Er staat een koe in het museum!  Share

Printversie

Tussen alle munten en biljetten die in het Tijdelijk Museum van de Nationale Bank tentoongesteld worden, duikt in de vijfde zaal plots een koe op. Maar waarom zouden we dit dier een plaats geven in ons museum?

Bij heel wat volkeren nam het vee een belangrijke plaats in de economie in. Omdat de veestapel zeer waardevol was, werden dieren gebruikt als ruil- of betaalmiddel. Zo gebruikten de Romeinen aanvankelijk runderen om handel te drijven. Dit verband tussen vee en geld vinden we terug in de taal van de Romeinen. Het Latijnse woord voor geld, pecunia, is immers afgeleid van pecus, wat “vee” betekent. In het Nederlands zijn hier eveneens sporen van terug te vinden: pecuniair betekent “in verband met geld”.

Op een van de oudste metalen betaalmiddelen van de Romeinen, de aes signatum, dat vanaf de vierde eeuw voor Christus werd gebruikt, wordt naar de economische waarde van vee verwezen. Deze bronzen baren zijn versierd met een beeldenaar. Soms werd er gekozen om een rund af te beelden. Op de kunstkoe in het museum staat een tekening van zo’n aes signatum met een os als beeldenaar.

Reproductie van een aes signatum met de afbeelding van een os uit de collectie van het British Museum © Museum van de Nationale Bank van België

Reproductie van een aes signatum met de afbeelding van een os uit de collectie van het British Museum © Museum van de Nationale Bank van België

De koe in het museum is met verschillende tekeningen versierd, maar draagt ook een Latijnse spreuk: Pecunia non olet, wat we kunnen vertalen als “geld stinkt niet”. Deze zin wordt toegeschreven aan keizer Vespasianus, hoewel hij deze woorden nooit in de mond genomen heeft. Dit vermeende citaat is gebaseerd op een anekdote die Suetonius, een Romeinse historicus die een biografie over twaalf keizers schreef, over Vespasianus vertelt. Toen de keizer besloot belastingen te heffen op de openbare toiletten, bekritiseerde zijn zoon Titus hem hierop. Daarop toonde Vespasianus hem een muntstuk dat hij via deze nieuwe vorm van belastingen verkregen had en vroeg zijn zoon of dit stonk. Toen Titus hierop antwoordde dat dit niet het geval was, zei zijn vader “en toch is het afkomstig van urine”. De gevleugelde woorden “geld stinkt niet” stammen waarschijnlijk uit de negentiende eeuw. De betekenis ervan, dat het niet uitmaakt vanwaar geld afkomstig is, gaat wel terug op deze Romeinse anekdote.

Niet enkel runderen en vee, maar ook gebruiksvoorwerpen, sieraden en andere producten werden in het verleden als betaalmiddel gebruikt. Deze geldvormen noemen we goederengeld. Er staan verschillende voorbeelden van goederengeld, die deel uitmaken van onze museumcollectie, op de bonte koe in het museum afgebeeld.

De kunstkoe in zaal 5, beschilderd door Sander Anseeuw © Museum van de Nationale Bank van België

De kunstkoe in zaal 5, beschilderd door Sander Anseeuw © Museum van de Nationale Bank van België

We vinden onder meer een halsketting en oorbel terug op de koe. De ketting, gemaakt van glasparels, werd in Afrika gebruikt als betaalmiddel. Het gebruik ervan was aanvankelijk voorbehouden aan de aristocratie, maar verspreidde zich later onder alle lagen van de bevolking. De glasparels hadden niet alleen een belangrijke economische waarde, maar speelden vaak ook een ceremoniële rol. In de handel tussen Afrika en Europa namen de glasparels een prominente plaats in. Aanvankelijk werden enkel lokaal geproduceerde glasparels aanvaard in Afrika, maar later deden glasparels van Venetiaanse makelij hun intrede in het betalingsverkeer.

De oorring is afkomstig uit Azië, en werd in het koninkrijk Siam, het huidige Thailand, als betaalmiddel gebruikt. De Meo die in de Mekongvallei woonden, vervaardigden deze zilveren oorringen. De juwelen hadden een monetaire en rituele waarde.

Rond een van de voorpoten van de koe is een armband geschilderd. De Teke, die in Congo en Gabon leven, gebruikten deze koperen armband als betaalmiddel. Het sieraad was niet alleen een belangrijk statussymbool, maar had ook een grote religieuze waarde. De koperen armband maakte vaak deel uit van de bruidsschat, zodat getrouwde vrouwen in noodgevallen steeds konden terugvallen op deze vorm van geld, die ze als sieraad droegen.

