“Is dat dan geen centje waard?” Tradities met geld  Share

Printversie

Zoals de traditie voorschrijft, is het op 2 februari Maria-Lichtmis, een feest dat wijdverspreid is in België. M7aar wat kan het verband zijn tussen een geldmuseum en pannenkoeken? Eenvoudigweg de tradities die verbonden zijn met geld. In deze “In de kijker” belichten we de verschillende tradities en folklore die te maken hebben met het gebruik van geld.

Maria-Lichtmis vindt begin februari plaats, precies 40 dagen na Kerstmis. Het gaat om een christelijk feest waarvan de oorsprong ligt in een Romeins en heidens feest dat festa candelarum heette. Bij dit feest stond kaarslicht centraal. Het principe van het licht werd overgenomen in de christelijke kerken om Christus te representeren. Zo herdenkt Maria-Lichtmis de presentatie van het kind Jezus in de tempel. De Kelten vierden op 1 februari de godin Brigit om de vruchtbaarheid van de bodem af te smeken. Volgens de traditie verwees de ronde vorm van de pannenkoek naar de zon, het symbool van het einde van de winter. Volgens andere tradities, werd het zonnewiel van de Kelten ermee verbeeld. Zoals het gezegde gaat: “À la Chandeleur, l’hiver se meurt ou prend vigueur” (“Met Maria-Lichtmis sterft de winter of wint ze aan kracht”).

Tegelijk is het hét moment om geluk voor het hele jaar in te winnen. Het is traditie om de pannenkoeken met de rechterhand in de lucht te gooien met een –oorspronkelijk gouden- muntstuk in de linkerhand. Wanneer de pannenkoek perfect neervalt in de pan, zal je geen geld tekort komen in het nieuwe jaar. Sommigen gaan nog verder, en rollen de munt in de pannenkoek en plaatsen die onder een kast. Het jaar nadien moet je het muntstuk zoeken tussen wat overblijft van de pannenkoek, die niet vergaat, en het schenken aan de eerste arme persoon die je tegenkomt.

Om de koude dagen op het einde van het jaar te verdrijven, is er de welgekende traditie van patisserie die in Wallonië cougnole of cougnou genoemd wordt en in Vlaanderen vollaard heet. De decoratie varieert per regio, maar het meest voorkomend is het versieren van het brood met terracotta rondjes. Deze cirkeltjes worden patagon genoemd en waren oorspronkelijk muntstukken die gecreëerd werden onder de heerschappij van de Aartshertogen Albrecht en Isabella. Deze munten werden gebruikt om de vollaard te versieren, tot ze uit omloop verdwenen. Omdat de muntstukken een zeer hoge waarde hadden, verkozen de minder gegoeden om ze te vervangen door patagons uit terracotta. De naam is dus bewaard gebleven, maar er bestaan ook andere termen om deze decoratie te benoemen zoals schild, plak of maan.

Postkaart met étrennes © Museum van de Nationale Bank

Postkaart met étrennes © Museum van de Nationale Bank

De feesten om de jaarovergang te vieren, hebben een andere traditie met zich meegebracht die goed gekend is: de étrennes (het “nieuwjaarsgeschenk”), ook wel dringaie genoemd. Dit is een cadeau, vaak geld, dat in het begin van het nieuwe jaar gegeven wordt. Etymologisch stamt het woord waarschijnlijk af van de Romeinse godin Strena, die op 1 januari gevierd wordt. In hetzelfde genre is er de Antwerpse en Hagelandse traditie dat kinderen op oudjaars- of nieuwjaarsdag liederen gaan zingen bij hun buren of familie in ruil voor snoepgoed of geld.

Naast Maria-Lichtmis bestaat er nog een andere traditie in ons land om financiële zekerheid in het nieuwe jaar te garanderen, namelijk nieuwjaarszuurkool in Luik. Op 1 januari eten de Luikenaars zuurkool, met een muntstuk geplaatst onder het bord.

