De dansende dood  Share

Printversie

In een vitrine in zaal 3 van het Tijdelijk Museum van de Nationale Bank vind je een klein schilderij waarop een rijke rentenier opgeschrikt wordt door een musicerend skelet. Enkele passen verder, zie je een noodbiljet met enkele dansende skeletten op. Waarom werd er gekozen om zulke macabere taferelen af te beelden op biljetten, en wat is het verband tussen het schilderijtje en geld? Je ontdekt het in deze “In de kijker”!

“De Dood nodigt de oude rijkaard uit voor de laatste dans”, door Frans Francken II © Museum van de Nationale Bank van België

“De Dood nodigt de oude rijkaard uit voor de laatste dans”, door Frans Francken II © Museum van de Nationale Bank van België

Dit zeventiende-eeuwse schilderij is van de hand van de Antwerpse schilder Frans Francken de Jonge en draagt de sprekende titel “De Dood nodigt de oude rijkaard uit voor de laatste dans”. Op de voorgrond zien we een rijke man die zijn geld telt, en geschrokken opkijkt wanneer hij de Dood ziet. De Dood wordt voorgesteld als een skelet en speelt viool. Hij steunt met een voet op een zandloper, wat erop wijst dat de rijke man nog weinig tijd rest voor hij zal sterven. Op de achtergrond zien we een jongeman die de Dood ontmoet. Deze jongeling kan de oude man in zijn jeugdjaren voorstellen, die geconfronteerd wordt met zijn sterfelijkheid, maar tijd “koopt”. Het kan ook gaan om een andere jongeman, om te verduidelijken dat de Dood op elk moment kan komen, ongeacht de leeftijd. Deze voorstellingen kaderen binnen de traditie van het memento mori-motief, dat vanaf de middeleeuwen zeer populair was, en vertaald kan worden als “Denk eraan dat je ooit zult sterven”. Het schilderij had een moraliserende functie, en moest zijn toeschouwers eraan herinneren dat het leven, en alle aardse rijkdom, vergankelijk is. In het ancien régime was de vergankelijkheid van de aardse rijkdom een geliefkoosd thema in de kunst. Behalve dit schilderijtje, bevat de museumcollectie nog een aantal gravures of prenten die de mensen ertoe moesten aanzetten een voorbeeldig en religieus leven te leiden, in plaats van zich bezig te houden met aardse genoegens, zoals rijkdom. In de christelijke traditie gold het zielenheil, in tegenstelling tot rijkdom, immers voor eeuwig.

Binnenzijde deksel houten muntgewichtdoos © Museum van de Nationale Bank van België

Binnenzijde deksel houten muntgewichtdoos © Museum van de Nationale Bank van België

We vinden hetzelfde memento mori-motief terug op het etiket uit muntgewichtdozen. Muntgewichtdozen werden vanaf de middeleeuwen gebruikt om het gewicht en dus ook de waarde van munten, die uit edelmetaal bestonden, na te gaan. In zo’n doos zaten een weegschaaltje en muntgewichtjes die overeenkwamen met het gewicht van de courante munten. Aan de binnenkant van de doos is vaak een etiket geplakt waarop niet alleen de munten, die met de gewichtjes gecontroleerd konden worden, en hun waarde in gulden en stuivers worden weergegeven, maar ook de wisselaar bij het wegen, innen of tellen van geld. Op de hier afgebeelde prent zien we dat de Dood, opnieuw vergezeld van een zandloper, een echtpaar verrast terwijl ze hun geld tellen. De boodschap dat de dood onverwacht komt, en aardse rijkdommen niet van belang zijn, wordt bovendien ondersteund door de verwijzing naar de evangelische tekst Lucas 12. In deze Bijbeltekst komt de vergankelijkheid van rijkdom immers aan bod.

Een andere manier waarop het memento mori-motief werd voorgesteld, was de dodendans. Dit thema ontstond eind veertiende eeuw en kan in kerken, boeken en op schilderijen teruggevonden worden. Ook de dodendans moest toeschouwers duidelijk maken dat de dood voor iedereen zonder onderscheid en op elk moment kan komen, en wilde hen aanmanen om een deugdelijk leven te leiden. Dat ook nog in de twintigste eeuw naar dit motief werd teruggegrepen, bewijst het noodbiljet uit Merksplas uit 1916, waar een dodendans op afgebeeld wordt. Noodbiljetten werden tijdens de Eerste Wereldoorlog uitgegeven door gemeentebesturen, omdat er een tekort aan munten en biljetten ontstaan was. Ze werden lokaal gebruikt om mee te betalen. Meer dan 480 Belgische gemeenten brachten zelfgeproduceerd geld in omloop. Het duurde tot 1926 voor het noodgeld niet langer in de Belgische maatschappij circuleerde.

