Het vaderland verbeeld  Share

Printversie

In 1869, bijna twintig jaar na de stichting van de Nationale Bank, rolden de eerste bankbiljetten met grote afbeeldingen van de persen. Gezien hun herkenbaarheid bij de bevolking en de precieze uitwerking door tekenaars groeiden illustraties al snel uit tot een cruciaal wapen tegen vervalsing. De iconografie had echter ook een symbolische natievormende functie. De allegorieën en voorstellingen op de bankbiljetten verwezen vooral naar de ambities en successen van België als natiestaat. Hoe de Nationale Bank het vaderland in de loop der geschiedenis op de frankbiljetten heeft afgebeeld, verneemt u in het vervolg van deze ‘in de kijker’.

In vergelijking met kunstwerken of standbeelden waren biljetten door hun groot bereik beter geschikt als dragers van een nationale identiteit. Bovendien zorgden de illustraties ervoor dat iedereen, ongeacht de taal die men sprak, de boodschap kon begrijpen. Op het einde van de negentiende eeuw bepaalde vooral het vooruitgangsdenken het uitzicht van de biljetten. Historieschilder Henri Hendrickx, die acht biljetten voor de Nationale Bank tekende, maakte gebruik van diverse allegorieën om de Belgische rijkdom en bloei van verschillende economische sectoren in de verf te zetten. Op het biljet van 1000 frank uit 1869 verbeeldde hij de economische opgang van de handel en industrie. Op de voorzijde representeren de Romeinse zeegod Neptunus en zijn vrouw Amphitrite de rivieren de Schelde en de Maas. Samen ondersteunen ze een gevleugeld bootje dat symbool staat voor de drukke scheepvaart op deze handelsroutes. De keerzijde van het biljet toont een mijnwerker, herkenbaar aan zijn mijnwerkershelm, houweel en kar gevuld met steenkool, en een metaalbewerker, uitgerust met een moker, nijptang, winkelhaak en een stuk geplooid metaal. Beide werkmannen stralen rust uit terwijl ze bekomen van hun geleverde arbeid.

1000 F 1869 1914 300dpi vz

Voorzijde van 1000 frank, type 1869 © Museum van de Nationale Bank

Uitgesproken patriottische thema’s, zoals de Belgische revolutie van 1830 of de koloniale expansie, kwamen aanvankelijk niet voor op de frankbiljetten. Uit de overgeleverde documenten over het iconografisch programma op de biljetten blijkt bovendien dat nationale identiteitsvorming niet tot de primaire doelstellingen behoorde. Voorafgaand aan de uitvoering bestond er over het algemeen weinig discussie over de afbeeldingen en veel beslissingen werden ad hoc genomen. Dat bankbiljetten ook konden functioneren als instrumenten van overheidspropaganda, blijkt veeleer uit buitenlandse voorbeelden. Toen de bolsjewieken na de Russische revolutie (1917) bijvoorbeeld aan de macht kwamen en de Sovjet-Unie, een communistische staat, vestigden, probeerden ze hun ideologie in eigen land te verankeren en naar andere gebieden te verspreiden. Bankbiljetten uit 1921 moedigden arbeiders aan om zich te verenigen en de strijd tegen anticommunisten aan te gaan. Om mensen tot ver buiten de landsgrenzen te overtuigen van het communisme, gaven ze de tekst op deze biljetten weer in zes belangrijke buitenlandse talen: het Engels, Frans, Italiaans, Duits, Chinees en Arabisch.

100 kronen Theresienstadt recto

Voorzijde van 100 kronen uit het concentratiekamp Theresienstadt © Museum van de Nationale Bank.

Deze overheidspropaganda valt echter in het niet bij de manier waarop Nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruik maakte van bankbiljetten in het concentratiekamp Theresienstadt, ten noorden van Praag. Om de schijn op te houden dat de joodse gevangenen een menswaardig bestaan kenden, creëerden ze er een soort ‘modelkamp’ dat ze bij buitenlandse ongerustheid aan de pers en het Rode Kruis konden tonen. De koffiehuizen, scholen, winkels en banken in dit kamp maakten deel uit van een grootschalig gezichtsbedrog dat de indruk moest geven dat de joodse gevangenen er een normaal leven konden leiden. Om de illusie van handelsactiviteit te wekken, creëerden de nazi’s papiergeld. Op de voorzijde van de bankbiljetten prijkte een portret van Moses met de tien geboden. Om ze extra geloofwaardig te maken stond er zelfs een tekst op over straffen ten aanzien van vervalsers. In de praktijk kon men ze enkel gebruiken om bepaalde taksen aan het Duitse gezag te betalen, niet om er producten mee te kopen.