Driekoningen te Geel, 1936 © Nieuwsblad van Geel

Driekoningen te Geel, 1936 © Nieuwsblad van Geel

Op 6 januari vindt het driekoningenfeest plaats, waarbij de aankomst van de Drie Wijzen gevierd wordt. De traditie wil dat een boon verstopt wordt in de driekoningentaart, maar in sommige regio’s wordt er een munt in geplaatst. Op 6 januari verkleden kinderen, vooral in de Vlaamse Kempen, zich als de Drie Wijzen, die goud, wierook en mirre brachten aan het pasgeboren Kerstkind. De kinderen gaan van deur tot deur en zingen een driekoningenlied, in ruil voor een beetje zakgeld. De tekst van het lied varieert per regio. Volgens erfgoedcel k.ERF voor het Kempisch erfgoed, gaat het om de volgende liedjestekst:

Driekoningen, Driekoningen,

geef mij ’ne nieuwen hoed;

M’nen ouwen is verslete,

ons moeder mag ’t nie weten.

Onze vaoder heget gèld

op de rooster geteld.

De eerste sporen van deze traditie gaan terug tot in de 15e eeuw. Het waren evenwel geen kinderen die deze tocht maakten, maar bedelaars. Tussen Kerst en Driekoningen werden mensen geacht vrijgevig te zijn, zodat ook de armsten konden deelnemen aan de feestelijkheden van de eindejaarsperiode. Deze traditie kwam eveneens voor in andere landen zoals Nederland, Luxemburg, Duitsland, Zwitserland en Polen.

Kinderen die het Driekoningenlied zingen in Retie © Kempische erfgoedcel k.ERF

Kinderen die het Driekoningenlied zingen in Retie © Kempische erfgoedcel k.ERF

Al deze tradities zijn verbonden aan een bepaalde datum, maar er is er één die niet tijdsgebonden is, maar wel gekend is door alle kinderen: de traditie van “de Tandenfee” of “la Petite Souris” (de kleine muis). Wanneer een kindje een melktand verliest, moet het deze onder zijn kussen plaatsen. ’s Nachts komt de Tandenfee het tandje ophalen en legt ze een muntje in de plaats. Deze traditie is afkomstig van het Franse sprookje La Bonne Petite Souris dat in de 17e eeuw geschreven werd door Marie-Catherine d’Aulnoy. In dit sprookje vertelt barones d’Aulnoy het verhaal van een koningin die ontvoerd wordt door een slechte koning zodat hij haar dochter kan stelen. De koningin werd opgesloten en uitgehongerd, maar voedde een klein muisje met het weinige eten dat ze kreeg. Het muisje bleek een fee te zijn die haar goedheid wilde testen. Om de koningin te helpen, verborg het kleine muisje zich onder het hoofdkussen van de koning om hem ’s nachts lastig te vallen.

Tot slot geven we nog een beetje uitleg over de Luikse traditie, çan di batème, of ‘doopgeld’. Bij een doopviering moesten de peters verschillende munten, voornamelijk centiemen, naar kinderen uit de buurt of hun familie gooien. Wanneer de traditie niet gerespecteerd werd, riepen de kinderen pèlé pårin, of gierige peetvader, wat ongeluk bracht voor zijn petekind.

Baptiste Cuvelier,
Museumgids

Bibliografie

  • Brood en banket behorend bij de kringloop van het jaar” op de website van het Nederlands BakkerijMuseum.
  • Chandeleur“, op Wikipedia, geraadpleegd op 12 januari 2015.
  • En direct de Liège pour la choucroute du 1er de l’an“, op Journal RTBF, geraadpleegd op 12 januari 2015.
  • “La Bonne Petite Souris”, op Wikisource, geraadpleegd op 12 januari 2015.
  • Martigues Joseph Alexandre, Dictionnaire des Antiquités chrétiennes: contenant le résumé de tout ce qu’il est essentiel de connaître sur les origines chrétiennes jusqu’au Moyen Âge exclusivement, L.Hachette et Cie,‎ 1865.
  • Stroobants A., Patacons uit het Dendermondse (tentoonstellingscatalogus Stedelijk Museum voor Volkskunde), Dendermonde, 1992.
  • Traditions de Wallonie“, op Wikipedia, geraadpleegd op 12 januari 2015.
  • Van Damme Ingrid, “De patagon”, Museum van de Nationale Bank van België, mei 2007.
  • Van Gorp Johan & de Kok Harry, “Feestgebak/Patacons”, Taxandriamuseum de Turnhout.
  • Zing Ze!”, website over bedelzangtradities van erfgoedcel k.ERF

Met dank aan Baptiste Frankinet voor zijn informatie over de traditie van çan di batème en aan Niels Schalley en Janna Lefevere van k.ERF voor hun hulp, de informatie en foto’s over Driekoningen in de Kempen.