Teken mij een biljet  Share

Printversie (pdf)

De tekening neemt vandaag de dag een centrale plaats in op ons papiergeld. Maar wie schuilt er achter het ontwerp van de bankbiljetten? Welke criteria zijn doorslaggevend bij de keuze voor een bepaalde kunstenaar of graveur en waaruit bestaat hun werk? In deze nieuwe “In de kijker” vind je de antwoorden op deze vragen…

Op de eerste bankbiljetten nam de tekst een belangrijkere plaats in dan de tekening. In België kwam hier pas verandering in met de nieuwe biljettenserie van 1869. Vanaf deze reeks kregen de biljetten ook een volwaardige keerzijde, met een andere tekening dan op de voorzijde. Dit verklaart waarom vanaf deze serie het ontwerpproces van het bankbiljet werd opgesplitst. De tekening en de gravure in hout, staal- of koperplaten werden voortaan door twee verschillende personen gemaakt.

De tekening van de biljettenreeks van 1869 was van de hand van de historieschilder Henri Hendrickx. Hij was directeur van de Academie van Sint-Joost-Ten-Node. Hoewel er niet zoiets als een bepaald type biljettekenaar bestaat, kozen banken vaak voor schilders, die als docent aan een kunstinstituut verbonden waren. Ook kunstenaars die reeds verschillende officiële kunstwerken en overheidsbestellingen uitgevoerd hadden, kwamen in aanmerking. Zo had Hendrickx de praalwagens voor de Ommegang en triomfbogen voor Brussel vormgegeven.

100 F 1869A vz 300dpi

Keerzijde van het 100 frankbiljet van het type 1869 © Museum van de Nationale Bank van België

De Nationale Bank koos voor elke nieuwe serie het thema. De keuzevrijheid van de kunstenaars was dus eerder beperkt. Eerst maakten ze een voorontwerp dat grondig bestudeerd werd door een speciale commissie. Een tweede proefversie hield rekening met de opmerkingen en werd vervolgens uitgevoerd. Deze versie werd nog verbeterd vooraleer ze als definitief beschouwd werd.

De kunstenaars maakten een ontwerp van het biljet op een formaat dat veel groter was dan het eigenlijke biljet. Afhankelijk van de gebruikte techniek werd het ontwerp op stevig papier of karton gerealiseerd. De tekening was in potlood, waterverf, olieverf, inkt of gouache. De graveur voerde het ontwerp dan op ware grootte uit.

Vanaf het einde van de 19e eeuw begonnen de banken stilaan wedstrijden uit te schrijven waaraan iedereen vrij kon deelnemen. Maar soms werd de toegang tot de wedstrijd enkel voor geselecteerde kunstenaars opengesteld. Zo vroeg de Nationale Bank van België in 1894 aan de schilders en illustratoren Adolphe Crespin, Herman Richir en Louis Titz om ontwerpen in te dienen. Titz zou de wedstrijd winnen. Hij koos voor een klassiek thema, maar zijn interpretatie ervan was niet fantasieloos. Hiervan getuigen de decoratieve motieven die op de keerzijde van het biljet aangebracht zijn.

20 F 1894 kz 300dpi

Keerzijde van het 20 frankbiljet van het type 1894 © Museum van de Nationale Bank van België

Wanneer er geen wedstrijd werd uitgeschreven, was de keuze van de kunstenaar het voorrecht van de gouverneur. Zo werd de Gentenaar Constant Montald gekozen door gouverneur Victor Van Hoegaerden voor de realisatie van meerdere biljetseries vanaf 1898. Hoewel de archieven geen inlichtingen bieden over de redenen voor deze keuze, zijn enkele toevalligheden toch opvallend. De band die de gouverneur met de stad Gent had, ging immers terug tot zijn kinderjaren. Bovendien genoot Montald, die in 1886 de Prijs van Rome had gewonnen en in 1896 benoemd werd aan de Academie van Brussel, algemeen erkenning, wat niet onopgemerkt bleef door de gouverneur.

