5 varkens? Een trommel alstublieft!  Share

Printversie (pdf)

Het Museum van de Nationale Bank heeft in zijn collectie twee trommels. Deze zijn afkomstig uit Zuid-Oost-Azië en waren voor enkele inheemse bevolkingsgroepen het meest waardevolle betaalmiddel. De moko maakt deel uit van de permanente tentoonstelling van het museum; de kyee-zee daarentegen bevindt zich in de depotruimte. Beide drums hadden een grote rituele waarde, waaraan ze ook hun grote economische waarde dankten. Aangezien het verhaal over de trommels uit Zuid-Oost-Azië in onze streken weinig bekend is, zetten we hen deze maand ‘In de kijker’.

Kyee-zee

Kyee-zee uit de collectie van het Museum van de Nationale Bank. © Museum van de Nationale Bank

Kyee-zee uit de collectie van het Museum van de Nationale Bank. © Museum van de Nationale Bank

De Kyee-zee, of Shan-trommels, werden gebruikt door het Karenvolk dat leeft in de hooglanden van Zuid-Oost-Azië, voornamelijk in Birma en West-Thailand. De Karen brachten de trommels in verband met hun voorouders en gebruikten ze dan ook vaak bij ceremoniële feesten en begrafenissen. Wie een kyee-zee in zijn bezit had, kreeg een prestigieuze status binnen de stam. Aangezien de drums een uiting waren van rijkdom, betekenden ze ook een vorm van veiligheid. Wie in tijden van hongersnood een drum bezat, hoefde zich geen zorgen te maken. De trommels vormden dan ook vaak een aanleiding tot stammentwisten. Wanneer een instrument gestolen werd en niet werd teruggegeven, werd de haat tussen de twistende stammen van generatie op generatie doorgegeven. Dit raakte enkel opgelost wanneer de gestolen kyee-zee vergoed werd met een ander exemplaar of door een man van de stam over te dragen. Het vaakst werden de kyee-zee’s gebruikt als onderdeel van een bruidschat. Dit gebruik leefde ook onder de Lametstam in Laos, die de trommels kenden via de Karen.

Detail van de kyee-zee: kikker op het bovenvlak. © Museum van de Nationale Bank

Detail van de kyee-zee: kikker op het bovenvlak. © Museum van de Nationale Bank

Kyee-zee’s kennen verschillende benamingen. Zo krijgen ze soms de naam ‘Shan-trommels’, omdat ze door de Shan-stam werden geproduceerd. Deze stam ruilde de trommels voor voedsel en gebruiksvoorwerpen met de Karen. De instrumenten worden soms ook regendrums of kikkertrommels genoemd. De klank van een dergelijke trommel brachten de Karen in verband met donder of kikkergekwaak, twee voortekenen van regen. Wanneer op de drums werd gespeeld, begonnen volgens de Karen de kikkers te kwaken en kwam er regen over hun gebied wat tot goede oogsten leidde en dus tot welvaart. Vandaar dat op de drums ook heel vaak driedimensionale kikkers staan afgebeeld.
De waarde van een kyee-zee verschilde naar gelang het geluid en de ouderdom ervan. De trommels bleven in omloop tot in de twintigste eeuw.

Moko

Overzicht van de Indonesische eilanden met Alor omkaderd. © www.pindito.com

Overzicht van de Indonesische eilanden met Alor omkaderd. © www.pindito.com

De moko werd voor het eerst vermeld in 1851 als betaalmiddel op het Indonesische eiland Alor. Ook op de nabijgelegen eilanden Solor en Pantar was de moko bekend. De oudste moko’s dateren van de bronstijd.

Moko uit de collectie van het Museum van de Nationale Bank. © Museum van de Nationale Bank

Moko uit de collectie van het Museum van de Nationale Bank. © Museum van de Nationale Bank

