1000 frank voor de Slag aan de IJzer  Share

Het Belgische bankbiljet speelde in België steeds de rol van ambassadeur. Eerst waren er de nationale allegorieën, dan kwamen de vorsten en uiteindelijk maakten ook belangrijke personages uit de nationale geschiedenis en de culturele wereld hun opwachting. Op die manier werd het iconografische veld voor de latere biljettenreeksen aanzienlijk uitgebreid.

1000 frank, Eeuwfeestreeks, voorzijde

1000 frank, Eeuwfeestreeks, voorzijde

De Eeuwfeestreeks

De reeks die het 100-jarige bestaan van de Nationale Bank van België herdenkt, is de eerste reeks biljetten van de Nationale Bank van België waarop personen van niet koninklijken bloede voorkomen. Net zoals op de voorgaande reeks, de Dynastiereeks, staan de koningen Leopold I, Leopold II en Albert I afgebeeld op de voorzijden van resp. de biljetten van 100, 500 en 1000 frank. De keerzijden van deze biljetten tonen figuren of gebeurtenissen die van groot belang waren tijdens hun bewind. Op het biljet van 100 frank prijkt Hubert Frère-Orban, minister van Financiën en stichter van de Nationale Bank van België in 1850. Op de keerzijde van 500 frank verwijst de studie “Vier Negerkoppen” van de beroemde Vlaamse barokschilder Pieter Paul Rubens naar de voormalige Belgische kolonie Congo. Op het biljet van 1000 frank staat sluiswachter Hendrik Geeraert afgebeeld, de man die tijdens de Eerste Wereldoorlog het slagveld van de IJzer onder water zette.

1000 frank, Eeuwfeestreeks, keerzijde

1000 frank, Eeuwfeestreeks, keerzijde

Het biljet van 1000 frank

Het portret van Koning Albert I staat rechts op het biljet. Onderaan is het serienummer aangebracht. De heraldische leeuw in het midden dient als achtergrond voor een hele reeks vermeldingen in het Frans: de naam van de uitgever, de waarde van de coupure, payables à vue (of betaalbaar op zicht, m.a.w. betaalbaar aan de houder van het biljet), de handtekeningen van de gouverneur en de schatbewaarder en artikel 173 uit het Strafwetboek, Le contrefacteur est puni des travaux forcés. Een rechthoekig grijs kader omkadert het portret, de heraldische leeuw en de vermeldingen. Links van het biljet is een witte strook waarin tweemaal de waarde in cijfers gedrukt staat, eenmaal in rode inkt en eenmaal in een rozet in uillochemotief. In deze strook is het portret van Leopold I aangebracht als watermerk evenals het serienummer van het biljet. In de watermerkstrook op de keerzijde is de waarde aangebracht in blauwe inkt evenals de strafbepaling De namaker wordt met dwangarbeid gestraft. De rest van het biljet wordt ingenomen door het portret van Hendrik Geeraert die poseert voor de sluizen van Nieuwpoort. Deze achtergrond dient ook voor de bij wet voorgeschreven verplichte vermeldingen in het Nederlands: naam van de uitgever, waarde, handtekeningen en de bepaling: betaalbaar op zicht.

De Slag aan de IJzer

Tussen 18 en 31 oktober 1914 vond de slag aan de IJzer plaats tussen aan de ene zijde de Franse, Engelse en Belgische troepen en aan de andere zijde het Duitse leger. Dit laatste wilde niet liever dan de rivier over te steken om zo door te stoten tot Duinkerke. Op bevel van Koning Albert I probeerde het Belgische leger de IJzer als frontlinie te behouden. Na enkele mislukte aanvallen van de Duitsers op de Belgische voorposten in Nieuwpoort en Diksmuide, verlegden zij hun aandacht naar het centrum van het front. Op 22 oktober slaagden de Duitsers erin een bres te slaan in de verdedigingslinie van de Belgen ter hoogte van Tervaete. Op die manier naderden de Duitse troepen langs het westen de IJzer. Op 25 oktober verlieten de geallieerden hun linie aan de IJzer en hergroepeerden zich aan de spoorweg tussen Nieuwpoort en Diksmuide. De spoorwegberm in de polders bood de geallieerde troepen een nieuwe schuilplaats. Het werd steeds moeilijker om weerstand te bieden tegen de Duitsers, vooral in Diksmuide en Nieuwpoort. Daarom werd er geopperd om het gebied tussen de IJzer en de spoorweg te laten overstromen. Dit idee vond ingang bij Koning Albert I en kreeg zijn zege. Op 30 oktober komt het Duitse leger tot de voet van de spoorwegberm vanwaar het zich na het onderwater zetten van de IJzervlakte moet terugtrekken. Op 1 november is er, dankzij het openen van de sluizen, geen enkele Duitser meer te bespeuren.

