de Europese eenmaking. Het was dankzij de idealen van vrede en verbondenheid die vooraanstaande figuren uit verschillende landen vastberaden nastreefden dat de idee van een Europese Unie en met name van een eenheidsmunt tot een concrete realiteit is kunnen uitgroeien. In deze In de kijker nemen we enkele Belgische hoofdpersonages onder de loep die een belangrijke rol hebben gespeeld in de Europese eenmaking en de totstandkoming van de euro.

Paul-Henri Spaak wordt vandaag algemeen erkend als een van de grondleggers van de Europese Unie; hij speelde een voortrekkersrol in de beginfase van de Europese eenmaking. In zijn hoedanigheid van Belgische minister van Buitenlandse Zaken pleitte hij nog tijdens de Tweede Wereldoorlog voor een douane-unie tussen België, Nederland en Luxemburg. Op 5 september 1944 werd het akkoord getekend en zag de Benelux het licht. Paul-Henri Spaak heeft daarna gedurende zijn hele carrière geijverd voor meer Europese samenwerking. Gekend voor zijn retoriek en overtuigingskracht werd hij tijdens de Conferentie van Messina van 1955 verkozen tot voorzitter van het comité dat de gemeenschappelijke Europese markt moest voorbereiden. Deze zou naast de Benelux, ook Frankrijk, Duitsland en Italië verenigen. De werkzaamheden van het comité Spaak dienden als vertrekpunt voor de verdragen van Rome die de start inluidden van de Economische Europese Gemeenschap. In naam van België ondertekende hij deze verdragen eigenhandig op 25 maart 1957.

In 1974, op de Topconferentie van Parijs, belastten de staatshoofden en regeringsleiders van de deelnemende landen opnieuw een Belg met een belangrijke opdracht. Aan Leo Tindemans, de toenmalige Belgische premier, werd gevraagd om een rapport op te stellen over de verdere Europese integratie en over het concept en de toekomst van Europa. De Europese samenwerking die tot dan een overwegend economisch karakter had, bevond zich op dat ogenblik op een belangrijk keerpunt. Het rapport Tindemans dat in 1975 werd gepubliceerd, vormde een zeer belangrijke bijdrage en legde onder meer de nadruk op de nood aan meer politieke samenwerking tussen de landen. Hoewel vele van zijn ideeën toen geen onmiddellijk gevolg hebben gekregen, zijn ze vandaag, zeker na de crisis van 2008, nog steeds actueel.

Alexandre Lamfalussy ©Museum van de Nationale Bank van België

Alexandre Lamfalussy ©Museum van de Nationale Bank van België

In 1986 ondertekenden de EEG-lidstaten de Europese Akte. Het verdrag opende de weg naar de economische en monetaire unie die uiteindelijk zou leiden tot de invoering van de Europese eenheidsmunt. Ook hier speelde een Belg een zeer belangrijke rol: Alexandre Lamfalussy. Hongaar van geboorte, verliet hij op 19-jarige leeftijd zijn geboorteland om aan het communistisch regime te ontsnappen en in Leuven te gaan studeren. Hij behaalde zijn doctoraat in de economie aan de universiteit van Oxford en werkte daarna gedurende meer dan twintig jaar voor de Bank van Brussel. Vanaf 1976 tot 1986 was hij economisch adviseur bij de Bank voor Internationale Betalingen, de “bank van de centrale banken”, waarna hij er tot 1994 de functie van directeur-generaal zou bekleden. Door zijn positie heeft Alexandre Lamfalussy actief kunnen deelnemen aan alle belangrijke debatten over de interne markt en de eenheidsmunt. In 1988 werd hij uitgenodigd om deel uit te maken van het comité Delors, genoemd naar zijn voorzitter, de Fransman Jacques Delors. Het comité bestond uit de gouverneurs van de centrale banken en vier ‘onafhankelijken’ waaronder Lamfalussy. De fasering van de economische en monetaire unie die het rapport Delors in 1989 voorstelde, werd overgenomen in het Verdrag van Maastricht van 1992. Het verdrag bepaalde dat de eenheidsmunt uiterlijk op 1 januari 1999 moest worden ingevoerd en voorzag in de oprichting van een nieuwe instelling die reeds vanaf zijn ontstaan voorbestemd was om te verdwijnen: het Europees Monetair Instituut (EMI). Het EMI, ontstaan in 1994, had de opdracht om de komst van de eenheidsmunt en de Europese Centrale Bank voor te bereiden. Voor het presidentschap van het EMI droegen de gouverneurs van de verschillende centrale banken Alexandre Lamfalussy en Wim Duisenberg voor als de twee meest capabel geachte personen. De gouverneur van de centrale bank van Nederland sloeg het aanbod echter af en het werd dus Lamfalussy die in minder dan vijf jaar twee instellingen gestalte diende te geven: eerst het EMI en daarna de ECB. Hij kreeg onder meer af te rekenen met de argwaan van een deel van de commerciële banken over de eenheidsmunt. Uiteindelijk werd de ECB op 1 juni 1998 gesticht en Alexandre Lamfalussy werd gepolst voor de functie van voorzitter. Inmiddels zeventig jaar geworden, zag hij hiervan af in het voordeel van Wim Duisenberg. Alexandre Lamfalussy overleed op 9 mei 2015 (toevallig de dag van Europa) na de invoering en het eerste decennium van de euro, de munt waarvan hem het vaderschap kan worden toegedicht, meegemaakt te hebben

