- Museum of the National Bank of Belgium - https://www.nbbmuseum.be/nl -

Wildewoudstraat

Meestal wordt in een museum aandacht geschonken aan de objecten die er worden tentoongesteld, wat meer dan logisch is. Toch rijst in het Museum van de Nationale Bank van België soms de vraag waar de straatnaam ‘Wildewoudstraat’, in het Frans ‘rue du Bois Sauvage’, vandaan komt. De straat waar de voormalige ingang van de NBB gevestigd is en waar we vandaag het museum terugvinden, heeft dan ook een niet-alledaagse benaming. Is het een verwijzing naar het naburige Zoniënwoud? Of bestaat er een andere verklaring voor dit toponiem? Genoeg redenen om een onderzoek te voeren naar deze kwestie in deze ‘In de kijker’.

Een bos vol wilde dieren?

Toen de Nationale Bank van België in 1860 begon met de constructie van haar nieuwe bankgebouw in de Wildewoudstraat, droeg de straat al bijna een halve eeuw deze benaming. Dit is echter niet altijd zo geweest. Tot in de achttiende eeuw werd de straat doorgaans aangeduid met het simpele ‘Derrière-Sainte-Gudule’, in het Nederlands ‘Achter-Sint-Goedele’, een wel erg duidelijke verwijzing naar de kathedraal. Nadien volgden namen als ‘rue Walter-le-Sauvage, ‘rue du Soufflet’ en ‘rue de l’Eventail’. Vooral de naam Walter le Sauvage is hier interessant, want het is deze persoon die uiteindelijk heeft gezorgd voor het huidige toponiem. De hedendaagse situatie komt echter voort uit een verkeerdelijke vertaling uit het begin van de negentiende eeuw.

Straatnaambord, 2013. [1]

Straatnaambord, 2013.

Walter le Sauvage is de alias van een man met de naam Wouter van der Noot, een middeleeuwse Brusselaar. Deze man kreeg, volgens de overlevering, de bijnaam ‘de wilde’ vanwege zijn ietwat onconventionele manier van zwaardvechten. Toen de naam Wouter de Wilde in het kader van de officiële registratie van straatnamen moest worden vertaald naar het Frans, werd echter de fout gemaakt om de voornaam Wouter te interpreteren als woud. Zo kwam in 1811 de naam ‘rue du Bois Sauvage’ op de Brusselse grondplannen terecht. Bij de omzetting van dit Franse toponiem ontstond dan ook ‘Wildewoudstraat’. De vraag die nu kan worden gesteld is: waarom wordt een straat in het hartje van Brussel vernoemd naar een man die naam maakte als middeleeuwse messentrekker ?

Detail van een met de hand getekend plan van Brussel, 1770. [2]

Detail van een met de hand getekend plan van Brussel, 1770.

Een noodlottig liefdesverhaal…

In het begin van de waanzinnige veertiende eeuw, toen de Vlamingen nog slag leverden met de Fransen aan de Pevelenberg, speelde er zich in Brussel een waar liefdesdrama af. Twee telgen uit dezelfde familie dongen er naar de hand van éénzelfde jonkvrouw, de edele en schone Goedele van der Zennen, dochter van ridder Willem. Een relaas van de feiten is terug te vinden in de Histoire de la ville de Bruxelles van de historici Henne en Wauters. Langs de ene kant was er Joris van der Noot, zoon van Hendrik, en langs de andere kant Wouter, zoon van Willem. Deze neven gingen zelfs zo ver dat het tot bloedvergieten en doodslag kwam. Meerdere malen gingen Wouter en Joris elkaar te lijf met dolken en andere ‘geslepen wapenen’. Toen Joris hierbij het leven liet, moest een verzoening, een soort van middeleeuwse schuldbemiddeling na een misdaad, worden bekomen.

Koperen penning met het wapenschild van de familie van der Noot, 1681. [3]

Koperen penning met het wapenschild van de familie van der Noot, 1681.

Deze werd bemiddeld door Pieter van Huffle, kanunnik van Sint-Goedele en secretaris van de stad Brussel. Na enkele bewijzen van openbaar rouwvertoon zou deze schanddaad een blijvende smet werpen op het wapenschild van Wouter. Als teken van zijn berouw werden de schelpen in het schild rood en kreeg het helmteken een zwarte kleur. De verzoening kon echter niet verhelpen dat de situatie nadien verder escaleerde : oog om oog, tand om tand ! Niet veel later zou Wouter van der Noot, vermoedelijk door toedoen van enkele van zijn bloedverwanten, de dood vinden aan de trappen van de kathedraal.

De link tussen de vermoorde Wouter ‘de Wilde’ van der Noot en de Wildewoudstraat lijkt daarmee gegrond. Wat er echter met de mooie Goedele van der Zennen gebeurde, is onbekend en blijft voor ieder een mysterie…

Herdenkingsmedaille van Hendrik van der Noot, ca. 1790. [4]

Herdenkingsmedaille van Hendrik van der Noot, ca. 1790.

Een (on)fortuinlijke naam

Bovenstaande liefdeshistorie met dodelijke afloop wordt in de meeste boeken gedateerd op 17 maart 1373 of 1374. Nochtans berust dit op een foute veronderstelling. Over het algemeen gebruikten Henne en Wauters voor hun onderzoek onvolledige en ongedateerde archiefdocumenten, ware het niet dat zij ook een middeleeuwse kroniek uit het Belgische Rijksarchief hebben geconsulteerd. In deze kroniek werd ene Wouter van der Noot vermoord in de jaren 1373-1375, waardoor zij er vanuit zijn gegaan dat het hier om een en dezelfde persoon ging. Zij zagen echter het werk van de zeventiende-eeuwse Brusselse wapenheraut J.-B. Houwaert over het hoofd, die wel het complete verzoeningsdocument wist in te kijken. Houwaert zag dat het rampzalige liefdesverhaal zich afspeelde in 1304 met de moord op Wouter van der Noot in 1305. De moord op een andere Wouter, meer bepaald Wouter IV van der Noot, vond plaats op Sint-Gertrudis, 17 maart 1374, in een geheel andere context.

Om deze ‘In de kijker’ af te sluiten, kan misschien toch nog een positieve noot worden gevonden. Naast de moord op Wouter van der Noot in 1305 en de doodslag op Wouter IV in 1374, zijn er in Brussel verscheidene, meer fortuinlijke personen geweest met dezelfde achternaam. Met betrekking tot deze personen heeft het Museum van de Nationale Bank van België verschillende interessante stukken in zijn collectie. Zo zijn er bijvoorbeeld verschillende penningen van de van der Noots als rentmeesters van het kanaal van Brussel, een niet onbelangrijke functie in de zeventiende eeuw. Als kers op de taart zijn er verschillende herdenkingsmedailles van de achttiende-eeuwse held van de Brabantse omwenteling Hendrik van der Noot.

Maarten Bassens
Museumgids

Bibliografie