100 F Nat Rks 1919 vz 300dpi

Voorzijde van 100 frank, type Nationale Reeks © Museum van de Nationale Bank

In België bracht de eeuwwisseling nieuwe vaderlandse thema’s met zich mee. Tijdens de Eerste Wereldoorlog groeide de monarchie, vooral door de populariteit van ‘soldatenkoning’ Albert I en zijn vrouw Elisabeth, uit tot het belangrijkste patriottische symbool. Op de biljetten van 20, 100 en 1000 frank die vlak na de start van de oorlog in 1914 werden gedrukt door de Nationale Bank, prijkte voor het eerst een medaillonportret van Leopold I, de eerste koning van België. Tijdens de Duitse bezetting bereidde de Nationale Bank, die tijdelijk haar emissierecht aan de Société Générale had verloren, de naoorlogse Nationale Reeks voor met de beeltenis van het geliefde vorstenpaar. Voorgesteld in een portretmedaillon kijken Albert I en Elisabeth op de voorzijde van de biljetten plechtstatig voor zich uit.

Het negentiende-eeuwse vooruitgangsdenken verdween, ondanks de economische crisis in het interbellum, niet helemaal van de frankbiljetten. Voor de Nationale Reeks deed men bijvoorbeeld beroep op bekende iconografische voorstellingen zoals een allegorie van de overvloed en een rustende mijnwerker met op de achtergrond een industriestad en rokende schoorstenen. Daarnaast verschenen er vanaf het interbellum ook afbeeldingen van Congo op de bankbiljetten, waarbij de nadruk eveneens lag op de economische vooruitgang in de kolonie ten voordele van het moederland. Op de voorkant van het 500 frankbiljet van de Dynastiereeks van 1945 prijkte een portret van Leopold II, wiens koloniale ambities aan de basis lagen van de uitbouw van de Congolese kolonie. In het midden is Antwerpen afgebeeld met de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal en de Schelde op de achtergrond. Op deze manier legde tekenaar Jules Vanpaemel de link met de overzeese ambities van de koning. Vanop de Schelde in Antwerpen vertrokken immers de Congoboten voor hun wekenlange reis naar Leopoldstad. Op de keerzijde heeft de kunstenaar gekozen voor een exotische scène aan de Congostroom. Het landschap met palmbomen en kolkende watervallen, de voorbijvarende prauw, de medicijnman, vrouw en kinderen spreken tot de verbeelding.

500 F Dynastie kz 300dpi

Keerzijde van 100 frank, type Dynastiereeks © Museum van de Nationale Bank

Met de invoering van de euro kwam er een einde aan de representaties van België op de bankbiljetten. De ramen en bruggen die op de voor- en keerzijde van de huidige eurobiljetten zijn afgebeeld in verschillende Europese bouwstijlen, staan symbool voor openheid en samenwerking tussen de (momenteel negentien) landen van de eurozone. Hoewel veel van die landen vóór de invoering van de euro in 2002 de traditie hadden om beroemde personen van nationaal belang op hun papiergeld te tonen, heeft men er bij het ontwerp van de eerste reeks eurobiljetten uitdrukkelijk voor gekozen om zulke voorstellingen achterwege te laten. Afbeeldingen van personen zouden immers te snel leiden tot discussies of nationale interpretaties. Alleen op de keerzijde of nationale zijde van de euromunten kan je de Belgische koning nog ontwaren…

Jolien Gijbels
Museumgids

Bibliografie

  • Cubitt, G. Imagining Nations, Manchester, 1998.
  • Heinonen, A. The First Euros: the Creation and Issue of the First Euro Banknotes and the Road to the Europa Series, Porvoo, 2015.
  • Het vorstenportret op munt en biljet (1830-1991), tentoonstellingscatalogus (Museum van de Nationale Bank), Brussel, 1991.
  • Randaxhe, Y., Danneel, M. Onze biljetten bestaan… 149 jaar, geraadpleegd op 2 juni 2015.
  • Rochet, B., Tixhon, A. La petite Belgique dans la Grande Guerre: une icône, des images, Namen, 2012.
  • Sandrock, J. E. The Use of Bank Notes as an Instrument of Propaganda, geraadpleegd op 2 juni 2015.
  • Schwarzenbach, A. Portraits of the Nation: Stamps, Coins and Banknotes in Belgium and Switzerland 1880-1945, Bern, 1999.