Assignaten: geld van de Franse Revolutie  Share

Printversie (pdf)

De geschiedenis leert dat geen enkele financiële crisis opgelost is geraakt door de geldpers te laten draaien. De assignaten die tussen 1789 en 1796 in omloop waren in Frankrijk en in de door de Franse Revolutionairen bezette gebieden zijn daar een goed voorbeeld van. In zaal 4 van het museum zijn enkele exemplaren tentoongesteld, waaronder een assignaat van 10 000 frank uit 1795. Dat papieren geld was oorspronkelijk in omloop gebracht voor de aankoop van door de staat geconfisqueerd kerkgoed maar na enige tijd golden assignaten ook als wettig betaalmiddel. De uitgifte ervan verliep echter ongecontroleerd, waardoor een ernstige inflatiecrisis uitbrak.

Op het einde van het Ancien Régime maakte Frankrijk een zware financiële crisis door. Het volk leed honger, de staatsschuld was torenhoog en het faillissement dreigde voor het koninkrijk. De Revolutie loste niets op. In deze economische omstandigheden werd het assignaat in het leven geroepen. In 1789 riep koning Lodewijk XVI de Staten-Generaal bijeen om een oplossing voor de crisis te bedenken. Op deze Staten-Generaal werd een Assemblée constituante, een grondwetgevende vergadering, opgericht ; dat orgaan kreeg de opdracht een middel te vinden om de staatsschuld te delgen. De Assemblée constituante besliste het belastingstelsel van het Ancien Régime af te schaffen, dat ervaren werd als een onderdrukking van het volk. Onder het Ancien Régime werden veel belastingen geheven die bijzonder ongelijk verdeeld waren en dat leidde tot onlusten en opstand.

Gedeputeerde Charles-Maurice de Talleyrand, die tevens bisschop van Autun was, formuleerde het voorstel om alle kerkelijke goederen te seculariseren. Het ging daarbij om een bijzonder grote hoeveelheid goederen, die in hoofdzaak gebouwen en landbouweigendommen omvatten, waarvan de totale waarde Assignaten : geld van de Franse Revolutie Vanaf januari 1792 werden assignaten uitgegeven in sols of sous (1 pond = 20 sous). op 2 à 3 miljard pond geschat werd. De Nationale Vergadering besliste om het geconfisqueerde kerkgoed bij opbod te verkopen. Het principe was eenvoudig : wie een geseculariseerde kerkelijke bezitting wilde kopen, kon dat alleen maar doen in ruil voor assignaten die vooraf gekocht moesten worden. Deze assignaten leken sterk op schatkistbons. De waarde van dat papieren geld werd gewaarborgd door deze nationale domeinen, die dus als onderpand aan dat geld werden toegewezen of ‘geassigneerd’. Op deze manier kon er rechtstreeks geld in de staatskas vloeien, dankzij de leningen van particulieren die een interest van 5 % opleverden, zonder op de daadwerkelijke verkoop van de goederen te moeten wachten.

Vanaf januari 1792 werden assignaten uitgegeven in sols of sous (1 pond = 20 sous).

De eerste assignaten werden in december 1789 gemaakt. Daarvoor werd toen de Caisse de l’Extraordinaire opgericht. Haar opdracht bestond erin dit papieren geld uit te geven en de opbrengst van de verkoop van de geconfisqueerde kerkelijke bezittingen te innen. De Caisse gaf een eerste reeks assignaten uit voor een bedrag van 400 miljoen pond. De eerste assignaten werden uitgedrukt in pond en uitgegeven in biljetten van hoge bedragen (200, 300 en 1000 pond), waardoor ze moeilijk voor andere transacties gebruikt konden worden. Zodra de assignaten opnieuw in handen kwamen van de staat, moesten ze worden vernietigd. In de Nationale Vergadering bestond van meet af aan wel discussie over de biljetten. Sommige gedeputeerden vreesden dat er te veel assignaten in omloop gebracht zouden worden ten opzichte van de waarde van de nationale goederen. Die ongerustheid werd gevoed door de herinnering aan het bankroet van het systeem van Law …

