- Museum of the National Bank of Belgium - https://www.nbbmuseum.be/nl -

Vedergeld

In het kortDeze rol vedergeld werd lange tijd op de Santa Cruz-archipel gebruikt, een eilandengroep die deel uitmaakt van de Solomoneilanden. Vedergeld werd gebruikt voor belangrijke transacties maar ook voor rituele betalingen. Zo diende het bijvoorbeeld als bruidsschat. Als compensatie voor het verlies van hun dochter, kreeg de familie van de bruid meerdere rollen vedergeld. Voor de productie ervan werd de voorvaderlijke kennis doorgegeven van generatie op generatie. De rol bestaat uit een verzameling rode pluimen van de Kardinaal dwerghoningeter of Myzomela Cardinalis. Voor dit werk waren minstens drie personen nodig. De vogelvanger ving de vogels. Een tweede specialist plakte de pluimen. Tot slot bond de rollenbinder met koorden alle plaatjes aan mekaar tot een rol. Voor de vervaardiging van één rol waren minstens 50 000 veren nodig, oftewel 400 à 500 vogels, en 700 werkuren. In het museum loopt een documentaire waarin de productietechnieken worden getoond. In het begin van de twintigste eeuw werd het vedergeld vervangen door munten en biljetten. De rollen werden echter nog tot in de negentiger jaren gebruikt tijdens ceremonies.

 

Deze rol vogelveren is een heel opvallend betaalmiddel. Dit vedergeld werd lange tijd gebruikt op de Santa Cruz-archipel, een afgelegen eilandengroep die deel uitmaakt van de Solomoneilanden. De archipel bestaat uit de eilanden Ndende, Vanikoro, Utupua, Tinakula en een aantal koraaleilanden.

Myzomela Cardinalis, www.usa.gov

Myzomela Cardinalis, www.usa.gov

Het vedergeld bestond uit een 9 m lange band van plantenvezels die bedekt was met de rode veertjes van de Kardinaal dwerghoningeter (Myzomela Cardinalis) en kwam vaak voor als een dubbele rol. Eén dubbele rol was een handelseenheid die niet uit elkaar gehaald kon worden en bestond uit zo’n 50 000 à 60 000 rode veren. Waar het idee van vedergeld precies vandaan kwam, is niet duidelijk, maar de kleur rood wijst in ieder geval op een Polynesische invloed. Rood is de kleur van de goden en zeldzaam in de natuur.

De productie van het vedergeld beperkte zich hoofdzakelijk tot het zuidwestelijke deel van het hoofdeiland Ndende en bestond uit 3 fases. Iedere fase werd uitgevoerd door een specialist, die de magische kennis gekregen had van de geesten. De techniek werd doorgegeven van vader op zoon. In een eerste fase werden de dwerghoningeters gevangen door een vogelvanger. Hiervoor bestreek hij een tak met het sap van de moerbeiboom, dat als lijm diende. Daarna lokte hij de vogels. Dit deed hij met een echte maar vastgebonden vogel, met een opgezette lokvogel of door de lokroep van het beestje na te bootsen. Wanneer de vogel aan de tak vastkleefde, werd hij geplukt.

De rollenbinder aan het werk

De rollenbinder aan het werk

Een tweede specialist maakte vervolgens de plaatjes (ook wel lendu genoemd) waarmee de banden werden samengesteld. Als basis gebruikte hij de stijve veren van een duif. De duiven werden eerst neergeschoten met pijl en boog, waarna de veren met het sap van de moerbeiboom aan elkaar werden geplakt. Op ieder plaatje werden dan de rode veertjes van de dwerghoningeter geplakt. In totaal waren 1 500 à 1 800 plaatjes nodig voor 1 rol.

De plaatjes werden vervolgens naar de rollenbinder gebracht. Die bond alle plaatjes aan mekaar tot ze een 9 meter lange rol vormden. Hiervoor werden 2 koorden uit boombast evenwijdig van elkaar gespannen tussen 2 bomen. Ze werden uit mekaar gehouden door een rekstaaf uit het vleugelbot van een vliegende maki. De specialist verbond vervolgens de plaatjes tussen beide koorden. Hierbij verbond hij ze naar buiten toe. De plaatjes overlapten elkaar zoals dakpannen. Aan 1 rol werd ongeveer 700 uur gewerkt.

Het eindresultaat was een vederrol die helderrood van kleur was. Hoe helderder de kleur en hoe beter de staat van de rol, hoe hoger de waarde. In totaal waren er 10 rangen binnen het vedergeld. Banden van de eerste rang waren het helderst van kleur en dus veel waard. De banden van de laagste rang waren bijna helemaal zwart en vaak in slechte staat. Een band van een welbepaalde rang was tweemaal zoveel waard als een band van een lagere rang. Om de banden te bewaren, werden ze samen met amuletten in bladeren en lompen verpakt en zo’n 2 meter boven het vuur gehangen. Eens gedroogd waren ze minder vatbaar voor schimmel en insecten.

Een dubbelrol

Een dubbelrol

Als we naar traditioneel geld kijken, moeten we onze westerse definitie van geld even achterwege laten. De verschillende geldvormen zoals vedergeld, schelpen of steen dienden niet alleen voor handel, maar ook voor rituele betalingen zoals boetes en compensatiebetalingen. Een van de opvallendste bestedingen van vedergeld was de betaling van de bruidsschat. Het was een overdracht van goederen en diensten van de familie van de man aan de familie van de vrouw. Het huwelijk van een dochter betekende immers een verlies voor de familie, niet alleen op emotioneel vlak, het betekende ook het verlies van een arbeidskracht. De bruidsschat werd zo beschouwd als een compensatie voor het verlies van de dochter. Een bruid was meestal tien vederrollen waard, alhoewel het aantal rollen voor een vrouw van de westelijke eilanden wel eens kon oplopen. Die vrouwen waren immers extra handig: zij konden goed vissen, peddelen en in fruitbomen klimmen.

Vedergeld werd ook gebruikt in het dagelijkse betaalverkeer. Tussen de verschillende eilanden van de archipel bestond een heel handelsnetwerk en er werd met vedergeld betaald maar ook aan ruilhandel gedaan. De kleine koraaleilandjes waren door hun zanderige onvruchtbare bodem niet geschikt voor landbouw, maar ze hadden wel een grote bevolking die vooral leefde van visvangst en varkenskweek. Ndende daarentegen was dunbevolkt maar wel groot en het had een vruchtbare bodem. De bevolking van de koraaleilanden ‘exporteerden’ dan ook vaak vrouwen naar Ndende en kregen daarvoor vedergeld in de plaats. Dat vedergeld werd dan weer vaak gebruikt om hout, boten of varkens te kopen.

Vandaag is het vedergeld grotendeels in onbruik geraakt. Sinds het begin van de twintigste eeuw en zeker sinds de Tweede Wereldoorlog wordt er op de Santa Cruz-archipel betaald met westerse munten en biljetten. De laatste man die nog rollen vedergeld kon maken, stierf in de jaren ‘80. We kennen de productietechnieken dankzij de documentaire van de antropoloog Gerd Koch (1922-2005). Verzamelaars of musea beschikken over nog enkele exemplaren van het vedergeld. De rest van de overgebleven rollen zijn vaak beschadigd of in slechte staat. Veel vederbanden werden door de bewoners van de archipel in zee gegooid. Ze mochten immers niet worden verkocht buiten de eilanden omdat ze deel uitmaakten van het nationaal erfgoed.

Katrien Costermans,
 Museumgids