Het ontwerp van de eurobiljetten  Share

Ontwerp Abstract/Modern van Roger Pfund

Op 1 januari 2002 werd de euro voor het eerst geïntroduceerd in het euroge­bied. Op die dag, die ook wel €-Day genoemd wordt, verwelkomden 305 miljoen Europeanen in twaalf verschillende landen de nieuwe eurobiljetten en -munten. De definitieve stap naar een economische en monetaire unie was gezet en sindsdien voegden nog vijf landen zich bij de eurozone. Nu, meer dan negen jaar na €-Day, staat men amper nog stil bij het ontwerp van de eurobiljetten. Er is echter een hele weg afgelegd om te bepalen hoe die nieuwe biljetten er zouden uitzien.

Het belangrijkste criterium voor het ontwerp van een bankbiljet is dat het zo moei­lijk mogelijk te vervalsen is, maar het is ook van belang dat het biljet er aantrekkelijk uitziet. De uitdaging is dus om de veiligheidskenmerken te combineren met artis­tieke creativiteit. In 1992 begon een Werkgroep van het comité der gouverneurs van de centrale banken reeds met de voorbereidingen voor het ontwerp van de eurobiljetten. Ze waren het er allen over eens dat de iconografie van de biljetten de nationale tradities moest overstijgen en geen voorkeur voor een bepaald geslacht mocht weergeven. Bovendien moesten de biljetten de Europese waarden van open­heid en samenwerking tussen de Europese landen en tussen Europa en de rest van de wereld representeren.

In november 1994 heeft de Raad van het Europees Monetair Instituut (EMI), de voorloper van de Europese Centrale Bank (ECB), aan de Werkgroep Bankbiljetten gevraagd om een reeks ontwerpthema’s uit te werken. Samen met enkele deskun­digen op het gebied van (kunst)geschiedenis, psychologie en vormgeving stelde de Werkgroep achttien neutrale thema’s voor, waaronder de Europese fauna en flora, gemeenschappelijke mythen en legenden, de grondleggers van Europa, etc. Van de achttien thema’s werden er uiteindelijk drie voorgesteld aan de Raad van het EMI: ‘Tijdperken en stijlen van Europa’, ‘Abstract en modern’ en ‘Europees erfgoed’.

Toen de wedstrijd voor grafische vormgeving van de eurobiljetten in 1996 van start ging, kregen de kandidaten enkel de keuze tussen de eerste twee thema’s. Als de ontwerpers kozen voor ‘Tijdperken en stijlen van Europa’ mochten ze op elk biljet een bepaalde historische periode afbeelden door middel van een architecturaal kenmerk. De tijdperken werden als volgt toegeschreven aan de coupures: klassiek voor het biljet van € 5, romaans voor € 10, gotiek voor € 20, renaissance voor € 50, barok & rococo voor het biljet van € 100, het tijdperk van ijzer & glas voor € 200 en voor het biljet van € 500 de moderne architectuur van de 20e eeuw. De biljet­ten met het thema ‘Abstract en Modern’ moesten een hedendaagse of moderne afbeelding van abstracte en figuratieve elementen weergeven.

Ontwerpreeks Abstract/ Modern van Maryke Degryse

De Raad van het EMI bepaalde ook de kleuren en grootte van de verschillende coupures en besliste welke woorden er op de biljetten mochten verschijnen. Dit laatste bleef beperkt tot de naam van de munteenheid, zowel in het Latijnse als in het Griekse alfabet, en de initialen van de Europese Centrale Bank in de vijf lingu­istische varianten: BCE-ECB-EZB-EKT-EKP. De handtekening van de president van de ECB moest dicht bij deze initialen afgebeeld worden. Verder moest de waarde van de coupure minstens twee keer op elke zijde van het biljet staan en konden de twaalf sterren als symbool voor de Europese Unie zowel op de voorzijde als op de achterzijde afgebeeld worden.

De ontwerpwedstrijd stond enkel open voor de grafisch ontwerpers die door de gouverneurs van de centrale banken zelf waren geselecteerd. Alle centrale banken, met uitzondering van de Deense, droegen ontwerpers voor met een maximum van drie per land. Zij kregen zeven maanden de tijd om voor alle zeven coupures ont­werpen in te leveren op basis van één of van beide thema’s. Toen de wedstrijd werd afgerond op 13 september 1996 hadden 29 individuen of teams van ontwerpers in totaal 44 ontwerpen gemaakt, waarvan 27 met een traditioneel en 17 met een modern concept.

Alle ontwerpen kregen een codenummer om te verzekeren dat de beoordelingspro­cedure anoniem en onpartijdig verliep. Een jury van onafhankelijke deskundigen op het gebied van marketing, vormgeving en kunstgeschiedenis mocht de ontwerpen beoordelen en een lijst samenstellen van de vijf beste ontwerpseries voor elk thema. De beste ontwerpen volgens de jury waren:

  • Abstract & Modern : Klaus Michel & Sanne Jünger, Roger Pfund, Robert Kalina, Maryke Degryse (België), Terry Thorn
  • Tijdperken & Stijlen: Yves Zimmerman, Robert Kalina, Ernst & Lorli Jünger, Inge Madlé, Daniel & Johanna Bruun

Deze tien series werden via een marktonderzoeksbureau ter bevraging voorgelegd aan meer dan 2000 mensen uit de landen die waarschijnlijk deel zouden gaan uit­maken van het eurogebied. De respondenten kregen zo’n dertig vragen voorge­legd. Alle ontwerpen werden door hen op het eerste gezicht herkend als bankbiljet­ten, met uitzondering van de serie van Roger Pfund en de moderne serie van het Jüngerteam, die eerder aan kunstwerken deden denken. De reeks van de hand van de Belgische ontwerpster Maryke Degryse haalde het meest aantal voorkeursstem­men (35%) bij de publieksenquête. Hoewel slechts 23% de voorkeur gaf aan de traditionele ontwerpen van Robert Kalina, vonden de meeste mensen (76%) wel dat in zijn reeks bankbiljetten de idee van Europa beter tot uiting kwam.

Portret Robert Kalina

Voor de jury was het vooral belangrijk dat de bankbiljetten een Europees karak­ter uitstraalden, dus toen het oordeel van de jury werd gecombineerd met de uit­komsten van de publieke opiniepeiling, kwam het ontwerp van Robert Kalina als winnaar uit de bus. Deze graficus uit Oostenrijk had zijn serie gewijd aan de ver­schillende Europese bouwkundige stijlen en kon op basis van stilistische abstracties van bestaande gebouwen het gemeenschappelijke culturele erfgoed van alle lidstaten van de Europese Unie op een artistieke wijzen representeren.

Vanaf juli 1999 begon men met de productie van de eurobiljetten. Tegen eind 2001 waren al meer dan 15 biljoen biljetten gedrukt in vijftien verschillende drukkerijen en vanaf 1 januari 2002 konden we voor het eerst betalen met de eurobiljetten zoals ze ont­worpen waren door Robert Kalina.

 

Greet de Lathauwer,
Museumgids

Bibliografie:

One Trackback

  1. […] post: Designing the Euro banknotes — Museum of the National Bank of Belgium Posted in Archive Tags: collection, economy-through, explore-the-history, history, museum, […]