- Museum of the National Bank of Belgium - https://www.nbbmuseum.be/nl -

De Carolusgulden: een keizerlijke munt

Printversie [1] (pdf)

Keizer Karel of Karel V werd geboren in het jaar 1500 in Gent. Zijn bijna legendarische reputatie heeft hij te danken aan de uitspraak dat in zijn rijk de zon nooit onderging. Karel V was immers landsheer van de Bourgondische Nederlanden, koning van Spanje (en bijhorende overzeese kolonies) en bovendien keizer van het Heilig Roomse Rijk. Tijdens zijn regeerperiode groeide de economie. Herman van der Wee spreekt zelfs van het ontstaan van een wereldeconomie onder Europese leiding in de 16de eeuw. Niet toevallig legde Karel V dan ook een aantal grondslagen van de moderne muntslag.

Wat het muntwezen in de Zuidelijke Nederlanden betreft kende de regering van Karel V een redelijke stabiliteit. In tegenstelling tot de regeerperiode van zijn vader, Filips de Schone, waar acht emissieperiodes elkaar opvolgden, kende zijn regering slechts twee emissieperiodes. De eerste periode was tussen 1506, het jaar van het overlijden van zijn vader, en 1521. Op de eerste reeks munten stond echter noch de naam Karel, noch een afbeelding van hem. De tweede emissieperiode ving aan in 1521 met een ordonnantie waarin Karel V nieuwe munttypen en nieuwe denominaties uitvaardigde. De bekendste munt van deze reeks is de gouden Carolusgulden, ter waarde van 20 stuiver of 60 Brabantse groten. Ter vergelijking: het gemiddelde zomerdagloon van een meester-metselaar in Brussel, tussen 1521 en 1530, was 16 Brabantse groten. Vijf jaar later besliste Karel V dat alle bedragen niet meer in ponden maar in Carolusguldens moesten worden uitgedrukt. Vanaf dat moment werd de Carolusgulden ook een rekeneenheid. Het streven van Karel V naar uniformiteit en centralisatie uitte zich dus ook in deze muntenreeks. In alle gewesten van de Zuidelijke Nederlanden hadden de munten voor het eerst allemaal hetzelfde opschrift.

Voorzijde van de gouden Carolusgulden © Museum van de Nationale Bank [2]

Voorzijde van de gouden Carolusgulden
© Museum van de Nationale Bank

Op de keerzijde van de munten kon men zijn leuze lezen: DA MIHI VIRTVTEM CONTRA HOSTES TVOS (geef me sterkte tegen Uw vijanden). Hiermee bedoelde hij de ongelovigen tegen wie hij heel zijn leven oorlog voerde, nl. de protestanten en de Turken. Karel V was de eerste om in de Nederlanden, aansluitend bij de ideeën van de Renaissance, Romeinse letters te gebruiken in plaats van gotische. In diezelfde geest stond zijn beeltenis vanaf dan op de munten. Op de gouden Carolusgulden zien we de jonge, baardloze keizer met lange haren, in wapenuitrusting met geheven zwaard en rijksappel. Ondanks het feit dat Karel V herkenbaar op deze munten staat afgebeeld kunnen we nog niet spreken van een realistisch portret.

[3]

Voorzijde van de zilveren Carolusgulden
© Museum van de Nationale Bank

In 1543 voerde Karel V de zogenaamde zilveren Carolusgulden in. Deze woog bijna 23 gram. Dit was het allereerste zilverstuk van deze omvang in de Nederlanden. In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen gaat het hier niet om zilver uit de Nieuwe Wereld, dit kwam pas vanaf 1570 in de Europese muntateliers terecht. Het zilver was wel afkomstig uit pas ontdekte zilvermijnen in Midden- en Oost-Europa. Daarnaast brachten ook de oude zilvermijnen meer op dankzij vernieuwingen in de mijnbouwtechniek. De zilveren Carolusgulden had dezelfde waarde als zijn gouden naamgenoot, nl. 20 stuiver. De munt is vooral bekend omwille van het realistische portret van Karel V, in de vorm van een buste, die de keizer toont met baard en in harnas. Dit is typisch voor de Renaissance waar het individu centraal stond. Voor het eerst wilde men de geportretteerde een eigen identiteit geven.

Detail van het portret van Karel V door Titiaan, 1548 © Alte Pinakothek, München [4]

Detail van het portret van Karel V door Titiaan, 1548 © Alte Pinakothek, München

Renaissancekunstenaars zagen bovendien de oorsprong van het portret in de klassieke oudheid. Dat het hier om een waarheidsgetrouwe weergave van de keizer gaat, bewijst zijn ‘Habsburgse kin’ en de vergelijking met portretten uit de schilderkunst. In 1552 werd een tweede, kleinere maar zwaardere, versie geslagen van de zilveren Carolusgulden. Op deze munt staat een gelijkaardig portret maar het harnas van Keizer Karel was bedekt. Tenslotte kan de muntslag van Karel V modern worden genoemd omdat hij eveneens het kleingeld, waarmee het gewone volk betaalde, hervormde. Hij was de eerste om volledig koperen kleingeld te introduceren en zelfs op deze onedele munt stond zijn portret.

Bijna 500 jaar nadat Karel V zijn zilveren Carolusgulden introduceerde, werd deze afgebeeld op enkele ECU’s. De ECU, afkorting van European Currency Unit, was de voorloper van de euro. Het was een korfmunt die werd aangenomen in 1979. Hoewel de ECU voor een aantal internationale transacties werd gebruikt, was ze enkel een elektronische munteenheid. Toch creëerden een aantal landen herdenkingsmunten in ECU. In 1999 werd de ECU vervangen door de euro.

Officieel koos men voor Karel V omdat hij een belangrijk historisch Europees figuur was die, op Frankrijk na, bijna over heel het Europese continent heerste. Michel Baelde noemde Karel V zelfs de ‘vader van Europa’ omwille van de omvang van zijn rijk en zijn staatsinmenging en centralisme. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de ‘vader van Europa’, die het levenslicht zag in Gent, op de Belgische herdenkingsmunten kwam te staan. Er werden drie ECU’s vervaardigd waarop de zilveren Carolusgulden werd afgebeeld. Deze ECU’s werden uitgegeven vanaf maart 1987, de 30ste verjaardag van het Verdrag van Rome. België was toen bovendien voorzitter van de Europese Raad. De zilveren munt van 5 en de gouden van 50 ECU verschenen in 1987 en 1988, de gouden munt van 10 ECU verscheen in 1989 en 1990. Deze ECU’s waren een wettig betaalmiddel in België.

Voor- en keerzijde van 5 ECU © Museum van de Nationale Bank [5]

Voor- en keerzijde van 5 ECU © Museum van de Nationale Bank

Nina Van Meerbeeck
Museumgids

Bibliografie