Het idee van het onder water zetten

Bij het begin van de strijd om de IJzer, had commandant Nuyten reeds een gesprek gevoerd met binnenschipper Hendrik Geeraert, over de mogelijkheid om de IJzervlakte onder water te zetten. Op 21 oktober 1914 werd de sluis voor het eerst opengezet te Nieuwpoort door Geeraert. Vier dagen later werd een Belgische commandant belast met de opdracht om de haalbaarheid van het onder water zetten van het Belgische front te bestuderen. Omwille van de afwezigheid van de ingenieurs van Bruggen en Wegen, richtte hij zijn vraag aan Karel Cogge, toezichter van de Wateringen. Tijdens de nacht van 25 oktober werden voorbereidingen getroffen aan de waterhuishouding. Bovendien werd er ook een dijk aangelegd door het geniekorps. Deze liep tussen het kanaal in Veurne en de spoorweg. Op 27 en 28 oktober werden de poorten van de oude sluis van Veurne bij hoogtij geopend door Cogge, maar zonder het gewenste resultaat. Op de avond van 28 oktober stelt Geeraert voor om de sluisdeuren van het waterreservoir van de Noordvaart te openen. Aan dit plan was een groot risico verbonden, want het zou de aandacht van het Duitse leger kunnen trekken. Op 29 oktober worden voor een derde maal de sluisdeuren van de sluis te Veurne geopend, maar nog steeds zonder enig resultaat. Uiteindelijk beslist men toch om het plan van Geeraert een kans te geven. Geeraert herhaalt dit manoeuvre op 30 en 31 oktober. Op 1 november staat heel het gebied onder water waardoor de Duitsers zich terugtrekken aan de andere kant van de IJzer.

Ter ere van …

Cogge en Geeraert ontvangen onder meer de Leopoldsorde en krijgen later een eervolle begrafenis als nationale helden. In de stad Veurne wordt een laan naar Cogge genoemd en zijn buste is er te bekijken in de Noordstraat. Nieuwpoort brengt met de buste van Hendrik Geeraert op het naar hem genoemde plein achter het stadhuis hulde aan de binnenschipper-sluiswachter. Ook het legermuseum eert de twee waaghalzen. Cogge krijgt een gedenkplaat en Geeraert een buste. In 1938 wordt ter herdenking van alle slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog, het Koning Albert-monument ingehuldigd te Nieuwpoort. De koninklijke ruiter bevindt er zich te midden van een rotonde. Het IJzergedenkteken, opgetrokken nabij de Nieuwpoortse sluizen, stelt een vrouw voor die de Belgische kroon verdedigt. Ten slotte is er ook het biljet van 1000 frank dat in 1950 in omloop komt met op de voorzijde Koning Albert I en op de keerzijde Hendrik Geeraert.

Valérie Pede
Museumgids

Bronnen:

  • CD-Rom, Het Belgische bankbiljet, Museum NBB, 2001.
  • Azan Paul, Les belges sur l’Yser, Paris, 1929.
  • Nyssens Albert, La bataille de l’Yser, Brussels, 1959.
  • Vols Jos, De overstromingen in de IJzerstreek, Poperinge, s.d. [1964].

One Trackback

  1. By Archer Lodge, North Carolina on 04/05/09 at 21:52

    […] 1 000 francs for the First Battle of Ypres — Museum of the … […]