Geld en muziek  Share

Printversie (pdf)

Foto1Kunst is gedurende heel haar geschiedenis moeilijk, of zelfs helemaal niet, los te koppelen van geld, niet in de praktijk en evenmin thematisch. Wat dat praktische aspect betreft, is er de onmiskenbare invloed en het grote belang van de rol die mecenassen vervulden in de ontwikkeling van de renaissancekunst en de hedendaagse kunst. En op thematisch vlak zien we dat geld op allerhande manieren in de kunst aan bod komt. Overigens valt geld evenmin los te koppelen van kunst, want heel wat antieke munten zijn artistiek bewerkt, denk maar aan de gestileerde weergaven van dieren op munten die in ons museum te bewonderen zijn, en ook sommige bankbiljetten verwijzen naar kunst, zoals het biljet van 500 Belgische frank van de laatste reeks, waarop Magritte afgebeeld stond. Wij zullen het hier over geld hebben langs de weg van de vierde kunst: de muziek.

Muziekindustrie
De moderne popmuziek had van meet af aan een nauwe band met geld en met de economie. Alleen al op het vlak van de muziekdrager woedde bijvoorbeeld een hevige toerentalconcurrentie tussen de twee grote platenmaatschappijen: er was Columbia met de 33-toerenplaat en RCA met de 45-toerenplaat. En vanaf de jaren 1950 werden heel veel platenmaatschappijen opgericht, die elkaar beconcurreerden langs de artiesten die ze binnenhaalden.
Foto2
In de jaren 1970, meer bepaald na de dood van Elvis Presley in augustus 1977, deed een belangrijk element zijn intrede in de economie van de muziek. De verkoop van zijn platen schoot de hoogte in, maar vooral ontstond er een nieuwe markt, die van de merchandising van parafernalia bij de fans. Bovendien brachten platenmaatschappijen telkens wanneer de muziekindustrie in een dal zat bepaalde platen opnieuw uit, om te kunnen overleven. Ook telkens er een nieuwe drager op de markt kwam, zoals cassettes, of de cd in de jaren 1980, volgde een golf van heruitgaven. De platenmaatschappijen mikten bij die heruitgaven op cd opnieuw op de fans, door bonustracks toe te voegen of er gewoon de vermelding ‘remastered’ op te zetten. En aangezien er verschillende dragers naast elkaar bestonden, konden de platenlabels hun muziek ook op verscheidene markten tegelijkertijd uitbrengen. Het voorbeeld bij uitstek is Relax van Frankie Goes to Hollywood dat in 1984 verscheen als single, maxisingle, picture disc, cassingle, cd-single, enz.

Rondom de muziekindustrie ontstonden ook parallelle industrietakken, met onder meer de opening, vanaf de jaren 1970, van de Hard Rock Cafés en de merchandising van kleren, buttons, drinkbekers en dergelijke met de beeltenis van een groep, soms buiten de wil van de artiesten om.

image3Sommige muzikanten kanten zich tegen dat economische monopolie van de grote platenmaatschappijen, de zogenaamde majors, door bij een onafhankelijk label te tekenen of door binnen zo’n major welbepaalde beslissingen te nemen. Zo lag The Clash, een punkgroep die bij CBS had getekend, gedurende heel zijn contractperiode in conflict met de platenmaatschappij, meer bepaald over de prijs van hun albums; The Clash wilde zijn driedubbele album Sandinista ! liever tegen de prijs van een dubbelaar verkopen en weigerde op die manier royalty’s.

Foto4
Sommige artiesten tekenen niet bij een major of bij een onafhankelijk label maar maken hun albums liever via crowdfunding, waarbij ze op een platform op het internet om participatieve financiering vragen. Met dit systeem kunnen internetgebruikers kiezen om in een bepaalde artiest te investeren, en ofwel krijgen ze daar een financiële vergoeding voor, ofwel is het rendement van hun investering veeleer symbolisch en worden ze bijvoorbeeld vermeld in de dankbetuiging of krijgen ze een collector’s uitgave bezorgd.

