Zoemende bijen in het museum  Share

Het 19de-eeuwse gebouw van de Nationale Bank wordt in de komende jaren grondig verbouwd. Het NBBmuseum installeerde zich daarom tijdelijk in het moderne gebouw van de Bank in de Berlaimontlaan. Er ligt ongeveer een eeuw tussen beide gebouwen en toch vertonen ze enkele merkwaardige gelijkenissen. Om dit te bewijzen, haalden we twee beeldengroepen van onder het stof en gaven we ze een prominente plaats in het museum. Veel kans dat u bij het bekijken van deze aanwinsten een vaag gezoem in uw hoofd hoort…

De eerste beeldengroep die het museum vanaf nu tentoon stelt, is afkomstig van het eerste bankgebouw en dateert dus uit de tweede helft van de 19de eeuw. Hij bevond zich destijds in de vleugel van de Bankstraat , in het verlengde van een majestueuze trap zoals een foto uit die tijd toont.

engelen-1

Foto van groep in situ

De kunstenaar is helaas onbekend, maar werkte in opdracht van architect Hendrik Beyaert. In het midden herkent men een bijenkorf, met links en rechts twee mollige kinderfiguren of putti. Het ene kind houdt een hamer in de hand, het andere een goed gevulde geldbeugel. Deze attributen, in combinatie met de bezige bijen, maken dat de symboliek van het geheel duidelijk is: hard werken loont.

engelen-2

Foto van de beeldengroep in het museum

De tweede beeldengroep die vanaf nu te kijk hangt in het museum, bestaat uit de gipsmodellen van drie motieven op de zijgevels van het moderne bankgebouw. Net zoals het gebouw, dateren ze uit het midden van de 20ste eeuw. Ze zijn van de hand van beeldhouwer en medailleur Marcel Rau (1886-1966) die ze in nauw overleg met architect Marcel Van Goethem ontwierp .

engelen-3

Foto van de mereaux in situ

De muren tellen in het totaal 56 van deze motieven die in hun geheel het economische leven symboliseren. Marcel Rau vond hiervoor zijn inspiratie in de zogenaamde mereaux of penningen die de middeleeuwse ambachtslieden in gebruik hadden. Elk motief verwijst naar een welbepaalde activiteit. De drie modellen in het museum verwijzen naar de handel, de architectuur en, u raadt het, de bijenteelt. In het midden van de 20ste eeuw had de bij dus nog niets van zijn symbolische waarde verloren, alleen de vormgeving blijkt ondertussen sterk geëvolueerd: hier geen drukke en weelderige versieringen meer, maar een zakelijke, strakke vormgeving in harmonie met de bouwstijl.

engelen-4

Foto van de opstelling van de drie mereaux in het museum

Voor wie meer wil weten over de symboliek van de bij in de architectuur en in de kunst, nog volgende leestip: Paul ADRIAENSEN, Iconografie van de honingbij in de Lage landen. Bijenkunst en bijensymboliek in het straatbeeld en toegankelijke gebouwen, Maklu, Antwerpen en Apeldoorn, 1998.