Windhandel  Share

Printversie (pdf)

De zogenaamde tulpenwoede heeft altijd al verschillende interpretaties gekend in de economische wereld. Ging het om een speculatieve luchtbel? Was dit de eerste? Wat het ook was, deze speculatiecrisis heeft al veel inkt doen vloeien.

Sommigen, zoals Robert J. Shiller, beschouwen de tulpenwoede als een eerste speculatieluchtbel; anderen, zoals Earl A. Thompson zijn voorzichtiger in hun mening. Hun analyse loopt om meerdere redenen uiteen. Eerst en vooral geven de bronnen geen uitsluitsel. De belangrijkste eigentijdse bronnen zijn drie pamfletten die gepubliceerd zijn tussen 1637 en 1643. Hierin voeren de personages Gargoedt en Waermondt een gesprek over de tulpenspeculatie. De prijzen die ze citeren, worden bevestigd door enkele contracten die bewaard zijn gebleven. De tweede belangrijke bron is later te dateren. Het gaat om een werk van de botanist Munting waarin hij een evolutie van de prijzen geeft, op basis van deze pamfletten.

Gravure van drie tulpen © Museum van de Nationale Bank van België

Gravure van drie tulpen © Museum van de Nationale Bank van België

 De eerste studies die over een tulpenmanie spreken, zijn van Beckmann uit 1846 en van Charles Mackay uit 1841. Vooral dit laatste is echter een gecontesteerd werk wegens onduidelijke bronnen en een te hoog dramagehalte. Toch maken alle bronnen het samen mogelijk om gemeenschappelijke feiten te onderscheiden, ondanks de onduidelijkheden.De Hollandse economie ondervond in de jaren 1620 nog steeds grote gevolgen van de oorlog met Spanje die tot 1609 had geduurd. Pas tijdens de jaren 1630 klom de economie uit het dal. Tijdens een dergelijke crisis is de overdracht van informatie van kapitaal belang. De Hollandse pers zal dan ook een belangrijke rol spelen. Vanaf het begin van de 17e eeuw gingen de kranten zich ontwikkelen en publiceerden ze, naast internationale informatie en in tegenstelling met de pers in andere landen op dat moment, ook nationale feiten.

Tulpen bereikten Europa tegen het midden van de 16e eeuw vanuit Turkije. Ze werden heel snel als zeldzaam en waardevol beschouwd. De Hollanders gingen zich geleidelijk aan de markt toe‑eigenen en nieuwe variëteiten ontwikkelen. Zo ontstond er een onderscheid tussen de zeldzame tulpenbollen die per stuk werden verkocht en de bollen die als doorsnee werden beschouwd. Deze laatste werden volgens gewicht aangeboden. In het begin gebeurden de transacties van bloembollen enkel tussen professionele telers. Vanaf 1634 kregen ook speculanten toegang. Vanaf dat moment gingen de prijzen de hoogte in. De speculatie was het gevolg van een onverwachts hoge vraag vanuit Frankrijk. 

Tulpenbollen zijn beschikbaar in juni en moeten in september gepland worden om in april of mei van het volgende jaar in bloei te staan. Na de bloei produceert de bloem een nieuwe bol die pas in juni kan afgescheiden worden. Dit betekent dat elk contract afgesloten tussen september en juni het volgende jaar in ieder geval ging over een toekomstige levering aangezien de tulpenbollen nog niet ‘bestonden’. De markt maakte zo de toekomstige bollen meteen tastbaar. Vanaf september 1636, op het moment dat de bollen niet meer verkrijgbaar waren, steeg het aantal contracten sterk. Kopers waren dus verplicht om te betalen voor bollen die nog in de grond zaten en die ze bijgevolg niet konden zien bij aankoop. Deze manier van werken, noemden de Hollanders windhandel.

Semper Augustus

Semper Augustus

Normaal werden tulpenbollencontracten afgesloten bij een notaris, maar vanaf de zomer van 1636 vonden de transacties plaats in minder gereglementeerde tavernes die ‘colleges’ werden genoemd. Het totale bedrag van een transactie werd pas uitbetaald bij de levering van de bollen, maar een voorschot was wel nodig. Vanaf dit moment gingen de prijzen met honderden percenten stijgen, zoveel zelfs dat één bol verkocht werd tegen 485 are grond of 6,5 voetbalvelden.  De speculatiekoorts trof aanvankelijk enkel de meer exotisch uitziende tulpenbollen omdat deze als zeldzaam werden aanzien. Intussen is het bekend dat deze bollen getroffen waren door het mozaïekvirus die de bloembladen hun levendige kleuren gaf. Vanaf november 1636 werden echter niet enkel meer deze exotische bollen getroffen, maar werden ook de minder zeldzame bollen het slachtoffer van speculatie.

