De Robustus  Share

Printversie (pdf)

Het object van deze maand is de Antwerpse Robustusdaalder uit 1584. Het is een noodmunt die de moeilijke situatie illustreert waarin de Scheldestad zich toen bevond. De verspreiding van het protestantisme in de zestiende eeuw kende immers ook in de Nederlanden een groot succes. Al vlug echter botsten de gereformeerde gebieden frontaal met de katholieke Spaanse overheerser. Filips II, koning van Spanje en zoon van Karel V, was vastbesloten om het katholicisme in ere te herstellen en het calvinisme uit te roeien. Dit leidde tot de tachtigjarige oorlog waarin de Zeventien Provinciën het tegen Spanje opnamen. Naast religieuze motieven speelden echter ook sociaaleconomische factoren een rol.

F. Hogenberg (Beeldenstorm in O.L.V. Kathedraal Antwerpen, 1567). Inventarisnr. I1967.

F. Hogenberg (Beeldenstorm in O.L.V. Kathedraal Antwerpen, 1567). Inventarisnr. I1967.

De opstand tegen Filips II begint in 1566, het wonderjaar, waarin radicale protestanten enkele kerken en katholieke symbolen stukslaan. Als reactie op deze Beeldenstorm stuurt Filips II de hertog van Alva naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen. Wat volgt is een periode van repressie en radicalisering van de opstand als reactie op het hardhandige optreden van de Spanjaarden. Pas wanneer Alva teruggeroepen wordt, stabiliseert de situatie zich. Met de aanstelling van een nieuwe landvoogd en de ondertekening van de pacificatie van Gent (1576) wordt het broze evenwicht hersteld. Wanneer de volgende landvoogd, Don Juan, echter deze pacificatie naast zich neerlegt, grijpen de calvinisten de macht in verschillende Vlaamse en Brabantse steden. Zo wordt ondermeer in Gent, Brussel, Mechelen, Brugge en Antwerpen een calvinistisch bewind gevestigd en worden zij dus de facto onafhankelijk. De stedelijke corporaties, zoals ambachten en gilden, spelen hierbij een belangrijke rol en zien hun privilegies uit de Middeleeuwen hernieuwd.

Antwerpen had een sterke economische groei gekend in de zestiende eeuw en was op zijn hoogtepunt, rond 1570, goed voor ongeveer 75 procent van de export uit de Spaanse Nederlanden. Ook deze handelsmetropool bleef echter niet gespaard van de politieke en religieuze omwentelingen die de Nederlanden teisterden. Het calvinistische bewind begon in de Scheldestad op 12 december 1577 en op dat moment verklaarde deze stad zich dus onafhankelijk van Spanje en Filips II. Die stuurde echter één van zijn bekwaamste veldheren, Alexander Farnese, naar de Nederlanden om de verloren gebieden terug te veroveren. Door militair vernuft en goede onderhandelingstechnieken slaagde Farnese erin om snel op te rukken naar het noorden en stad na stad te heroveren. Het einde van het calvinistische bewind te Antwerpen komt er op 19 augustus 1585 wanneer de stad zich na een belegering van ongeveer 14 maanden moet overgeven aan Alexander Farnese en zich terug onderwerpt aan het Spaanse gezag. Farnese had ondermeer de Schelde afgesloten zodat de opstandige stad niet meer bevoorraad kon worden. Ook bood hij bij de onderhandelingen tot overgave de meest radicale elementen de kans om de stad te verlaten en zich elders te vestigen. Farnese wordt nadien echter door Filips II bevolen om zijn pijlen te richten op de Fransen en zijn heroveringstocht in de Nederlanden te staken. Hierdoor ontsnapt het noorden aan het lot van de zuidelijke steden.