De felgekleurde veren zijn afkomstig van een paradijsvogel. In Papoea-Nieuw-Guinea droegen mannen deze veren als haartooi tijdens ceremonieën en werden ze gebruikt als bruidsschat. Dit rituele object werd ook als betaalmiddel gebruikt, aanvankelijk in de handel met China, en vanaf de negentiende eeuw ook in transacties met de Europeanen. Het veelvuldige gebruik van deze veren zorgde ervoor dat de paradijsvogels met uitsterven bedreigd waren.

Lederen mocassins, versierd met kralen, uit Noord-Amerika © Museum van de Nationale Bank van België

Lederen mocassins, versierd met kralen,
uit Noord-Amerika © Museum van de
Nationale Bank van België

Deze mocassins vind je op de andere flank van de kunstkoe. Indiaanse vrouwen maakten pantoffels van hertenleer en versierden ze met kralen. Elke vrouw gebruikte een persoonlijk en uniek kralenpatroon, dat van moeder op dochter overgedragen kon worden. Deze schoenen waren aangepast aan de prairie en maakten lange dagtochten mogelijk. Het nut van de pantoffels ging niet onopgemerkt voorbij aan de blanke kolonisten, die heel wat problemen ondervonden door hun harde en vaste schoenen. Daarom kochten ze mocassins van de Indianen of ruilden hen tegen Europese producten. De pantoffels werden op die manier een ruil- en betaalmiddel dat door Indianen en Europeanen gebruikt werd. Omwille van de grote vraag ernaar, produceerden sommige Indiaanse vrouwen de schoenen op grote schaal, speciaal voor de blanke kolonisten.

De kunstkoe in het museum werd gemaakt uit polyester en met graffiti en penseel beschilderd. Het werk is van de hand van de graffitikunstenaar Sander Anseeuw en werd speciaal voor het Tijdelijk Museum ontworpen. Anseeuw werd geboren in 1985 en werkte aanvankelijk vooral met graffiti en spuitbussen. Later evolueerde zijn werk naar muurschilderingen en werken op doek. Aan het ontwerp van de kunstkoe ging heel wat research naar goederengeld en de euro vooraf. Voor de uitvoering van het project werkte Anseeuw samen met zijn collega Ken De Prince.

Naast de Latijnse spreuk en voorbeelden van goederengeld, vind je ook verschillende oude munten en eurobiljetten op de koe terug. Alle objecten die afgebeeld staan, behoren tot de museumcollectie.

Sien Smits
Museumgids

Bibliografie

  • Carson R.A.G., Coins. Ancient, Mediaeval & Modern, Londen, Hutchinson of London, 1962.
  • Davies G., A History of Money. From Ancient Times to the Present Day, Cardiff, University of Wales Press, 1994.
  • Informatie over Sander Anseeuw
  • Kimpel H., Traditionelle Zahlungsmittel, Wuppertal, 1994.
  • Koch G., Kultur der Abelam, Berlijn, Museum für Völkerkunde Berlin, 1968.
  • Opitz C.J., An Ethnographic Study of Traditional Money, Florida, First Impressions Printing, 2000.
  • Pallaver K. “A recognized currency in beads. Glass Beads as Money in 19th –Century East Africa: the Central Caravan Road”, pp.20-29 in: Eagleton C., Fuller, H. en J. Perkins (eds.), Money in Africa, Londen, The British Museum, 2009.
  • Rolfe, J.C., Ancient History Sourcebook: Suetonius: De Vita Caesarum – Divus Vespasianus, c. 110 C.E.  (op Fordham website)
  • s.n., Pecunia non olet (op Histoforum)
  • Sieraad: armband. Statusobject, museumcollectie
  • Sieradengeld: oorring, museumcollectie
  • Sutherland C.H.V., Monnaies romaines, Fribourg, Office du livre, 1974.
  • Tate  M.L., Indians and immigrants, encounters on the overland trails, 2006.
  • Vanderleyden R., “Afrikaanse ringen: geld of niet?”, pp.109-154 in: Jaarboek Europees Genootschap voor Munt- en Penningkunde, Izegem, 2002.
  • Victoor R., Monnaies Premières, Duinkerke, 1986.