De vooruitbetalingen op tulpen kunnen in vele gevallen gezien worden als een vorm van ruilhandel. Zo vermeldt Simon Schama dat het voorschot voor een pond Witte Croon, een doorsnee tulpensoort, bestond uit vier koeien. Na de ontvangst in juni moesten nog eens 525 gulden betaald worden. Voorschotten konden uit allerlei zaken bestaan, zoals grond, huizen, vaatwerk in goud of zilver of schilderijen. Voor de Viceroytulp die een gemiddelde prijs van 2 500 gulden waard was, bedroeg het voorschot 2 lasten1 graan, 4 lasten rogge, 8 varkens, 12 schapen, 2 vaten wijn, 4 ton boter, 1 000 pond kaas, een bed, kledij en een zilveren beker. 

Begin februari 1637 werd het hoogtepunt van de prijsevolutie bereikt. Voor een bol van de Semper Augustus moest toen op 5 500 gulden gerekend worden. Daarna kelderden de prijzen om onduidelijke redenen. Op 24 februari 1637 bepaalden de bloemenkwekers tijdens een vergadering in Amsterdam dat enkel de contracten die vastgelegd waren v..r 30 november 1636 zouden worden gerespecteerd. De kopers die contracten afsloten na 1 december zouden slechts 10 % van de aankoopsom moeten betalen. Deze maatregel werd in de praktijk niet doorgevoerd. Drie dagen later greep de Staat in en schortte alle contracten op. Er restte de verkopers niets anders dan hun waren te verkopen aan de dalende marktprijzen van dat ogenblik.

Flora's mallewagen, Hendrik Pot,  1640

Flora’s mallewagen, Hendrik Pot, 1640

De tulpenmanie heeft ook haar sporen nagelaten in de kunst. In de schilderkunst zou de tulp al zeer snel een symbool voor rijkdom, ijdelheid en waanzin worden. In 1640 geeft Hendrik Pot de crisis weer in zijn Flora’s mallewagen waarin de godin van de bloemen tulpen draagt en omgeven is door personen met tulpen verwerkt in hun kapsel. De kar wordt voortgeduwd door de wind, waarmee de schilder verwijst naar de zogenoemde windhandel. Alexandre Dumas publiceerde samen met Auguste Maquet in 1850 de roman La tulipe noire, de zwarte tulp. Het verhaal speelt zich af anno 1672 in Holland en is geïnspireerd door de tulpenmanie. Het hoofdpersonage probeert een zwarte tulp te vervaardigen voor een tuinbouwvereniging die hem een beloning van honderdduizend gulden heeft beloofd. In de film Wall Street: Money Never Sleeps uit 2010 verwijst regisseur Oliver Stone ook naar de tulpenmanie. Gordon Gekko, gespeeld door Michael Douglas, beschrijft deze crisis als de grootste speculatieluchtbel uit de geschiedenis. Hij preciseert dat een prachtig huis aan de Amsterdamse grachten dezelfde prijs had als een tulpenbol. Toen de luchtbel barstte, kostten 10 tulpen nog amper een  habbekrats.

Baptiste Cuvelier
Museumgids

Bibliografie

  • Garber P.M., “Tulipmania”, in: Journal of political economy, 1989, vol. 97 nr. 3, p. 535-560.
  • Kindleberger Charles Poor, Manias, panics and crashes a history of financial crises, 5de ed., Basingstoke, Palgrave Macmillan, 2005.
  • Schama S., The Embarrassment of Riches: An Interpretation of Dutch Culture in the Golden Age, New York, Alfred A., 1987.
  • Shiller Robert J., Irrational exuberance, 2de ed., Princeton, Princeton University Press, 2005.
  • Thompson Earl, “The tulipmania: Fact or artifact?”, in: Public Choice, vol. 130, nr. 1–2,‎ 2007, p. 99–114.

 


1 De ‘last’ was een maateenheid die schommelde, naar gelang de regio, tussen 1 250 kg en 2 000 kg.