Tijdens het interbellum deed een nieuw type specialist zijn intrede bij het ontwerpen van biljetten, namelijk de grafisch ontwerper. Zijn taak was om de esthetische gevoeligheden in overeenstemming te brengen met de communicatiefuncties en veiligheidsvoorschriften van het biljet.

Bij het vormgeven van een biljet moet er rekening gehouden worden met een aantal bijzonderheden. Naast het onderwerp en het formaat van het papiergeld, beïnvloeden ook de coupure en de elementen omwille van wettelijke redenen of veiligheid het uiteindelijke resultaat. Bij het ontwerpen balanceert de kunstenaar dus tussen het zoeken naar ingewikkelde motieven, die moeilijk te vervalsen zijn, en eenvoudige en heldere tekeningen.

De grotere complexiteit van de veiligheidskenmerken en de nieuwe technieken verwerkt in een bankbiljet beperkten de creativiteit van de grafici. Daarom koos de Nationale Bank ervoor om de uitvoering van de laatste serie Belgische frankbiljetten, die tussen 1994 en 1997 uitgegeven werd, aan haar eigen team van grafische specialisten toe te vertrouwen. De biljetten die uitgegeven werden tussen 1978 en 1982 werden nog gemaakt door verschillende externe ontwerpers.

Keerzijde van het 500 frankbiljet van het type Magritte © Museum van de Nationale Bank van België

Keerzijde van het 500 frankbiljet van het type Magritte © Museum van de Nationale Bank van België

Het ontwerp van de eerste serie eurobiljetten werd gekozen via een wedstrijd waarbij twee thema’s voorgesteld werden: “Tijdperken en stijlen van Europa” en “Abstract-modern”. Het was noodzakelijk dat de voorgestelde ontwerpen een gevoel van eenheid tussen de zeven biljetten creëerden en dat ze aantrekkelijk waren voor de hele eurozone. Beveiliging tegen vervalsing bleef weliswaar de belangrijkste factor. De grafische ontwerpers werden geselecteerd door de centrale banken van de Europese Unie (met uitzondering van die van Denemarken). Elke centrale bank mocht maximaal drie grafici aanduiden. Er werd geen enkele omschrijving gegeven over hoe het ontwerp gemaakt moest worden. Sommige ontwerpers schilderden of tekenden hun ontwerp met de hand en andere realiseerden de tekening op een computer. Het was uiteindelijk de Oostenrijker Robert Kalina die de wedstrijd won. Zijn ontwerpen in de categorie “Tijdperken en stijlen van Europa” werden als het meest coherent en representatief voor ons continent beschouwd.

Het wedstrijdprincipe werd ook voor de tweede eurobiljettenserie toegepast. Deze keer won een Duitse ontwerper, Reinhold Gerstetter. Hij ontwierp de biljetten op een computer met behulp van gespecialiseerde software. De Nationale Bank van België bewerkte de tekening van het 5 eurobiljet tot een drukklaar biljet. Hierbij moest rekening gehouden worden met de verschillende veiligheidskenmerken, de productiefasen en de beperkingen ervan. Voor het 10 eurobiljet dat sinds september 2014 in omloop is, deed de Europese Centrale Bank tijdens deze sleutelfase in het ontwikkelingsproces beroep op een privédrukkerij.

Voorzijde van het 10 eurobiljet van het type Europa © Museum van de Nationale Bank van België

Voorzijde van het 10 eurobiljet van het type Europa © Museum van de Nationale Bank van België

Stéfane Antoine
Museumgids

Bibliografie

  • Brion R. & Moreau J.-L., Het bankbiljet in alle staten. Van het eerste bankpapier tot de euro. Antwerpen, 2001.
  • Hoe de euro ons geld is geworden. Het verhaal van de eurobankbiljetten en euromunten. Europese Centrale Bank, 2007.
  • Het Belgische bankbiljet. Cd-rom, Museum van de Nationale Bank van België, 2001.
  • Ogonovszky-Steffens J., « Le billet de banque belge idéaliste – un petit format officiel, moyen de diffusion, à grande échelle, d’un idéal de vie et d’une imagerie d’État » dans Bulletin de la classe des Beaux-Arts, 10, 1999.