Theresiënstadt: biljetten als oogverblinding  Share

Op het einde van de Tweede Wereldoorlog bevrijden de geallieerde troepen geleidelijk alle concentratiekampen. Terwijl men zich enerzijds verheugt over het einde van de vijandelijkheden, wordt anderzijds de omvang duidelijk van de aangerichte ravage met onder meer de genocide van het Joodse volk. In vergelijking met het aantal personen die voet zetten binnen de kampen, zijn er slechts weinig getuigen die de vernietigingskampen levend verlieten. Zij spelen echter een zeer belangrijke rol in het onder ogen zien van de gepleegde oorlogsmisdaden. Hun getuigenis wordt ondersteund door verschillende materiële getuigen die bewaard zijn en die nu bestudeerd worden. Dit geldt ook voor het biljet van 100 kronen dat uitgegeven werd in Theresiënstadt evenals voor de andere reeksen bonnen en biljetten die gangbaar waren in werkkampen, concentratiekampen en getto’s.

Biljet van 100 kronen, voorzijde

Biljet van 100 kronen, voorzijde

Bonnen en biljetten in de kampen

Ook al weet men dat er geen reguliere handelsactiviteit mogelijk was binnen de kampen, toch waren biljetten – of eerder bonnen – er geen zeldzaamheid. Verschillende coupures waren in omloop in verscheidene kampen en getto’s. De gedeporteerden werden bij aankomst verplicht hun geld en waardepapieren in te ruilen tegen ‘plaatselijk geld’. Deze maatregel maakte deel uit van een uitgebreid veiligheidssysteem. En inderdaad, met geld dat enkel geldig was binnen een zeer beperkte zone zou een eventuele voortvluchtige niet ver raken. Niettemin werden deze biljetten ook gebruikt als geld. Soms als vergoeding voor bepaalde werkjes, soms om bepaalde goederen te kopen. Maar daarbij mag zeker niet uit het oog verloren worden dat de werkomstandigheden, de vergoedingen, de aangerekende prijzen allerminst voordelig waren voor de gevangenen.

Biljet van 100 kronen, keerzijde

Biljet van 100 kronen, keerzijde

Wanneer men het over dit geld heeft, gebruikt men eerder de term ‘bon’ of ‘coupon’ in de plaats van biljet. De reden is voornamelijk te zoeken in het feit dat deze bonnen over het algemeen vrij eenvoudig waren van ontwerp en drukwerk. De biljetten van Theresiënstadt zijn evenwel een uitzondering op deze regel. In dit kamp waren de verschillende denominaties die er in omloop waren bijzonder verzorgd. De munteenheid ‘krone’ verwijst tevens naar de munteenheid van het toenmalige Tsjechoslowakije. De coupures van 1, 2, 5, 10, 20, 50 en 100 kronen hadden alle hetzelfde ontwerp en verschilden enkel in kleur en grootte van elkaar. Op de biljetten zijn symbolen terug te vinden die verwijzen naar het Jodendom: de Davidster en Mozes met de Tafelen der Wet.

Indien er zoveel zorg besteed werd aan de vormgeving van de biljetten, dan is dit omdat uiterlijke schijn belangrijk was in Theresiënstadt, een kamp gevestigd in de oude vestingstad Terezin (Theresiënstadt in het Duits) ten noorden van Praag. Soms is er zelfs sprake van een ‘modelkamp’, maar in feite betrof het een propagandamiddel, een opgepoetste façade waarachter de Nazi-misdaden zich afspeelden.