De val van Antwerpen zorgde voor een kantelmoment in de scheiding van de Nederlanden in Noord en Zuid, die tot op de dag van vandaag behouden blijft. De Zuidelijke Nederlanden werden opnieuw katholiek en een deel van het Habsburgse rijk. Het Noorden slaagt erin protestants te blijven en zich los te rukken van het Spaanse juk. Door de uittocht van de intelligentsia uit de overwonnen Vlaamse en Brabantse steden naar het noorden, ontpoppen de Noordelijke Nederlanden zich tot een welvarende handelsnatie in de 17de en 18de eeuw met Amsterdam als middelpunt. Antwerpen verliest zijn bevoorrechte handelspositie door de blokkade van de Schelde en moet met lede ogen toezien hoe het economisch zwaartepunt zich verplaatst naar Amsterdam. De oorlog met Spanje zal in het noorden nog voortduren tot de vrede van Münster in 1648, het einde van de tachtigjarige oorlog.

Tijdens de opstand en de onafhankelijkheid van verschillende steden werd ook de muntslag gedecentraliseerd. In dat opzicht werd in het jaar voorafgaand aan de val van Antwerpen, 1584, de Robustusdaalder geslagen. De munt woog 28,6 gram en had een zilvergehalte van 83,3%. Een daalder is een zilveren munt die omstreeks 1500 voor de eerste maal geslagen werd in Joachimsthal (Tirol), vandaar de naam «Joachimstaler» wat dan later «taler» of «daalder» werd. Deze munten werden al snel zeer populair omdat ze een overgang vormden tussen de gouden munt en het zilveren kleingeld.

Robustus (keerzijde en voorzijde). Inventarisnr. N718.

Robustus (keerzijde en voorzijde). Inventarisnr. N718.

Op de keerzijde zien we een krijger afgebeeld in antieke uitrusting met een helm op het hoofd. In de rechterhand draagt hij een zwaard en in de linker een schild. Achter deze soldaat staat de dreigende Brabantse leeuw. De tekst op deze zijde is afkomstig uit het boek van Jozua, een deel van het Oude Testament. Er staat: «CONFORTARE ET ESTO ROBUSTUS», wat zoveel betekent als : «Wees sterk en moedig». Dit zijn allemaal referenties naar de moeilijke periode die Antwerpen doormaakte naar aanleiding van de Spaanse belegering.

Op de voorzijde duikt de Brabantse leeuw opnieuw op. Ditmaal afgebeeld op het wapenschild van het Hertogdom Brabant. Aan beide zijden van dit wapenschild staat een gekroonde letter «B», eveneens een verwijzing naar Brabant. Rondom deze afbeelding staat «MONAETA DUCATUS BRABANTIAE 1584» geschreven. Een verwijzing naar de plaats en datum waarop deze munt werd geslagen.

Het Antwerpse muntatelier heeft tussen september 1584 en juni 1585 34.715 van deze Robustusdaalders geproduceerd. Men liet ook een halve Robustusdaalder slaan die dezelfde beeldenaar had als het grote stuk. Hiervan werden er 288.145 in omloop gebracht. Het ontwerp voor deze muntreeks was nieuw, men maakte geen gebruik van een bestaande munt als voorbeeld. Voor de gouden munt die door de Staten van Brabant werd geslagen, nam men de gouden munt van Filips de Goede als voorbeeld.

David Hesters,
museumgids

Bibliografie

  • Asaert (G.). 1585: De val van Antwerpen en de uittocht van Vlamingen en Brabanders. Lannoo, Tielt, 2004.
  • Delmonte (A.). De zilveren Benelux. Schulman N.V., Amsterdam, 1967.
  • De Witte (A.). Histoire monétaire des Comtes de Louvain, Ducs de Brabant et Marquis du Saint Empire Romain. Drukkerij Veuve De Backer, Antwerpen, 1896.
  • Hesters (D.). Zoot hier voortijds geweest hadde. De rol van de stedelijke corporaties in de Gentse calvinistische republiek (1577-1584). Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Universiteit Gent, 2009.
  • Marnef (G.). Antwerpen in de tijd van de Reformatie. Ondergronds protestantisme in een handelsmetropool 1550 – 1577. Meulenhof, Amsterdam, 1996.
  • Van Beek (E.J.A) (red.). Encyclopedie van munten en bankbiljetten. Samsom, Alphen aan den Rijn, 1986.