De Katangakruisen  Share

Printversie

Katangakruisen

Katangakruisen

Onlangs vierde de Democratische Republiek Congo de vijftigste verjaardag van haar onafhankelijkheid. Van deze gelegenheid maken we gebruik om een specifiek object te bespreken uit Katanga, de meest zuidelijk gelegen provincie van de Republiek: het koperen kruis.

Sinds jaar en dag heeft Katanga kunnen profiteren van een speciaal prestige dankzij zijn rijkdom aan ertsen. Vooral zijn kopermijnen zijn steeds erg gerenommeerd geweest. Deze worden al lang geëxploiteerd. Vanaf de 16de eeuw bijvoorbeeld werd er koper uitgevoerd naar de kust van Angola en vandaar zelfs tot in Europa. Vroeger was het delven en het smelten van koper het voorrecht van het besloten gilde van «de kopervreters», dat deel uitmaakte van een geheim genootschap of bwanga. Zijn leden waren de enigen die kopererts mochten delven en bewerken. De productie van het kostbare metaal werd omgeven door rituelen, beroepsgeheimen, tradities en magie. Het beroep van smelter droeg een stempel van prestige en sacraliteit. Vooraleer men mocht werken met koper, moest men eerst toegelaten en daarna geïnitieerd worden in het gilde.

Source: Réseau Documentaire International sur la Région des Grands Lacs africains, http://www.grandslacs.net/

Source: Réseau Documentaire International sur la Région des Grands Lacs africains, http://www.grandslacs.net/

De ontginning van het kopererts gebeurde tijdens het droge seizoen, rond midden mei. De Ouderen, de verantwoordelijken van de groep, kondigden het begin van de oogst aan met de woorden «laten we koper vreten». Zij waren het ook die de controle hadden over de productie en de verdeling van de kruisen. Vrouwen en kinderen verwijderden het malachiet (basisch kopercarbonaat, donkergroen gekleurd, verweerd kopererts van bladerige of dichte structuur) uit de bodem, terwijl de mannen met een houweel diepe putten, soms zelfs tot 35 meter diep, groeven om het kostbare erts te ontginnen. De ontginning duurde drie maanden. Het erts werd daarop verhit en gereduceerd in tijdelijke of permanente hoogovens gemaakt uit klei van de talrijke Katangese termietenheuvels. In de hoogovens werd gestookt met houtskool of brandhout en voor ventilatie werden blaasbalgen van antilopenhuid gebruikt. De raffinage en het smelten van koper gebeurde in een andere oven. Gesmolten koper werd via een greppel naar een gietvorm geleid die met de vingers in het zand waren getrokken. De baren hadden de vorm van het Andreaskruis en dat verklaart meteen ook hun populaire naam «Katangakruisen». De ontginning van koper door «de kopervreters» zette zich door tot in 1903. Daarna kwam de koperontginning in handen van de Union Minière du Haut-Katanga – later herdoopt tot Gécamines, de Générale des Carrières et des Mines. Toch zijn er ook vandaag de dag nog een paar traditionele «creuseurs» of ontginners.

Katanga Cross

Katangakruis

Eeuwenlang hebben de kruisen in verschillende Centraal-Afrikaanse gemeenschappen gediend als betaalmiddel en als wisselgeld. Ze waren bijna evenveel waard als ivoor. Toch hebben de kruisen altijd meerdere functies en symbolische betekenissen gehad. Ze deden niet alleen dienst als geld maar ook als grondstofreserve. Ze waren daarnaast ook een teken van waardigheid en macht. Hun vorm en stijl varieerde naargelang de zone, het koninkrijk of het gezagsgebied waar ze gemaakt waren. Zo kon men aan de verspreiding van de kruistypes zien tot waar het machtsgebied van de verschillende koninkrijken zich uitstrekte. De eerste koperen kruisen verschenen rond de 13de eeuw in graven in het zuiden van het huidige Katanga, tegelijkertijd met kauris en glazen parels die ook als betaalmiddel werden gebruikt. Een groot kruis werd op de borst van de overledene gelegd. Vanaf de 14de eeuw, zien we dat de kruisen in de tombes nog maar enkele centimeters groot zijn en vanaf de 18de eeuw verdwijnen ze helemaal. Ze worden dan vervangen door de kauris en de parels in glaspasta. In de loop van de 18de en de 19de eeuw gebruikten de koperproducerende regio’s de kruisen voor het betalen van hun belasting aan het Koninkrijk Lunda. Dit Afrikaanse rijk besloeg een groot gebied bestaande uit het huidige Katanga, het noorden van Zambia en het oosten van Angola.

Vanaf het einde van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw werden de kruisen ook voor het dagelijkse betaalverkeer gebruikt, evenals voor bruidsschatten. In feite betekende het huwelijk van een dochter een verlies van arbeid voor de familie van de vrouw. In ruil werden daarom kruisen aangeboden. Een vrouw was een groot kruis waard, eventueel aangevuld met een of meerdere kleine kruisjes als zij opmerkelijke kwaliteiten had! In de loop van de 20ste eeuw kregen ze ook nog medische kracht toegedicht en werden ze gebruikt als geneesmiddel of als teken van waardigheid. Net na de onafhankelijkheid van Congo (30 juni 1960) wilde ook Katanga meer autonomie. De provincie scheurde zich na een staatsgreep af van de rest van het land. De Katangakruisen werden tijdens de korte periode van onafhankelijkheid (1960-1963) van de regio gebruikt als officieel embleem. De Nationale Bank van Katanga gaf ook muntstukken uit met de kruisen als beeldenaar.

Flag of the independent state of Katanga

Vlag van de onafhankelijke staat Katanga

Bepaalde lokale betaalmiddelen zoals de Katangakruisen trokken de aandacht van buitenlanders, zowel kolonisten als handelaars. Ze wilden vaak het lokale geld controleren en probeerden het te gebruiken tot hun eigen voordeel. In de 19de eeuw werden de kruisen bijvoorbeeld gebruikt door de grote Arabische koopmannen op hun handelsroutes naar Kenia aan de oostkust van Afrika.

 

Laura Pleuger,
Museumgids

Bibliografie:

  • Coquet M., “De l’anthropologie de l’art”, in Journal des africanistes, tome 65, fascicule 2, 1995, p.229.
  • Kuhn G. & Rabus B., Geld ist, was gilt, München, Staatliche Münzsammlung München, 2009, p.38.
  • Lekime F., Katanga pays du cuivre, Verviers, Gérard, 1966, 208 p.
  • Rivallain J., “Paléomonnaies africaines: formes et fonctions. Actualité scientifique.” in Bulletin de la Société préhistorique française, tome 82, n°9, 1985, pp.265-269.
  • Rivallain J., “Monnaies d’Afrique: visions africaines et visions européennes”, in Revue numismatique, 6ème série, tome 157, 2001, pp.121-130.

One Comment

  1. physician assistant
    Posted 10/07/10 at 06:50 | Permalink

    Pretty nice post. I just stumbled upon your blog and wanted to say that I have really enjoyed browsing your blog posts. In any case I’ll be subscribing to your feed and I hope you write again soon!