Vanaf 1795 werden assignaten uitgedrukt in frank (de nieuwe munteenheid ter vervanging van het pond)

Vanaf 1795 werden assignaten uitgedrukt in frank (de nieuwe munteenheid ter vervanging van het pond)

Op 17 april 1790 besloot de regering, die nog steeds in grote geldproblemen verkeerde, tot een wettelijke koers voor het assignaat en verlaagde ze de rente van 5 % tot 3 %, alvorens die volledig af te schaffen. Zo werden assignaten echt papiergeld. Daarbovenop vernietigde de staat niet langer de gerecupereerde assignaten. Jacques Necker, de minister van Financiën en fervent tegenstander van papiergeld, was fel gekant tegen de beslissing om van de assignaten een wettig betaalmiddel te maken en diende in september zijn ontslag in. De Nationale Vergadering en de regering zetten hun plannen echter door en brachten nog meer assignaten in omloop. Ter ondersteuning van de assignaten verplichtte de regering handelaars bijvoorbeeld dat papieren geld te aanvaarden en verbood ze de omwisseling van assignaten tegen edelmetalen. Nog een probleem met dit papiergeld was dat het gemakkelijk te vervalsen viel. Onder meer Engeland bracht, als grote vijand van Frankrijk, vervalste assignaten in omloop, met de bedoeling de Fransen in de war te brengen. Al snel werden van zowat overal valse assignaten aangeboden. In een mum van tijd kwam heel het systeem onder druk en de Franse staat moest nog meer biljetten in omloop brengen om de hoge kosten te kunnen betalen van de oorlog die hij in 1792 tegen Oostenrijk begonnen was. Deze oorlog was de eerste in een hele reeks van internationale crises tussen het revolutionaire Frankrijk en de rest van Europa.

Door die overvloed aan assignaten kreeg Frankrijk af te rekenen met hyperinflatie. Alleen al tussen 1790 en 1793 verloor het assignaat 60 % van zijn waarde. Op zeven jaar tijd vertwintigvoudigde de Revolutie de geldhoeveelheid van het land. Bij deze overmaat aan assignaten garandeerden de door de staat geconfisqueerde kerkelijke goederen niet langer hun waarde en verminderden die biljetten bijgevolg ook in waarde. In 1796 waren er assignaten in omloop voor een totaalbedrag van 45 miljard pond, terwijl de geraamde hoeveelheid kerkelijke goederen 2 tot 3 miljard bedroeg. In een dergelijke inflatoire situatie waren deze biljetten waardeloos. In februari 1796 verbrandde het Directoire symbolisch de compleet waardeloos geworden assignaten en de drukplaten ervan op de place Vendôme en verving ze door een nieuw biljet : het territoriaal mandaat. Dit territoriaal mandaat onderging hetzelfde lot als de assignaten, maar verloor zijn waarde nog veel sneller. Een jaar later was het al verdwenen en nam de klinkende munt zijn plaats weer in.

Van het assignaat werd verwacht dat het de staatsschuld zou wegwerken, maar niets was minder waar : het maakte de financiële crisis alleen maar erger. Toch was het assignaat niet voor iedereen een mislukking. Het gaf niet alleen Frankrijk de mogelijkheid de oorlog van 1792 te financieren, maar bood Franse boeren ook de kans gronden aan te kopen die zij anders nooit hadden kunnen verwerven. Dat was te danken aan dit in waarde dalende papiergeld en aan de mogelijkheid om de betaling in termijnen uit te voeren.

Laurie De Maré
Museumgids

Bibliografie:

  • Florin AFTALION, L’économie de la Révolution française, Quadrige/Presses Universitaires de France, 1996.
  • Jean LAFAURIE, Les assignats et les papiers-monnaies émis par l’Etat au XVIIIe siècle, Le Léopard d’Or, Paris, 1981.
  • Jean MORINI-COMBY, Les assignats: révolution et inflation, Paris: Nouvelle librairie nationale, 1925.
  • Revue “NUMISMATIQUE & change”: Le billet: une collection passionnante à la portée de tous, Seiten 37 bis 43.