Cacao, een smakelijk betaalmiddel  Share

Printversie (pdf)

België staat bekend om zijn chocolade. Iets wat menig toerist na een bezoek aan Brussel zeker zal beamen. Maar wat verklaart nu de sterke link tussen ons land en chocolade ? Hoewel deze voeding vandaag wordt aanzien als delicatesse, is dit niet altijd zo geweest. Bij de Maya’s en de Azteken werden de cacaobonen gebruikt als betaalmiddel. Van deze ‘In de kijker’ krijg je ongetwijfeld het water in de mond.

De eerste cacaoboeren waren te vinden in het Mayarijk, een van de oudste beschavingen van Amerika. De Maya’s gebruikten de bonen als wisselmunt tegen voedsel of kledij, maar ook als basisingrediënt voor de Xocoatl, een bittere drank die niets met onze huidige chocolademelk te maken heeft. Xocoatl werd gemaakt met geroosterde cacaobonen. Deze werden vermalen en vervolgens gemengd met water en kruiden. De bittere chocoladedrank was gereserveerd voor edelen en krijgers.

Quetzalcoatl en zijn metgezellin - schilderij uit Codex Barbonicus, een Azteeks manuscript

Quetzalcoatl en zijn metgezellin – schilderij uit Codex Barbonicus, een Azteeks manuscript

Tot de 16de eeuw was chocolade onbekend op het Europese continent. Het was pas wanneer de Spanjaarden, onder leiding van Hernan Cortès, in 1519 voet zetten op het Azteekse grondgebied (het huidige Mexico), dat ze deze grondstof ontdekten. Toen de Spaanse conquistador Cortès, in opdracht van Karel V, in de Nieuwe Wereld aankwam, werd hij door de Azteken verkeerdelijk aanzien als de teruggekeerde godkoning Quetzalcoatl. Deze laatste, doorgaans afgebeeld in de vorm van een gevederde slang, was een van de belangrijkste goden in de Azteekse cultuur. Hij werd aanzien als de god die de cacaobomen op aarde had gebracht en daarom werd de Xocoatl ter ere van hem bereid. Omdat de god Quetzalcoatl ooit beloofd had om op een dag terug te keren en zijn volk te redden, en door een samenloop van andere toevalligheden, werd Hernan Cortès als deze godheid aanzien.

Gravure die een indianenvolk uit Centraal-Amerika toont terwijl cacao wordt bereid

Gravure die een indianenvolk uit Centraal-Amerika toont terwijl cacao wordt bereid

De Azteken, een van de meest geavanceerde beschavingen in Centraal-Amerika, palmden het gebied van de Maya’s in en namen hun economisch systeem over. Ook de cacao kwam in Azteekse handen. Het werd het meest gebruikte betaalmiddel van dit pre-Columbiaanse volk voor hun dagelijkse, kleine transacties. In een brief aan keizer Karel vermeldde Cortès dat ‘deze bonen dienen als munt voor de dagelijkse aankopen’. Enkele voorbeelden : een konijn kostte tien bonen en voor de aankoop van een slaaf werd een bedrag van een honderdtal bonen aangerekend. De cacaobonen die werden gebruikt als geld, waren echter niet dezelfde als deze waarvan Xocoatl werd gemaakt. Het waren de quauhcacaoatlbonen die als munt werden gebruikt.

Het is dus aan Hernan Cortès dat we de cacao te danken hebben. Christoffel Columbus had tijdens zijn ontdekking van Amerika immers geen interesse in het betaalmiddel. Verschillende bronnen beweren zelfs dat hij dacht dat de cacaobonen de uitwerpselen van geitjes waren.

De waarde van cacao

Een object wordt pas als betaalmiddel gebruikt als het als voldoende zeldzaam of kostbaar wordt ervaren om begerenswaardig te zijn. De cacao dankte zijn waarde aan de moeilijkheden die de teelt en de productie van de cacaoplant met zich meebrachten. Door het zwakke rendement werd cacao een zeer duur product.

Van de primitieve betaalmiddelen was cacao een van de beste omdat het naar believen kon worden gedeeld. De Maya’s en de Azteken namen echter ook hun toevlucht tot de quachtli, lappen katoen, die een aantal werkuren vertegenwoordigden. Het waren deze quachtli die als wisselstandaard dienden : een quachtli was ongeveer gelijk aan 100 cacaovruchten.

Aangezien cacao ook een heerlijk voedingsproduct is, moedigde het winstbejag aan zonder gierigheid uit te lokken. De bezitters van cacaobonen waren immers eerder geneigd om ze te consumeren, dan om ze onder de grond te bewaren en op te sparen.

Zoals alle munteenheden, had ook de cacao met vervalsingen te kampen. De vervalsers maakten bijvoorbeeld de kostbare boon leeg en hervulden deze met modder om de boon opnieuw haar normale gewicht te geven.

Cacao was het belangrijkste betaalmiddel van het Aztekenrijk. In 1555 werd de waarde offi cieel vastgelegd. Een Spaanse reaal was gelijk aan 140 cacaobonen. Cacaogeld bleef tot aan het begin van de 19de eeuw wijdverspreid in de landen in het centrum van huidig Zuid-Amerika.

De cacao-export

De Spanjaarden begrepen heel snel de voordelen van cacao. Na de kolonisatie van Mexico exporteerden ze de drank naar Europa. Het recept, dat zorgvuldig geheim werd gehouden, pasten ze aan de Europese smaak aan door er suiker aan toe te voegen. Cacao werd onmiddellijk heel populair bij het Spaanse hof en werd in navolging hiervan bij de ganse Europese elite geserveerd. Aangezien ons land in die tijd onder Spaans bewind stond, kon het dus mee genieten van de export van deze delicatesse.

cacaoplant

cacaoplant

Tijdens de industriële revolutie, in de 19de eeuw, werd ons land de bakermat van enkele grote chocolaterieën, die bijdroegen aan de bekende Belgische chocolade. In 1912, 55 jaar nadat het bedrijf zich in de Koninginnegalerij in Brussel had gevestigd, vond Jean Neuhaus de praline uit. Inderdaad, reeds in 1857 had zijn grootvader, eveneens Jean Neuhaus genaamd, er een apotheek gevestigd. Hij had het geniale idee om de onaangename smaak van de medicijnen met een chocoladelaagje te verbergen. De farmaceutische snoepjes kenden zo’n succes dat de kleinzoon van de uitvinder besliste om er een zoetigheid van te maken door het medicijn te vervangen door een lekkernij. Het nieuwe snoepje doopte hij ‘de praline’.

Alhoewel cacao vandaag geen betaalmiddel meer is, blijft het een belangrijk product. Zo is het een van de grondstoffen die op de beurs genoteerd staan. Verder worden aan chocolade verschillende positieve ‘geneeskrachtige’ eigenschappen toegeschreven; het product staat onder meer bekend als voedzaam, als een antidepressivum en als een afrodisiacum.

Laurie De Maré

Museumgids

Bibliografie

  • BOURGAUX A., Quatre siècles d’histoire du cacao et du chocolat, Bruxelles, Office international du cacao et du chocolat, 1935.
  • Musée du chocolat (Parijs) : www.museeduchocolat.fr
  • Museum van cacao en chocolade (Brussel) : www.mucc.be
  • RIVERO, P.P., ‘Les graines de Quetzalcóatl’, in Le Courrier de l’Unesco, Parijs, Unesco, 1990, vol. 43, nr. 1, p. 16-19.
  • Van cacaoboon tot nuevo peso : numismatiek in Mexico, tentoonstellingscatalogus, Brussel, Nationale Bank van België, 1993.