Hoe ze precies op Alor zijn terecht gekomen, is onduidelijk. De vorm van de instrumenten brengt hen in verband met gelijkaardige voowerpen op andere Zuid-Oost-Aziatische eilanden, zoals Bali. Daar bevindt zich, in de tempel van Pejeng, nog steeds de grootste en oudst gekende bronzen trommel, de zogenaamde ‘Maan van Pejeng’. Volgens de inwoners, die de moko’s in de grond vonden, werden ze door de goden gezonden. In de loop van de 19e eeuw steeg de toevoer van moko’s uit andere gebieden, vooral uit Java. Hierdoor ging de waarde van de oude moko’s stijgen en nam het gebruik van de instrumenten als betaalmiddel toe. De moko’s vormden de meest waardevolle betaalmethode, daarna kwamen gongs en varkens. Pijlen vormden het kleingeld. De versiering van iedere moko is uniek en gaat van plantenmotieven tot dansende figuren. Aangezien de trommels op Alor een zeer grote waarde hadden, werden deze vooral voor drie zaken gebruikt. In de eerste plaats bij de aankoop van een bruid. Een huwelijk vormde een complexe uitwisseling tussen de families, niet enkel aan het begin, maar tijdens de ganse periode van het huwelijk. Er moesten dan ook wederzijdse betalingen gebeuren. Om zich officieel te verloven, moet de jongeman de vader van zijn toekomstige een moko aanbieden en haar moeder een sjaal. Daarna volgt een onderhandelingsperiode tussen beide families. De familie van de man betaalt ongeveer drie maal zoveel aan de familie van de bruid dan ze zelf ontvangt. Wanneer de meest waardevolle moko betaald is, trekt de bruid in bij haar schoonfamilie. De rest van de vergoeding wordt later betaald. Naast hun rol bij een huwelijk, waren de moko’s ook belangrijk bij begrafenissen. De trommels werden immers, net zoals bij de Karen, in verband gebracht met de voorouders en van generatie op generatie doorgegeven. Ten derde werd de bouw van een huis betaald in moko’s. De zware financiële kosten zorgden vaak voor jarenlange vertragingen bij de bouw van een huis.
De exacte waarde van een moko verschilde naar gelang de geschiedenis van het instrument, zijn bekendheid, zijn sentimentele waarde, zijn rituele functie en magische kracht. Ook het aantal dat van een bepaalde moko aanwezig was binnen een gemeenschap bepaalde mee de waarde. De staat van de trommel was van geen belang.
Door de constante aanvoer van moko’s ontstonden er monetaire problemen. De Nederlandse koloniale overheid ondernam hiertegen stappen aan het begin van de 20e eeuw. Dit leidde tot een hervormingswet in 1914. Deze bepaalde dat moko’s niet langer aanvaard mochten worden als munteenheid. Voortaan waren er zilveren en koperen munten. Moko’s mochten echter wel nog gebruikt worden om taksen te betalen voor de jaren 1913-14. Zo kwamen meer dan 1000 moko’s in handen van de kolonisator, die deze unieke instrumenten meteen vernietigde. Ook het gebruik van moko’s als bruidsprijs en bruidschat, naast varkens, geiten, textiel en voedsel, werd nog toegestaan.

 

Moko's en gongs, uitgestald bij een dodenfeest om de schulden terug te betalen. © Cora Du Bois, 1960

Moko’s en gongs, uitgestald bij een dodenfeest om de schulden terug te betalen. © Cora Du Bois, 1960

Aangezien het bezit van moko’s voor de inwoners van Alor het hoogst bereikbare was, was het noodzakelijk om ze goed te bewaren. De meest gebruikte schuilplaats was in hun huis, op een soort zolderverdieping, die had slechts één ingang, via het huis, waardoor niemand ongemerkt binnen en buiten kon. Wanneer onenigheid bestond over het bezit van een trommel, kon deze ook op een andere plaats worden verstopt. Eenmaal iemand een goede schuilplaats had gevonden, mocht deze niet bekend raken. Het bezit van een moko, bezorgde iemand immers rijkdom en prestige. De meest kostbare moko’s waren zelfs te waardevol om in het bezit van één persoon te zijn; deze behoorden de hele familie of het hele dorp toe. De collectieve moko’s konden amper gebruikt worden als betaalmiddel, aangezien niets op Alor kon tippen aan de waarde van dergelijke moko’s.

De bouw van een typische woning. In het bovenste deel werden de moko's bewaard. © Cora Du Bois, 1960

De bouw van een typische woning. In het bovenste deel werden de moko’s bewaard. © Cora Du Bois, 1960

Laurence Verpoort
museumgids

Bibliografie

  • R.M. Cooler, The Karen Bronze Drums of Burma: Types, Iconography, Manufacture and Use, Leiden, 1995.
  • C. Du Bois, The People of Alor. A Social-Psychological Study of an East Indian Island, Cambridge, 1960.
  • P. Einzig, Primitive Money in its Ethnological, Historical and Economic Aspects, Oxford, 1966.
  • A.J.B. Kempers, The Kettledrums of South-East Asia. A Bronze Age world and its aftermath, Rotterdam, 1988.
  • H. Kimpel, Traditionelle Zahlungsmittel. Frühformen des Geldes, Vorformen der Münze, Zahlungsmittel und Wertobjekte der Naturvölker Reichtumsanzeiger, Wuppertal, 1994.
  • G. Kuhn en B. Rabus, Geld ist, was gilt. Primärgeld: Vormünzliche Zahlungsmittel aus aller Welt, Berlijn 2009.
  • C.J. Opitz, An Ethnographic Study of Traditional Money. A Definition of Money and Descriptions of Traditional Money, Ocala, 2000.
  • A.H. Quiggin, A Survey of Primitive Money. The Beginnings of Currency, Londen, 1949.
  • J. Schoonheyt, 4000 ans de moyens d’échange, Brussel, 2013.