Gegoten, met de hand of machinaal geslagen: de muntproductie door de eeuwen heen  Share

Printversie (pdf)

Munten hebben zich sinds de 7e eeuw voor Christus geleidelijk aan verspreid in het algemene betaalverkeer. Vandaag zijn ze niet meer weg te denken. Ze worden in vrijwel alle culturen als betaalmiddel erkend. Deze maand staat de muntslag dan ook ‘In de kijker’.

Ontstaan van muntateliers

Hans Burgkmair, Maxiliaan op bezoek in de Munt, ca. 1510. © Museum van de Nationale Bank van België

Hans Burgkmair, Maxiliaan op bezoek in de Munt, ca. 1510.
© Museum van de Nationale Bank van België

De eerste munten doken op in de 7e eeuw voor Christus in het koninkrijk Lydië, een deel van het huidige Turkije. Op dat moment kende men zowel in Europa als in West-Azië reeds de basistechnieken om metaal te bewerken. Op de westkust van Klein-Azië bevond zich het beschavingscentrum van dit gebied en het is dan ook niet verwonderlijk dat uitgerekend daar de eerste munten verschenen. Vanuit Lydië verspreidde het muntgebruik zich naar het Griekse vasteland, om zo geleidelijk aan in heel Europa bekend te worden. Om de munten te vervaardigen werd de techniek van het slaan gebruikt. Hierbij wordt een beeldenaar als waarmerk van de autoriteit die instond voor de uitgifte van de munt in het min of meer ronde plaatje metaal geklopt met behulp van twee stempels en een hamer. De munten uit de oudheid tonen zowel op vlak van ontwerp als vakmanschap reeds een uitstekende kwaliteit. Dit hoge niveau zou echter verloren gaan tijdens de vroege middeleeuwen.

Door de beperkte handel nam de vraag naar munten af en het chronische tekort aan edelmetaal zorgde voor minder aanbod. Vanaf omstreeks 1500 nam de internationale handel echter spectaculair toe. Tegelijk werden nieuwe voorraden edelmetaal ontdekt. Er werd opnieuw koortsachtig gewerkt in de muntateliers. Een aantal gravures uit die periode tonen dat dit nog op dezelfde manier gebeurde als in de oudheid. Een bekende gravure is van de hand van Hans Burgkmair (1473 – 1531) waarop het bezoek van de jonge Maximiliaan aan de Munt te zien is. Het museum bezit een exemplaar van deze houtsnede waarvan je een grote reproductie en verschillende detailfoto’s in het museum terugvindt. De afbeelding verscheen in Der Weisskönig, een verzonnen biografie van de keizer. Onder de illustratie staat: “Vervolgens begaf de jonge koning zich meermaals naar het muntatelier van zijn vader om de werking ervan grondig te bestuderen. De jonge koning vervolmaakte zich in de kunst van het muntslagen want hij was zich ten volle bewust van het belang dat hieruit kon voortvloeien. Tijdens zijn regeerperiode liet hij de beste gouden en zilveren munten slaan en geen koning kon hem hierin evenaren.”

Op de gravure is te zien hoe munten werden geslagen. Links staat de oven om het metaal te smelten. In het midden worden de metalen platen behamerd. Links vooraan worden de muntplaatjes geknipt om vervolgens tot munten te worden geslagen (rechts op de gravure). Dit procedé werd al in de oudheid toegepast en bleef in gebruik tot in de 17e eeuw. Op sommige plaatsen werd de hamer zelfs pas in de 18e eeuw vervangen.

