Kunst of geld. De wereld van Jacques Charlier.  Share

Printversie (pdf)

Kan kunst de wereld redden? Dit is een vraag waar ettelijke generaties kunstenaars, curatoren en toeschouwers zich reeds mee bezig hielden. De vraag blijft ondanks alle aandacht nog steeds onbeantwoord, en dat is misschien ook maar beter zo. Ensor ou le sens des images neemt echter, zo lijkt het, een loopje met die hele discussie. Mogelijk zit de eigenzinnige blik van de Luikse kunstenaar Jacques Charlier daar voor wat tussen.

J. Charlier, Ensor ou le sens des images

J. Charlier, Ensor, ou le sens des images, 55 x 100 cm, Acryl en olie op doek, Museum van de Nationale Bank van België, Inv. nr. A001731, 2002.

Jacques Charlier werd geboren in 1939 en behoort vandaag tot de toonaangevende hedendaagse kunstenaars in België. Hij leerde zijn stiel als autodidact door het systematisch verzamelen van kunstgegevens en bestuderen van interessante kunstenaars. Zo is zijn werk bijvoorbeeld beïnvloed door de kunst van Duchamps, Broodthaers en Magritte. Zijn omvangrijk en haast onbevatbaar oeuvre – dat hij overigens zelf zijn activiteiten noemt – beperkt zich niet tot één stijl, genre of medium. Zo is hij tegelijk muzikant, fotograaf, cineast, performer, schilder en schrijver.

Charlier typeert zichzelf als “groothandelaar van Belgische humor in alle categorieën”. Met een ironische dialectiek neemt hij paradoxaal genoeg vooral thema’s uit de kunst en de kunstwereld zelf onder handen. Op die manier stelt hij vragen over zowel het gebruik als de perceptie van het beeld en de originaliteit van een kunstwerk. Zijn spottende aanpak omvat een fl inke dosis zwarte humor en vaak typisch Belgische thema’s. Doorheen de jaren ontwikkelde hij met opzet geen persoonlijke stijl zodat hij de aura rondom kunst steeds maar weer kan blijven doorprikken.

K. Ponsaers en B. Grégoire, 100 Belgische frank

K. Ponsaers en B. Grégoire, 100 Belgische frank, 76 x 139 mm, div. druktechnieken, 1995.

Ensor ou le sens des images bestaat uit een ultramarijnblauwe zeefdruk van het laatste 100 frank biljet. De achtergrond is daarbij volledig goud geschilderd. De techniek lijkt rechtstreeks te stammen uit de Pop Art. Rechts staat er in grote zwarte letters “Each minute Belgian art changes the world”. Deze slogan verwijst volgens Charlier zelf naar “de zotte kant van België waar ik weet niet hoeveel kunstenaars per vierkante meter wonen die niemand interesseren. Ik beschouw het dan ook als een privilege om te wonen in een land dat niet bestaat en dat geen nationale identiteit heeft”. Het idee van het verbinden van woorden aan beelden is een erg Belgisch fenomeen. Hierbij is ook het wereldberoemde “ceci n’est pas une pipe” van Magritte niet veraf. Charlier zegt hier zelf over: “als ik de tekst laat samen gaan met het beeld, dan is dat inderdaad om de betekenis te benadrukken, zoals het toevoegen van achtergrondgeluid of muziek bij film”.

Charlier signeerde bovendien het werk rechts onderaan in de hoek. Hierbij plaatst hij zijn eigen handtekening niet aan de kant van de voorgedrukte handtekening van Ensor. Wil hij op deze manier de afgebeelde meester eren? Of wil hij benadrukken dat het hier om een “Gesamtkunstwerk” gaat, samen met de maskers, schelpen en onheilspellende figuren van die andere kunstenaar, Ensor? Tot nu toe is er nog maar weinig geschreven over dit kunstwerk, echte antwoorden zijn er dan ook in de literatuur nog niet geformuleerd. Antwoorden zijn bovendien überhaupt bijna niet aanwezig in het werk van Charlier, hij stelt liever de vragen.

