Geld dat in rook opgaat  Share

Printversie

In 1492 ontdekte Christoffel Columbus tabak, waarna het uitgroeide tot een belangrijk product in onze samenleving. Vandaag kent iedereen de schadelijke effecten van nicotine, maar vroeger werd tabak beschouwd als medicatie. Vervolgens werd het een symbool van vrijheid en van een bijzondere levensstijl, zoals die van de bekende cowboy Marlboro. Maar wat velen niet weten, is dat tabak op verschillende momenten in de geschiedenis ook gebruikt werd als betaalmiddel…

Zwarte slaven in een tabaksplantage in Virginia in de 16e eeuw  © University of North Carolina.

Zwarte slaven in een tabaksplantage in Virginia in de 16e eeuw
© University of North Carolina.

In de 17e en 18e eeuw teisterde een tekort aan metaalgeld de meeste kolonies in de “Nieuwe Wereld”, die voor hun bevoorrading zeer afhankelijk waren van Europa. Ruilhandel was dan ook de belangrijkste vorm van handel bij de kolonisten. Al snel groeiden bepaalde goederen uit tot echte betaalmiddelen: afhankelijk van de regio werd er betaald in bloem, maïs, vee of…tabak. Vanaf het einde van de 16e eeuw werd de tabaksplant verbouwd, en tabak groeide uit tot het belangrijkste teeltproduct in de zuidelijke kolonies zoals Virginia en Maryland. In 1642 kreeg tabak in Virginia een wettelijk statuut als betaalmiddel om huur, boetes of geïmporteerde goederen uit Europa mee te betalen. Deze tabak werd bewaard in grote opslagplaatsen, die vanaf 1713 tobacco notes uitgaven. Dit was papiergeld dat de tabak die er opgeslagen lag, als dekking had. Dit systeem, dat in 1747 in Maryland overgenomen werd, bleef meer dan 150 jaar bestaan.

Tobacco note uit 1771. © Colonial Williamsburg Foundation.

Tobacco note uit 1771.
© Colonial Williamsburg Foundation.

Er zijn twee grote nadelen verbonden aan het gebruik van landbouwproducten (zoals tabak) als betaalmiddel: hun levensduur is beperkt en hun kwaliteit kan zeer sterk verschillen. Om het eerstgenoemde probleem tegen te gaan, werd de wettelijke geldigheid van de tobacco notes beperkt tot 18 maanden. Het tweede nadeel veroorzaakte vooral problemen in de 17e eeuw toen schulden systematisch met tabak van de slechtste kwaliteit betaald werden. Met de opkomst van de opslagplaatsen werd een inspectiesysteem uitgebouwd. Enkel inspecteurs kregen toestemming om tobacco notes in omloop te brengen. Maar omdat niet alle inspecteurs even plichtsbewust waren, verschilden de tabaksprijs en de koers van de biljetten afhankelijk van de reputatie van de inspecteur.

Het gebruik van tabak als betaalmiddel was het meest verspreid in Virginia en Maryland, maar kwam ook voor in andere Amerikaanse kolonies, op sommige Caraïbische eilanden, in Brazilië en zelfs Oceanië.

Biljet van 12 shilling uit New Jersey in 1776 met een  tabaksblad op de achterkant.  © Museum van de Nationale Bank.

Biljet van 12 shilling uit New Jersey in 1776 met een
tabaksblad op de achterkant.
© Museum van de Nationale Bank.

Met de opkomst van het officieel papiergeld in de 19e eeuw verdween het gebruik van tabak als betaalmiddel uit de samenleving, om tijdens de Tweede Wereldoorlog opnieuw zijn intrede te doen. De geallieerde soldaten kregen sigaretten bij hun gevechtsrantsoen, waardoor een groot deel verslaafd geraakte aan nicotine. In een bekend artikel beschrijft R.A. Radford, een economiestudent aan de Universiteit van Cambridge die in 1943 als soldaat gevangen genomen werd door de Duitsers, het ontstaan van een markteconomie gebaseerd op sigaretten in het krijgsgevangenkamp in Beieren waar hij verbleef. Hij vertelt hoe de status van de sigaret veranderde van een gewoon object naar een betaalmiddel en hoe de prijzen reageerden op externe schokken. Zo kon een vertraging in de voedselbevoorrading of de introductie van sigaretten van minder goede kwaliteit de prijzen doen stijgen. Omdat sigaretten regelmatig vernietigd werden –ze werden immers opgerookt- bleef het geldaanbod vrij stabiel, waardoor inflatie vermeden kon worden. Zelfs niet-rokers aanvaardden sigaretten als betaalmiddel omdat ze er zeker van waren dat ze steeds iemand zouden vinden met wie ze de sigaretten konden ruilen.

Het gebruik van tabak als betaalmiddel in de 20e eeuw bleef nochtans niet beperkt tot dit ene voorbeeld. In de maanden en jaren die volgden op het einde van de oorlog functioneerden sommige Europese economieën op basis van een vrij geavanceerd systeem van ruilhandel. Op verschillende plaatsen, zoals in Oostenrijk, Italië en Nederland, fungeerde de sigaret nog vaak als betaalmiddel bij transacties. Het belangrijkste voorbeeld is echter Duitsland, waar ruilhandel een à twee derde van de transacties tussen 1946 en 1948 uitmaakte.