Een façade om de gruwelen te verhullen

Bij het opzetten van de ‘Endlösung’ realiseerden de Nazi’s zich dat het tewerkstellen en verdwijnen van sommige Joden achterdocht zou kunnen opwekken buiten de kampen. En inderdaad, hoe maak je het geloofwaardig dat je ouderen en oorlogsinvaliden aan het werk zet? Hoe laat je Joodse kunstenaars en erkende wetenschappers ongemerkt verdwijnen? Om de nieuwsgierigheid van de buitenwereld niet aan te wakkeren, beslisten ze om van Theresiënstadt iets bijzonders te maken. Het kamp met de aanblik van een klassieke stad ontving aanvankelijk enkel welbepaalde groepen Joden: oorlogsinvaliden en gedecoreerden van de Eerste Wereldoorlog en erkende kunstenaars en wetenschappers. Ook 65-plussers en anderen die hadden betaald in de hoop in Theresiënstadt een betere behandeling te krijgen dan elders behoorden tot de eerste groep gevangenen.

Theresiënstadt cultiveerde de indruk van een Joodse stad waar het leven zijn gewone gang ging. Het was het ‘modelkamp’ dat, bij vragen van de buitenwereld, getoond werd aan de pers en het Rode Kruis als bewijs van de humane behandeling van de Joden door de Nazi’s. Er werd zelfs een propagandafilm gedraaid. Andere elementen die de oogverblinding in de hand werkten, waren koffiehuizen, scholen, een theater, sportevenementen, winkels, banken en geld. Beslissingen werden er officieel genomen door de ‘Raad van Ouderlingen’. Deze Raad bestond uit ingezetenen van het kamp met aan het hoofd ervan Jakob Edelstein, wiens handtekening terug te vinden is op de biljetten.

Aan het ontwerp werd de uiterste zorg besteed. Een eerste ontwerp bijvoorbeeld van het Mozesportret door de jonge gevangen kunstenaar Peter Kien werd aanvaard door de Raad van Ouderlingen en de kampcommandant maar niet door Adolf Eichmann. Deze Gestapo-medewerker en hoofd van de afdeling ‘Judensachen’ vond Kiens Mozesportret te arisch. Hij moest hem een meer ‘semitisch’ uiterlijk geven: een uitgesproken haviksneus en gekrulde haren.

Het papiergeld van Theresiënstadt maakte deel uit van dit groots opgezette bedrog. Deze biljetten met relatief kleine koopkracht konden gebruikt worden om bepaalde taksen te betalen, bijvoorbeeld deze op pakjes die de ingezetenen toegestuurd kregen van buiten het kamp. Deze taks kwam dan nog eens boven op de taks die de verzenders eerder al hadden betaald. De winkels in het kamp waren schijnvitrines waarin, als toppunt van ironie, vaak voorwerpen lagen die in beslag waren genomen van de ingezetenen op het ogenblik van hun aankomst in het kamp.

De harde realiteit van het kamp had weinig gemeen met de verzorgde biljetten die er circuleerden. Het was noch min noch meer een concentratiekamp waar talrijke gevangenen stierven of hun verdere deportatie naar Ausschwitz afwachtten. Van de ongeveer 140.000 mensen die er gevangen hebben gezeten, werden er bij de bevrijding op 8 mei 1945 nog amper 17.000 uitgehongerde en geterroriseerde overlevenden aangetroffen. De biljetten van dit kamp mogen dan wel weinig betekend hebben voor de ingezetenen zelf, nu zijn zij een tastbaar bewijs van een minder bekend facet van een van de donkerste perioden uit de westerse geschiedenis. Een biljet blijft een getuige van de geschiedenis.

Estelle Piraux
Museumgids

Bronnen:

  • Stahl Zvi, Jewish Ghettos’ and Concentration Camps’ Money (1933-1945), Tel-Aviv, D. Richman Books, London, 1990.
  • Brock Eric J., “The Bank Notes of Theresienstadt”, in International Bank Note Society Journal, 2000, vol. XXXIX, n°3, pp.36-38.
  • Fisher Jack H., “Moses and the Ten Commandments in the Theresienstadt Concentration Camp”, in International Bank Note Society Journal, 1992, vol. XXXI, n°2, pp.33-34.

Met dank aan onze collega’s van het Joods Museum van België voor hun geapprecieerde opmerkingen en preciseringen.