Elektronisch betalen  Share

Printversie (pdf)

elektronisch betalen

Betalen is een alledaagse handeling. De wereld van de betalingen is de laatste tien jaar sterk veranderd (Internet, GSM).  De instrumenten werden gedematerialiseerd en geautomatiseerd.  Maar wat verstaat men onder betaalmiddelen?  Betaalmiddelen zijn, volgens Régis Bouyala, «ter beschikking van de economische subjecten gestelde transactiemiddelen […] om de prijs van een goed of dienst te vereffenen of een schuld te voldoen»(1).

We kunnen twee grote groepen onderscheiden: chartaal geld en giraal geld. Chartaal geld is belichaamd in contanten, dat wil zeggen bankbiljetten en muntstukken. Giraal geld leidt tot een boeking op een rekening via cheque, overschrijving of bankkaart. De bankkaart, die in België aan het einde van de jaren zeventig opdook, maakt onder meer binnenlandse betalingen mogelijk dankzij de eenvoud in gebruik, de algemene aanvaarding ervan en de talrijke diensten die eraan verbonden zijn. Onlangs ontstond een derde groep, namelijk het elektronisch geld. Deze groep omvat de vooruit betaalde portemonnees waarvan de betalingen elektronisch worden geïnitieerd, verwerkt en ontvangen (via een chip).

Elektronisch betalen overlapt dan weer verschillende terreinen: de economie, het bankwezen, de informatica en de netwerken. In het Frans spreekt men in dat verband van «monétique», een samenvoeging van de woorden moné(taire) en (informa)tique. Die term wordt al sinds de jaren tachtig gebruikt en kan worden gedefinieerd als «het geheel van technieken in de elektronica, informatica en telematica waarmee [bancaire] transacties en overdrachten kunnen worden verricht (bankkaart, elektronische overschrijving, enz.)»(2).

Het betaalmiddel dat een meerderheid van de Europeanen het vaakst gebruiken, is de bankkaart. Het gebruik ervan loopt echter sterk uiteen van land tot land. In 2007 verrichtte een Europeaan gemiddeld 55 betalingen per jaar met een kaart, een Fin 153 en een Deen 160, terwijl een Pool er iets meer dan 10 uitvoerde. In Europa vindt 95 % van de binnenlandse (nationale) betalingen plaats via kaarten. De betalingen in de Benelux geschieden voornamelijk met debetkaarten (Maestro), terwijl in het Verenigd Koninkrijk kredietkaarten (die worden gehanteerd als kaarten met uitgesteld debet) het meest worden gebruikt.

sepaHet in 2002 gestarte SEPA-project (Single Euro Payments Area) is erop gericht Europese girale betalingen in euro te uniformiseren. Eenendertig landen nemen eraan deel, namelijk de zevenentwintig landen van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, Liechtenstein en Zwitserland. Grensoverschrijdende overschrijvingen zijn het talrijkst. De kaarten Bancontact/Mister Cash worden het meest gebruikt voor binnenlandse bedragen.
De eerste betaalkaarten hadden de vorm van een plastic kaart met inscripties in reliëf. Dankzij de automatisering werden de kaarten vervolgens uitgerust met een magneetstrook. Voor de verwerking van de elektronische transacties werd toen gebruik gemaakt van het telefoonnet. In dat verband rezen echter nog vragen over de veiligheid. Deze kreeg haar beslag door de invoering van kaarten met een elektronische chip. EMV is trouwens een internationale standaard voor chipkaarten die vanaf 1997 werd nageleefd door de internationale netwerken Europay, Mastercard en Visa (vanwaar het letterwoord EMV).

kaartenOp de huidige bankkaarten zijn verschillende veiligheidskenmerken zichtbaar. De schikking van de kenmerken verschilt van kaart tot kaart. Op de voorzijde staat met name het kaartnummer (eindigend op de Luhn-sleutel), het IBAN-rekeningnummer (International Bank Account Number) en de elektronische chip. De achterzijde bevat onder meer de magneetstrook en de handtekening.

De kaart biedt twee diensten aan: betalingen en geldopnames.  Ze wordt steeds gebruikt in samenhang met een rekening waaraan de bedragen van de verrichte transacties worden onttrokken. De debetkaart is een magneetkaart waarmee een bankrekening rechtstreeks voor een bedrag kan worden gedebiteerd. Omgekeerd worden betalingen met een kredietkaart pas op de maandelijkse vervaldag van de rekening afgeschreven.
Er zijn vier belangrijke actoren bij een betaling met een kaart: de kaarthouder, de bank van de houder (vaak de bank die de kaart uitgeeft), de acceptant (degene die de betaling ontvangt) en de incasserende bank (die de transacties ter beschikking van de emitterende bank stelt).

In de wereld van het elektronisch betalen bestaan er twee soorten stromen van financiële transacties. De binnenlandse stromen zijn de transacties die in een land worden verricht door houders van kaarten uitgegeven door financiële instellingen van dat land. De internationale stromen, van hun kant, kunnen in twee categorieën vallen: de transacties die in een land worden verricht door houders van kaarten uitgegeven door buitenlandse banken of die welke in het buitenland worden verricht door houders van kaarten uitgegeven door banken van het land van herkomst. De transacties vinden dan plaats tussen de banken via internationale netwerken zoals Visa of MasterCard.

Catherine Dauvister,
Museumgids

Bibliografie

  • Bouyala Régis, Le monde des paiements, Paris, Revue Banque Edition, coll. Techniques bancaires, 2005, p. 21.
  • Bouyala Régis, Les paiements à l’heure de l’Europe et de l’e-paiement, Paris, Revue Banque Edition, coll. Les essentiels de la banque et la finance, 2009.
  • Bryon Marie & Van Overstraeten Christophe, Des cartes et des terminaux. 25 ans de paiements électroniques en Belgique, Banksys, 2004.
  • Hallepée Didier, L’univers de la monétique : histoire, fonctionnement et perspectives, Paris, Domptin, coll. Arc-en-Ciel. Economie, 2009.
  • Hallepée Didier, SEPA : l’espace des paiements en euro, Paris, Domptin, coll. Arc-en-Ciel. Economie, 2009.
  • Sherif Mostafa Hashem, Paiements électroniques sécurisés, Paris, Pesse polytechniques et universitaires romandes et GET, coll. Technique et scientifique des telecommunications, 2007, p. 2.

acties