Onzichtbare vrouwen? De vrouw op het bankbiljet  Share

Wie zich de Belgische frank nog herinnert, herinnert zich vast een biljet met het portret van Magritte of van Mercator. Deze historische personen dienden als ambassadeurs voor België. Hun levenswandel, verdiensten en faam werden zorgvuldig bestudeerd. Deze personen waren, met uitzondering van de vorst, al enige tijd overleden alvorens op een bankbiljet vereeuwigd te worden. Deze mannen waren steeds kunstenaars of wetenschappers. Vrouwen zijn nooit in aanmerking gekomen om geportretteerd te worden op de Belgische biljetten. De enige uitzondering zijn de koninginnen maar zij werden bijna altijd vergezeld van hun echtgenoot, het staatshoofd. 

In de negentiende eeuw was dit echter volledig omgekeerd. Het overgrote deel van de menselijke figuren op de bankbiljetten waren vrouwen. Het ging steeds om allegorieën en mythologische figuren die abstracte ideeën of begrippen belichaamden. De allegorie heeft een opvoedkundige betekenis want ze deelt op een begrijpelijke manier een boodschap mee aan het grote publiek. Op bankbiljetten kregen vooral de economische sectoren zoals landbouw, handel en nijverheid zo een menselijk gezicht. Ook begrippen als vrijheid, vrede en overvloed kwamen herhaaldelijk voor.

Eén van de oudste biljetten van de Nationale Bank, het biljet van 500 frank uit 1852 is een goed voorbeeld. De vier staande vrouwenfiguren zijn gekleed in een Grieks gewaad en zijn eerder statisch en onpersoonlijk. Aan de linkerkant staan de allegorieën van de handel en de nijverheid, te herkennen aan een Mercuriusstaf en een tandwiel. De twee kariatiden aan de rechterkant belichamen de vrijheid en het recht. De Vrijheid heeft zich losgerukt uit haar ketenen en het Recht draagt een weegschaal en een zwaard. De portretten in de bovenhoeken stellen Ceres en Pax voor, die symbool staan voor de landbouw en de vrede. Vrede, stabiliteit en een goed rechtssysteem waren zeer belangrijk voor de welvaart van het jonge België.

500 F type 1852 vz 300dpi

Voorzijde van 500 frank, 1852 © Museum van de Nationale Bank van België

Een andere groep allegorieën die verschenen op bankbiljetten zijn de verpersoonlijkingen van de natie. Al in 1694 plaatste de Bank of England vrouwe Britannia op haar zegel. Deze vrouwen zijn steeds zeer groots en machtig afgebeeld om de glorie van de natie te benadrukken. Maar ook zij hebben een streng en onpersoonlijk uiterlijk. Deze nationale maagden zijn vaak vergezeld van een wild dier zoals een leeuw, symbool voor moed, majesteit en waakzaamheid.

De Eerste Wereldoorlog was op vele vlakken een breuklijn in de geschiedenis. Niet toevallig doken de eerste echte portretten op biljetten toen op. In 1914 gaf de Nationale Bank biljetten uit, behorende tot de zogenaamde Rekeningen-courantreeks, van 20, 100 en 1000 frank met de beeltenis van koning Leopold I. In 1915 volgde koningin Louise-Marie haar echtgenoot en werd zo de eerste echte vrouw die een biljet sierde, namelijk het biljet van 5 en van 100 frank, van de Société Générale. Het was de Société Générale die Belgische bankbiljetten ging uitgeven nadat de Duitsers de Bank het emissierecht hadden ontnomen. Louise-Marie is duidelijk herkenbaar op het biljet maar ze kijkt eerder melancholisch alsof ze weet dat België een bezet land is.

Toch bleven de volgende decennia fictieve personages alomtegenwoordig op bankbiljetten. De voorstellingen werden wel veel realistischer en dynamischer. Neoklassieke allegorieën waren uit de mode en de druktechnologie evolueerde. De vrouwen op de biljetten werken in de sleutelsectoren van de economie van het land, vaak op het veld of in de fabriek, maar voeren steeds vrouwelijke taken uit. Op de keerzijde van het biljet van 1000 frank uit 1919 bijvoorbeeld, zit een vrouw te kantklossen, wat het belang van de textielnijverheid benadrukt. Eigenlijk bleven de afgebeelde vrouwen symbolen voor de economische groei, de nationale rijkdom of de culturele identiteit van het land. Bovendien waren de voorgestelde personages en situaties sterk geromantiseerd.