Ensor ou le sens des images is een kunstwerk dat een groot deel van de thema’s in het oeuvre van Charlier samenbalt. Zo ook is bijvoorbeeld een soort van Belgicisme een duidelijke lijn in zijn oeuvre. De verbinding van woorden aan beelden werd in dit verband al genoemd. Hierbij aansluitend is het interessant te bekijken waarom de kunstenaar in 2002, het jaar van de ingebruikname van de euromunten en -biljetten, nog steeds kiest voor de toentertijd in onbruik geraakte Belgische frank. Uit puur Belgicisme? Als er echter verder over wordt nagedacht ontstaat er een wirwar van verwijzingen binnenin dit kunstwerk. De tekst stelt dat het gaat over Belgische kunst. De tekst verwijst dus naar dit – uiteraard Belgische – werk van Charlier zelf, maar ook naar de Belgische kunstgeschiedenis, hier vertegenwoordigd door Ensor. Belgisch geld zet het opschrift dus op het eerste zicht kracht bij. Verder kan men zich in dit opzicht afvragen waarom Charlier dan precies kiest voor een briefje van slechts 100 BEF. Als hij werkelijk “het grote geld” als onderwerp wilde nemen, had hij namelijk best een hoger bedrag gekozen. Op alle biljetten uit deze reeks komen namelijk Belgische kunstenaars voor (met uitzondering van 10.000 BEF). Mogelijk heeft hij gekozen voor de mystiek in de kunst van Ensor, ofwel heeft hij gewoonweg het meest gebruikte biljet genomen (met 395.681.200 exemplaren sinds 1995).

J. Charlier, Multiple timbre-poste

J. Charlier, Multiple timbre-poste, 49 x 39 cm, Zeefdruk op papier, collectie van de Nationale Bank van België, Inv. nr. A001669, 2000. – Een ander duidelijk voorbeeld van het Belgicisme in het werk van Charlier; een postzegel met de personificatie van België wordt voorgesteld met de symbolen van haar drie gewesten: de leeuw, de iris en de haan.

Wat er verder is geweten van het werk is dat het deel uitmaakt van een reeks, waarbij de afbeelding steeds hetzelfde bleef en enkel de gebruikte kleuren veranderden. De gouden achtergrond van deze versie van Ensor ou le sens des images roept daarmee extra associaties op. Goud staat in de meeste culturen namelijk bekend als een waardevol goed. In vele landen werd het bovendien lange tijd gebruikt als tegenwaarde voor de uitgegeven biljetten en munten. Vermits goud dus ook kan worden gezien als geld, spreken voor- en achtergrond dus haast over hetzelfde. Aan de andere kant herinnert de gouden achtergrond (samen met de ultramarijne opdruk) ook aan de Byzantijnse iconen, waarbij de afgebeelde god een vleugje sacralisatie meekreeg door het niet wereldse gouden decor achter hen. Wil Charlier hier mogelijk stellen dat wij geld en/of kunst (teveel) verafgoden? Is dit weer een kritiek op de kunstwereld vanuit die kunstwereld zelf?

Tenslotte houdt Charlier er ook van het individu in vraag te stellen. Dat is in dit kunstwerk onder andere te merken aan het feit dat hij als kunstenaar een object met de afbeelding van een andere kunstenaar reproduceert. Kijkt Charlier via de ogen van Ensor naar ons als toeschouwers? Of wil hij hier de toeschouwers wijzen op het belang van hun eigen blik? Die blik, die zo essentieel is bij het kijken naar kunst. Deze kringloop van heen en weer kijken is een element dat de toeschouwer meteen meetrekt, binnen in de wereld van dit kunstwerk.

Kortom, of kunst de wereld kan redden blijft nog steeds de vraag. De visie van Charlier is in elk geval dat kunst zeker de wereld van de kunst kan redden. Deze wereld is namelijk zijn onuitputtelijke inspiratiebron. Al de rest blijft een open vraag. Dit werk laat zien hoe dicht in onze denkwereld het sacrale van kunst en het wereldse van geld met elkaar verweven (kunnen) zijn. Dat maakt het een perfect werk om hier – in zaal 15 van het Museum van de Nationale Bank van België – aanwezig te zijn, precies op de plaats waar men probeert deze complexe dialoog tussen geld en cultuur tastbaarder te maken.

Annelies Thoelen,
Museumgids

Bronnen:

  • “Art Can blikt Belgische topkunstenaars in. Kunst. Panamarenko, Delvoye, Charlier en Corillon nemen blikje Cola Light onder handen”, in De Morgen, jrg. 24, 28-03-2002, pp. 25.
  • Botquin Jean-Michel, Chaque minute l’art à Liège change le monde, MAMAC, Luik, 2003.
  • Charlier Jacques, Dans les règles de l’art, Lebeer Hossmann, Brussel, 1983.
  • Fol Carine, L’art peut-il changer le monde (de l’art)?, interview on 14/06/07 and 04/07/07.