 

 

 

Geld als inspiratie

Artiesten hebben zich altijd al door geld laten inspireren en hebben er vanuit verschillende invalshoeken over gezongen. We geven er hier de grote lijnen van aan. Naast de liedjes zelf zijn er ook groepsnamen waarbij geld als inspiratie heeft gediend. Enkele voorbeelden: Dire Straits, een naam die afkomstig is van de Engelse uitdrukking “to be in dire straits”, wat ‘op zwart zaad zitten’ betekent, de Amerikaanse rapper Ca$h Out, of UB40, wat verwijst naar “Unemployment Benefit, Form 40”, het formulier dat in Groot-Brittannië moet worden ingevuld om een werkloosheidsuitkering aan te vragen. In België hebben we Halve Neuro, als bewijs van bewondering voor 50Cent, die zich vernoemde naar een drugshandelaar uit New York, dus zonder rechtstreekse verwijzing naar geld.

Liedjes over geld zijn in verscheidene thema’s onder te verdelen. Het eerste thema is geld als doel. Voor sommigen is geld een doel dat uit alle macht moet worden bereikt, zoals 50Cent met zijn album Get Rich or Die Tryin’ benadrukt. Anderen zien geld dan weer als een onbereikbaar doel, een verre droom, zoals ABBA die “money must be funny” zingen, Gwen Stefani die “if I was a rich girl” zingt, Gers Pardoel met “Morgen Ben Ik Rijk” of Samson & Gert die het er wat luchtiger over hebben in “Tien miljoen”.

Andere artiesten vertonen wat we het C.R.E.A.M.-syndroom kunnen noemen, een letterwoord dat is bedacht door de hiphopgroep Wu-Tang Clan en dat staat voor Cash Rules Everything Around Me. Deze kleine groep van artiesten bekritiseert de alomtegenwoordigheid van geld, dat ze als iets negatiefs zien. Tot deze categorie behoort ook Richard Wagner die in zijn Der Ring Des Nibelungen afgeeft op de macht die aan geld verleend wordt. Over die macht gaat het eveneens in Money Talks van AC/DC, en het nefaste effect van de macht van het geld wordt door Suprême NTM beschreven in L’argent pourrit les gens, terwijl Kinderen voor kinderen wat naïever Geld is overbodig zingen.

Zaal 15 : de verbeelding

Zaal 15 : de verbeelding

Sommige artiesten hebben het over de actoren die ze als nefast beschouwen in de economie. Tryo kant zich in het nummer G8 tegen de houding van de leiders van deze landen. Een vrij klassieke figuur is de zakenman, die in een song van Noir Désir wordt afgeschilderd als een “homme pressé”. Alain Souchon stelt in het lied Parachutes dorés de gouden parachutes aan de kaak. In hun nummer Taxman hekelen The Beatles de fiscus, naar aanleiding van de progressieve belasting die Harold Wilson in de jaren 1960 invoerde; Urbanus gooit het in Belastingscontroleur over een grappige boeg.

Ook het kapitalistisch systeem wordt niet gespaard door de artiesten; The Clash heeft het in Magnificent Seven over het consumentisme en de mondialisering, en Téléphone schreef de song Argent trop cher.

En tot slot zijn er liedjes waarin kritiek luidt op de crisis, zoals I Need A Dollar van Aloe Blacc, of die gaan over hoe men de crisis kan overleven, zoals She Works Hard For The Money van Donna Summer die zingt over een vrouw die twee jobs combineert om rond te komen, of recenter Thrift Shop van Macklemore & Ryan Lewis dat over kringloopwinkels gaat.

Sommige, meer anekdotische liedjes beschrijven geld in zijn verschillende vormen, zoals Poen van Wim Sonneveld. Een laatste liedje dat we hier willen vermelden, is Pascal van Hocus Pocus dat verhaalt over een biljet van 500 Franse frank vanaf zijn schepping tot … zijn vernietiging in een tv-studio door een zekere Serge Gainsbourg.

Baptiste Cuvelier
Museumgids

Bibliografie:

  • PIRENNE Christophe, Une histoire musicale du rock, Paris, Fayard, 2011, p. 40, 363, 433.
  • GRAY Marcus, The Clash: Return of the Last Gang in Town, 5de uitg. Revue, London, Helter Skelter, 2005, p. 349.
  • OLDFIELD M., Dire Straits. Sidgwick and Jackson, 1984, p. 42.
  • MACDONALD Ian, Revolution in the Head: The Beatles’ Records and the Sixties, 2de uitg., London, Pimlico, 2005, p. 200.

One Comment

  1. Schepens William
    Posted 08/08/13 at 16:04 | Permalink

    En Pink Floyd ‘Money” dan?