Technische vernieuwingen

Diderot en d’Alembert, Monnoyage - Balancier, 1762-1772. © Museum van de Nationale Bank van België

Diderot en d’Alembert, Monnoyage – Balancier, 1762-1772.
© Museum van de Nationale Bank van België

De renaissance luidde een aantal technische vernieuwingen in. Hoewel het een hele tijd duurde vooraleer deze overal ingang vonden, zouden ze een grote verandering betekenen voor de muntslag. De schroefpers raakte vanaf de 17e eeuw verspreid en was de grootste innovatie. In de Encyclopédie van Diderot en d’Alembert staat deze techniek afgebeeld. De hamer verdween en werd vervangen door een pers die met mankracht op gang werd getrokken. De jongen in het midden legde de muntplaatjes onder de pers. Deze techniek had als voordeel dat de in de stempels gegraveerde afbeeldingen met grotere kracht op de voor- en keerzijde van de munt werden aangebracht. Hierdoor bekwam men een betere afdruk van de beeldenaar. Hoewel de munten hierdoor eenvormiger werden, bleven verschillen mogelijk omdat de schroefpers manueel werd bediend. De snelheid en de coördinatie van de bewegingen van de personen die de hefboom hanteerden, beïnvloedden de kwaliteit van de afgeleverde munten. De menselijke spierkracht werd later vervangen door paarden, water, stoom en uiteindelijk elektriciteit.

Matrijzen en ‘muntring’ van 10 eurocent © Koninklijke Munt van België

Matrijzen en ‘muntring’ van
10 eurocent © Koninklijke Munt van België

Een andere belangrijke vernieuwing was de invoering van de ‘muntring’. Bij deze techniek werd het muntplaatje in een stalen ring, de muntring, geplaatst. Tijdens het persen kreeg het plaatje dezelfde vorm als de ring. Zo hadden munten voortaan een vaste vorm. Ook het ‘snoeien’ (het opzettelijk en frauduleus afkrabben, afvijlen of afbreken van een stukje edelmetaal van de rand van de munt) kon met dit procedé worden tegengegaan. Door aan de binnenkant van de muntring motieven aan te brengen, werd de munt ook aan de zijkant voorzien van decoratieve elementen. De eerste experimenten vonden reeds in de 16e eeuw plaats. Toch duurde het nog tot het Oostenrijkse bewind in de 18e eeuw vooraleer dit systeem in de Zuidelijke Nederlanden volledig ingang vond. Ook de moderne muntslag maakt nog steeds gebruik van de muntring.

Vandaag de dag worden de Belgische euromunten vervaardigd in de Koninklijke Munt van België. De aanmunting gebeurt er machinaal op muntpersen die door elektriciteit aangedreven worden. Naast het slaan van de munten staat de Koninklijke Munt ook in voor de kwaliteitscontrole.

Muntenboom met ‘cash-munten’ © Museum van de Nationale Bank van België

Muntenboom met ‘cash-munten’
© Museum van de Nationale Bank van België

Daarbij is het gewicht nog steeds van belang. Verder worden ook de samenstelling en de hardheid van de metalen, de kleur, glans en afmetingen van de munten gecontroleerd.

Munten gieten

Naast de techniek van het slaan bestaat ook deze van het gieten. In dit geval wordt gesmolten metaal gegoten in mallen waarin de beeldenaar van het stuk werd aangebracht. Gietmunten zijn minder verfijnd waardoor deze techniek slechts zelden is gebruikt. Een uitzondering hierop vormen de Chinese ‘cash-munten’. Ook de eerste Romeinse munten zijn gegoten. Zowel van de Chinese als van de Romeinse gietmunten vind je enkele voorbeelden in de museumvitrines. De Romeinen schakelden echter vrij snel over op de muntslag met de hamer en het procedé met de hamer heeft zich in heel Europa verspreid. Munten gieten was een techniek die vaak geassocieerd werd met vervalsers. Door afgietsels te maken van een bestaande munt, probeerden valsmunters zonder grote investeringen en op een gemakkelijke manier valse munten te produceren.

Laurence Verpoort
Museumgids

Bibliografie

  • Cooper D.R., The Art and Craft of Coinmaking. A History of Minting Technology, London, 1988.
  • Evolutie van de munten, Belgian Royal Mint, s.d.
  • Pereira S., ‘Hans Burgkmair, De muntslag met de hamer’, in Journal for staff of the National Bank, 5, 1996.