Tussen 1936 en 1946 vertienvoudigde de geldhoeveelheid in Duitsland, terwijl de productie halveerde. Hoewel dergelijke economische ontwikkelingen doorgaans leiden tot een sterke inflatie, heeft Duitsland dit doemscenario door een beleid van prijsbeheersing en rantsoenering weten te voorkomen. Omdat de officiële rantsoenen echter niet volstonden, ontstond een zwarte markt waar de prijs voor goederen veel hoger kon zijn dan de officiële prijs. De prijs voor boter, suiker, koffie of bloem lag bijvoorbeeld honderd keer hoger. Een groot deel van de bevolking beschouwde deze praktijken als schandalig. De meerderheid van de Duitse burgers verkoos dan ook om hun goederen te ruilen in plaats van buitensporige prijzen te betalen. De weigerachtige houding ten opzichte van de Reichsmark vloeide dus niet per se voort uit de depreciatie van de munt, maar uit de vermindering van zijn gebruik (en dus nut) als betaalmiddel.

Reclame voor een Amerikaans tabaksmerk tijdens de Tweede Wereldoorlog.  © Nationaal tabaksmuseum Wervik

Reclame voor een Amerikaans tabaksmerk tijdens de Tweede Wereldoorlog.
© Nationaal tabaksmuseum Wervik

Doordat er inherente beperkingen zijn verbonden aan ruilhandel (vooral de noodzaak aan een wederzijdse overeenkomst over de uit te wisselen goederen), deden bepaalde goederen snel hun intrede als betaalmiddel. Zo speelde de sigaret omwille van haar interessante eigenschappen een doorslaggevende rol in deze nieuwe economie: de sterke vraag van rokers garandeerde de aanvaardbaarheid van de sigaret als betaalmiddel, waardoor mensen in staat waren om zowel kleine als grote aankopen te doen met aparte sigaretten of pakjes. Het was dus goed mogelijk dat een sigaret, vooraleer te worden opgerookt, eerst honderd keer was uitgewisseld. De belangrijkste leveranciers van sigaretten waren de Amerikaanse soldaten die ze als rantsoen ontvingen en lieten opsturen door naasten. In 1947 bevatten meer dan 95% van de opgestuurde pakketten uit de Verenigde Staten sigaretten. Personen die ze verhandelden of uitwisselden op de zwarte markt, konden dan ook enorme winsten opstrijken. In Berlijn was het bijvoorbeeld mogelijk om met vier pakjes die elk minder dan een dollar kostten, een orkest voor een ganse avond te huren. De sigaretten hadden zoveel waarde dat bepaalde ondernemers de peukjes van Amerikaanse soldaten aan de uitgang van bioscopen en cafés begonnen te verzamelen om er nieuwe sigaretten van te maken.

Ten slotte functioneerden sigaretten ook in het Roemenië van de jaren 80 als betaalmiddelen. Daar werden sigaretten van het merk Kent voor allerhande transacties gebruikt. Alleen sigaretten van dit merk werden geaccepteerd en de prijs van een pakje kon op de zwarte markt stijgen tot 14 dollar. Bijgevolg werden sigaretten voor de bevolking te duur om op te roken. In de praktijk waren ze continu in omloop totdat ze te beschadigd waren. Een groot deel van de sigaretten werd dus nooit gebruikt. Niettemin was het bezit van deze sigaretten een teken van rijkdom in een land waar armoede alomtegenwoordig was…

Ludovic Bequet
Museumgids

Bibliografie

Allen, L., The Encyclopedia of Money, ABC-CLIO, 2009.
Bignon, V., Cigarette Money and Black-Market Prices during the 1948 German Miracle, EconomiX Working Papers, 2009.
Einzig, P., Primitive Money in Its Ethnological, Historical and Economic Aspects, Eyre & Spottiswoode, Londen, 1949.
Humel, D., Commodity Money and Government Money, geraadpleegd op 28 april 2015. (https://www.unc.edu/~salemi/Econ006/G_Smith_Chapter_on_Money.pdf)
Leary, M., If You Have Kent Cigarettes, All Romania Is Your Oyster, geraadpleegd op 4 mei 2015. (http://articles.philly.com/1988-04-28/news/26251481_1_kents-romanian-economy-romanian-currency)
Markham, J.W., A Financial History of the United States Volume I, M.E. Sharpe, 2002.
Mendershausen, H., Prices, Money and the Distribution of Goods in Postwar Germany, in The American Economic Review, Vol. 39, Nr. 3, 1949.
Radford, R.A., The Economic Organisation of a P.O.W. Camp, in Economica, New Series, Vol. 12, Nr. 48, 1945.
Ruffner, K.C., The Black Market in Postwar Berlin – Colonel Miller and an Army Scandal, Prologue Magazine, Vol. 34, Nr.3, 2002.
Smith, B.D., Some Colonial Evidence on Two Theories of Money: Maryland and the Carolinas, in Journal of Political Economy, Vol. 93, Nr. 6, 1985.