Letsen, letst, geletst  Share

Printversie (pdf)

Dat ruilen vandaag de dag populair is, bewijst de spontane wildgroei van LETSgroepen over heel de wereld. LETS staat voor “Local Exchange and Trade System”. Vrij vertaald is dit “Lokaal Economisch Transactie Systeem”. Dit zijn lokale, in de gemeenschap gevestigde netwerken waar mensen allerlei diensten en goederen met elkaar wisselen zonder tussenkomst van een officiële munt.

Voor er sprake was van geld of zelfs van goederengeld werd de economische activiteit georganiseerd door ruilhandel. Ruilen is niet enkel een zaak van het verleden, maar is van alle tijden. Vooral in periodes waar mensen moeilijk de eindjes aan elkaar kunnen knopen of waar het officiële geld schaars is, maken ruilsystemen opgang. Denk maar aan de Grote Depressie en de Joegoslavische burgeroorlog. Ook vandaag de dag zijn ruilsystemen aan een opmars bezig. Het meest bekende ruilsysteem is “letsen”.

 Het LETSsysteem heeft verschillende definities. Algemeen kan men wel stellen dat het een lokaal georganiseerd ruilnetwerk is waarbinnen niet-professionele goederen en diensten op vrijwillige basis worden geruild. Om te vermijden dat er steeds een tweezijdige transactie moet plaatsvinden, werkt men aan de hand van punten die dienst doen als fictieve munteenheid.
Dit puntensysteem laat zo multilaterale transacties toe. De punten hebben doorgaans geen geldwaarde. Ze dienen slechts om te vermijden dat er mensen zijn die enkel diensten verlenen of ontvangen. Wel zijn er variaties op het LETSmodel die met     omwisselbare munteenheden werken.

 

Zo wordt men in de Gentse Rabotwijk met “Torekes” beloond voor het uitoefenen van gemeenschapswerk. Deze alternatieve munteenheid kan men in bepaalde winkels gebruiken als betaalmiddel.

 

Een ruilkring heeft het statuut van een vereniging of vzw. De grootte van ruilgroepen varieert normaal gezien van enkele tientallen tot enkele honderdtallen deelnemers.
Groepen met meer dan duizend leden zijn eerder een uitzondering. Sommige groepen kiezen ervoor enkel lokaal te opereren. Andere hebben zich dan weer georganiseerd in koepelorganisaties. In België nemen LETS Vlaanderen en Intersel deze rol op zich voor respectievelijk Vlaanderen en Wallonië.

Het LETS ruilsysteem vindt zijn oorsprong in Vancouver in een context van de sociale beweging van de jaren 1960‑1970. In een periode van economische instabiliteit en onder invloed van de hippiebeweging, ontwikkelde Michael Linton samen met David Weston in 1976 een eerste ruilsysteem dat ze “Community Exchange” doopten. Deze voorloper van het LETSsysteem was gebaseerd op het ruilen van tijd. Aanvankelijk kende dit systeem weinig succes. Pas met het wegvallen van economische activiteit in het begin van de jaren 1980 kregen de ideeën van Michael Linton bijval. De hoge werkloosheid en financiële onzekerheid inspireerden hem tot de oprichting van een eerste LETSgroep in 1983. Hiermee wou hij de werkloze bevolking in staat stellen om in haar levensonderhoud te bieden. De voordelen uitten zich bovendien niet enkel op economisch vlak maar ook op sociaal vlak.

Het succesverhaal van letsen in de Canadese maritieme regio’s was een voorbeeld dat ook in het buitenland navolging vond. Eerst verspreidde het LETSmodel zich doorheen de Angelsaksische wereld, nadien ook in andere geïndustrialiseerde landen. Vier vijfde van het totaal aantal LETSgroepen bevinden zich in Argentinië.
Dit is grotendeels te wijten aan de muntcrisis van 2001. Ook moeten we vaststellen dat letsen nauwelijks voorkomt in Centraal-Amerika, Oost-Europa, Afrika en Azië, met uitzondering van Japan.

De eerste Belgische LETSgroep werd in 1993 in Leuven opgericht. Vandaag zijn er 31 LETSgroepen actief in Vlaanderen en 14 in Brussel en Wallonië. De laatste jaren is er een sterke toename merkbaar. Zo is het aantal groepen sinds 2008 bijna verdubbeld. De meeste zijn opgericht om het gemeenschapsgevoel te versterken. Er zijn echter ook LETSgroepen die vanuit sociaaleconomische overwegingen werden gesticht. Zo probeert de ruilgroep van Sint-Niklaas samen met de RVA/VDAB werklozen aan werk te helpen. Elke ruilgroep heeft zijn eigen puntensysteem. In Gent gebruikt men zo “Stropjes”, in Antwerpen “Pollekens” of “Handjes” en in Kortrijk betaalt men met “Vlasbloemen”.

De toepassing van het model kan sterk verschillen. Zo werd letsen in het VK gepromoot tijdens periodes van werkloosheid om ervoor te zorgen dat werklozen hun vaardigheden niet zouden verliezen en zelfs nieuwe vaardigheden zouden aanleren.
Het letterwoord werd anders ingevuld: Local Employment and Training System. In België werd letsen dan weer gepromoot vanwege het sociale karakter. Ook hier is een nieuwe invulling voorgesteld: Leuk Eigen Tijds Samenwerken. Tenslotte werd letsen vanuit ecologische overwegingen gestimuleerd. De verschillende doelen en organisatievormen leidden tot de ontwikkeling van nieuwe termen. In de VS en het VK werkt men bijvoorbeeld met Timebanks. Hier neemt men het aantal gewerkte uren als rekeneenheid en niet de waarde van de verleende diensten. De meeste Belgische LETSgroepen zijn volgens deze principes georganiseerd. Een andere toepassing zijn de Seniorengenossenschaften in Duitsland en het Japanse Hureia Kippu systeem. Deze ruilgroepen richten zich specifiek op ouderenzorg. De mensen die diensten verlenen kunnen hun tegoeden opsparen voor wanneer ze er ooit zelf gebruik van moeten maken.

Jannes VAN EECKHOUT
Museumgids

Bibliografie

  • DAUWE (P.), DE CLERCQ (L.), LETS & complementaire economie: ondersteuning, promotie, groei, innovatief, experimenteel, expertise. Aalter, LETS Vlaanderen vzw, 2002.
  • LIETAER (B.), Het geld van de toekomst: een nieuwe visie op welzijn, werk en een humanere wereld. Amsterdam, De Boekerij bv, 2001.
  • SIMONSON (M.), Étude d’un systeme d’échange de services sans argent. licenciaatsverhandeling, departement politieke en sociale wetenschappen, Université Catholique de Louvain, 2005
  • WANNER (H.), LETS vrijwilligerswerk nieuwe stijl: onderzoek naar de eigenheid van LETS ruilkringen, juridische knelpunten en mogelijke oplossingen. Aalter, LETS Vlaanderen vzw, 2002.