Belgische Münze von 50 ECU,1987 ©Museum der Belgischen Nationalbank

Belgisch muntstuk van 50 ECU, 1987 ©Museum van de Nationale Bank van België

“Vader van de euro” is een titel waarop ook nog een andere Belg aanspraak zou kunnen maken, vermits hij er de naam van heeft bedacht. Inderdaad, sinds 1979 was de ECU (European Currency Unit) als Europese korfmunt ingevoerd met het oog op de verwezenlijking van de stabiliteit van de onderlinge wisselkoersen. Enkele landen besloten om ook daadwerkelijk ECU-munten uit te geven. Alleen in België echter kregen de verzamelmunten ook wettige koers. Van 1987 tot 1998 sloeg België munten van 5 ECU in zilver en van 50 ECU in goud. Men zou dus kunnen zeggen dat België het eerste land was dat een gemeenschappelijke Europese munt uitgaf. Op 1 januari 1999 zijn deze ECU-munten uit de omloop gehaald om plaats te maken voor de euro. Waarom heeft men de naam “ECU” dan niet behouden voor de Europese munteenheid? Het antwoord hierop is simpel: de naam is niet helemaal politiek neutraal. De term doet namelijk denken aan de “écu”, een oude Franse munt. Op 4 augustus 1995 schreef Germain Pirlot, een Belgische leraar van het Esperanto, Frans en Geschiedenis, een brief aan Jacques Santer, voorzitter van de Europese Commissie, om een naam voor de toekomstige eenheidsmunt voor te stellen: de euro. Enkele maanden later werd tijdens de Europese Top van Madrid van 15 en 16 december 1995 beslist de naam van “ECU” naar “euro” te veranderen, weliswaar zonder de oorsprong van de naam toe te lichten. Ze zou dus te danken zijn aan een Belgische leraar van het Esperanto, een bij uitstek universele taal.

Luc Luycx für seine Zeichnung ©Königliche belgische Münzprägeanstalt

Luc Luycx voor zijn tekening ©Koninklijke Munt van België

Eenmaal de naam van de munt vastgelegd, moest enkel nog bepaald worden hoe de gemeenschappelijke zijde van de euromunten er uit zou zien. Er werd een wedstrijd gehouden die uiteindelijk gewonnen werd door de Belg Luc Luycx, graveur van medailles en munten in de Koninklijke Munt van België. De uitslag werd op de Europese Top van Amsterdam op 13 juni 1997 meegedeeld. Luc Luycx heeft drie verschillende ontwerpen gemaakt De munten van één en twee euro stellen de Europese Unie zonder grenzen voor. Die van tien, twintig en vijftig cent geven Europa als een verzameling van afzonderlijke staten weer. Ten slotte representeren de waarden van één, twee en vijf cent Europa als deel van de wereld. De nationale zijde van de Belgische euromunten beeldt de koning af, een ontwerp van Jan Alfons Keustermans (Albert II) en van Luc Luycx (Filip). Bijgevolg kunnen, van alle Europeanen, enkel de Belgen opscheppen over het feit dat ze munten in hun bezit hebben die 100% Belgisch zijn.

Pauline Landa
Museumgids

Bibliografie

  • Lamfalussy Christophe, Maes Ivo en Peters Sabine, Alexandre Lamfalussy. De wijze man achter de euro, Brussel, Lannoo Campus, 2013
  • Koninklijk besluit betreffende het buiten omloop stellen van de in ECU uitgedrukte muntstukken, Belgisch Staatsblad van 01/12/1998, 38422-38423.