Keerzijde noodbiljet ter waarde van 50 centiem, in 1916 uitgegeven door het Plaatselijk comité van Merksplas van het Nationaal Hulp- en Voedingscomité © Museum van de Nationale Bank van België

Keerzijde noodbiljet ter waarde van 50 centiem, in 1916 uitgegeven door het Plaatselijk comité van Merksplas van het Nationaal Hulp- en Voedingscomité © Museum van de Nationale Bank van België

De keuze om een dodendans af te beelden op het noodbiljet dat in 1916 in omloop gebracht werd in Merksplas, was waarschijnlijk eerder geïnspireerd door de constante nabijheid van de dood tijdens de oorlog, dan door de christelijke moraal. Misschien bestaat er een verband met de installatie van de “dodendraad” in 1915. De dodendraad was een elektrische versperring die de Duitse bezetter op de grens tussen België en Nederland plaatste. Op deze manier probeerden de Duitsers te vermijden dat Belgen naar het neutrale Nederland vluchten. De omheining moest ook smokkel en clandestiene post tegengaan. De elektrisch geladen draden maakten heel wat slachtoffers tijdens de oorlog, ook in Merksplas, dat als grensgemeente met de dodendraad kreeg af te rekenen. Kort na de oprichting van de dodendraad in Merksplas viel reeds een eerste dodelijk slachtoffer. In 1916 maakte de elektrische versperring er opnieuw drie slachtoffers. De oorlogsgruwel trof de inwoners van het dorp dus van dichtbij, wat de aanwezigheid van een dodendans op hun oorlogsgeld kan verklaren.

Noodbiljet uit Oberammergau ter waarde van 75 pfenning © Epitaaf

Noodbiljet uit Oberammergau ter waarde van 75 pfenning © Epitaaf

Op het Duitse noodgeld uit de eerste naoorlogse jaren vinden we trouwens ook vaak afbeeldingen van skeletten en de Dood terug. Omdat de crisissituatie in Duitsland na het einde van de oorlog voortduurde, bleef de uitgifte van noodbiljetten er niet beperkt tot de oorlogsjaren. In 1922 verbood de Duitse regering uiteindelijk de productie van noodgeld.

De gevolgen van het oorlogsgeweld bleven nog geruime tijd na het einde van de oorlog  zeer zichtbaar in Duitsland -denk maar aan de vele weduwen en oorlogsinvaliden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat taferelen waarin de Dood een hoofdrol speelt, regelmatig opduiken op de Duitse noodbiljetten. Op het hier afgebeelde biljet van 75 pfenning, uitgegeven door de gemeente Oberammergau, zien we de Dood die vernieling zaait in het dorp. Daarnaast wordt er verwezen naar de pest; in het jaar 1634 vond er namelijk een van de grootste pestepidemieën ooit plaats. De pest kan, net als de dodendans, beschouwd worden als een metafoor voor de willekeur van de Dood. Het opgeheven vingertje tegen een te grote zucht naar rijkdom dat we op het schilderij en het muntgewichtdoosje zagen, is hier evenwel verdwenen.

Sien Smits
Museumgids

Bibliografie

  • Brion, R. & Moreau J.L., Het bankbiljet in alle staten. Van het eerste bankpapier tot de euro, Antwerpen, Mercatorfonds, 2001.
  • De Soete J., “De dans ontsprongen? De afgebeelde dood in Serienscheine”, in Epitaaf, 2011, geraadpleegd op 12 maart 2015.
  • “Het Museum van de Nationale Bank van België”, in Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen, 2, 2000.
  • Huiskamp M. & de Graaf C., Gewogen of bedrogen. Het wegen van geld in de Nederlanden, Leiden, Rijksmuseum Het Koninklijk Penningkabinet, 1994.
  • Janssen H., Hoogspanning aan de Belgisch-Nederlandse grens, Heemkundekring Amalia van Solms, 2013.
  • “Les monnaies communales en Belgique pendant la guerre 1914-1918”, in BNB, 2, 1953.
  • Memento Mori”, in Museum of Art and Archeology, geraadpleegd op 12 maart 2015.
  • Staats R., “De dodendans in de middeleeuwen”, in Utrecht University Repository, 2011, geraadpleegd op 12 maart 2015.
  • Vervloesem I., “Geld in nood”, in Museum van de Nationale Bank, In de kijker, 2007, geraadpleegd op 12 maart 2015.

Met dank aan Herman Janssen van Heemkundekring Amalia van Solms voor de informatie over de dodendraad in Merksplas.