Het biljet van 50 frank uitgegeven door de Thesaurie in 1948 toont een echtpaar, het symbool voor België als “eenheid in verscheidenheid”. Ze bewerken samen het land maar volgens vaste rollenpatronen. De landbouwster draagt een mand met vruchten, die bovendien symbool staat voor de vruchtbaarheid van de vrouw. De man plant een boom.

50 F 1948 vz 300dpi

Voorzijde van 50 frank, Thesauriebiljet, 1956 © Museum van de Nationale Bank van België

In de tweede helft van de 20ste eeuw verschenen echte historische personen op bankbiljetten. Het individu werd belangrijker en verbeterde druktechnieken lieten toe om gedetailleerde portretten te drukken.

De enige vrouw die op een Belgisch biljet verscheen, is Margaretha van Oostenrijk (1480-1530). Ze staat afgebeeld op de keerzijde van het 500 frank-biljet uit 1962. Op de voorzijde staat Bernard Van Orley, hofschilder van de Habsburgers. Margaretha was landvoogdes van de Nederlanden vanaf 1507 en ze voedde haar neefje, de later Keizer Karel op. Voor de voorlaatste en laatste reeks Belgische frankbiljetten, respectievelijk met 19de– en 20ste-eeuwse kunstenaars, kwam geen enkele vrouw in aanmerking.

500 F Van Orley kz 300dpi

Keerzijde van 500 frank type Van Orley, 1962 © Museum van de Nationale Bank van België

Volgens Virginia Hewitt, die internationaal onderzoek deed naar het onderwerp deed, zijn de meeste vrouwen op biljetten, waar ook ter wereld, leidinggevende figuren uit de geschiedenis van het land. Daarnaast zijn er ook beeltenissen van werkende vrouwen maar, in navolging van de biljetten uit de eerste helft van de 20ste eeuw, focussen deze op stereotiepe vrouwelijke sectoren zoals de literatuur. Andere vrouwen worden bejubeld om hun maatschappelijk werk. Hoewel Florence Nightingale heel wat moest rebelleren in haar tijd, lag op het bankbiljet van 10 Britse pond, dat in omloop was tot in 1994, de nadruk op haar empathie en tederheid, traditioneel beschouwd als vrouwelijke eigenschappen. Op deze manier zijn de portretten van historische vrouwen vaak een moderne interpretatie van de hogere deugden die de allegorische vrouwen voorheen uitbeeldden. Bovendien blijft de bankwereld, zelfs in de 21ste eeuw, een door mannen gedomineerde wereld. Zodoende ligt de keuze voor portretten van vrouwen op bankbiljetten nog steeds niet voor de hand. Dit geldt trouwens ook voor de munten.

2euros coins

Voorzijde van herdenkingsmunt van €2, 2011 © Museum van de Nationale Bank van België

In 2011 probeerde België het enigszins goed te maken door een herdenkingsmunt uit te geven voor 100 jaar Internationale Vrouwendag. Op de munt staan de portretten van Isala Van Diest, de eerste vrouwelijke arts en Marie Popelin, de eerste vrouwelijke advocate. Aangezien ze ijverden voor gelijke rechten voor vrouwen, kregen beiden tijdens hun levens heel wat tegenstand en vooroordelen te verwerken. Meer dan een eeuw later verkregen ze, als eerste Belgische vrouwen, het recht op ons geld te worden geportretteerd.

Nina Van Meerbeeck
Museumgids

Bibliografie

  • Costermans K., Margaretha van Oostenrijk, Vrouw in de marge (In de kijker mei 2010, Museum van de Nationale Bank).
  • Het Belgische bankbiljet, CD-Rom, Museum van de Nationale Bank van België, 2001.
  • Hewitt V., Beauty and the Banknote, Images of Women on Paper Money, Londen, 1994.
  • Hewitt V., “Soft images, hard currency: the portrayal of women on paper money”, in Hewitt V. (red.), The Banker’s Art, studies in in paper money, Londen, 1995, 156-165.