Kunst en geld  Share

De Nationale Bank van België is net zoals een aantal andere ondernemingen en centrale banken actief op het terrein van het kunstmecenaat. De aangekochte kunstwerken worden meestal tentoongesteld in de bedrijfslokalen waar ze voor het grote publiek niet zichtbaar zijn. Af en toe krijgt een werk echter zijn plaats in een ruimte die wel toegankelijk is voor het publiek, zoals bij voorbeeld het Museum van de NBB. In de zaal die gewijd is aan geld en verbeelding hangt een intrigerend werk van de Belgische kunstenaar Johan Muyle, ‘Ya + d’arzent, ya + d’amou’..

Iets over het werk

Ya + d’arzent, ya + d’amou, 2002

Ya + d’arzent, ya + d’amou, 2002

Het is een moderne en exotische versie van het klassieke vanitas-tafereel. Dit genre en de gelijkaardige memento mori-taferelen duiken al sinds de middeleeuwen geregeld op in de kunst, maar vooral in de 17de eeuw genieten zij een grote populariteit. Ook moderne kunstenaars zoals bij voorbeeld Pablo Picasso, Sarah Lucas, Johan Muyle en vele anderen vinden in het thema voldoende inspiratie voor hun creaties. De klassieke memento mori-taferelen zijn gemakkelijk te herkennen aan steeds terugkerende elementen die de dood en de vergankelijkheid oproepen, zoals een doodshoofd, een zandloper, brandende kaarsen, bloemen. Het vanitas-genre voegt aan deze morbide symbolen elementen toe die verwijzen naar werelds genot zoals muziekinstrumenten, wijn, boeken, spiegels.

Behalve het doodshoofd dat in het werk van Muyle uitgegroeid is tot een (verborgen) skeletbuste, is er echter van de klassieke symbolen niets terug te vinden in ‘Ya + d’arzent, ya + d’amou’. En toch schaart het kunstwerk zich duidelijk in deze eeuwenlange traditie.

Het werk, een offsetdruk van 70 x 37 cm, is gebaseerd op een Zaïrees biljet van 10 nouveaux zaïres met het portret van president Mobutu Sese Seko (1965-1997). De klassieke voorstellingen van werelds genot hebben hier plaats geruimd voor de voorstelling van twee elementen die de deuren openen naar alle wereldse geneugten, met name geld en macht. Ook de liefde wordt er gereduceerd tot koopwaar door de tekst « ya + d’arzent, ya + d’amou » die er door een toevallige (Zaïrese) gebruiker van het biljet – of door de kunstenaar zelf – is op aangebracht. De sobere tekst laat verschillende, haast universele, interpretaties toe: meer geld meer liefde, meer geld maar geen liefde, geen geld meer geen liefde meer of tenslotte geen geld meer maar meer liefde.

Ya + d’arzent, ya + d’amou, 2002

Ya + d’arzent, ya + d’amou, 2002

Ver gezocht? Kan zijn, maar de kunstenaar houdt wel van woordspelingen. De titels van zijn werk ‘Plus d’opium pour le peuple’ (Meer / Geen opium voor het volk) uit 2007 en van zijn overzichtstentoonstelling in Bozar (2008) ‘Sioux in Paradise’ (See you in paradise) getuigen hiervan.

Maar het werk is meerlagig. Om toegang te krijgen tot de tweede laag moet de toeschouwer actief deelnemen aan het kunstwerk en meestappen in het door de kunstenaar opgezette spel. Door op een knop te drukken, wordt de toeschouwer deel van het werk. Hij neemt op een essentiële manier deel aan het creatieve proces. Een druk op de knop en het beeld verandert volledig. Van president Mobutu is geen spoor meer te bekennen.

Hij is omgetoverd tot een kepiedragend skelet dat samen met de hel verlichte tekst alle aandacht opeist, terwijl het biljet zelf nog verder naar de achtergrond afglijdt. Het spel – of spelen – met emoties, met geld, met macht houdt onvermijdelijk risico’s in.

De kunstenaar refereert hier naar grote thema’s als liefde en dood, geld en macht, gecombineerd met Afrikaanse dramatiek. Deze thema’s zijn geen gratuite begrippen, ze zijn ingebed in het dagelijkse leven en verwijzen naar de harde realiteit van economische crisis, (hyper)inflatie, aids, machts- en geldhonger waarmee de Afrikanen worden geconfronteerd.

Africa is biotiful, 1999. Iets over de kunstenaar

Africa is biotiful, 1999

Africa is biotiful, 1999

Johan Muyle, geboren in Montigniessur-Sambre in 1956, is een van Belgiës bekendste kunstenaars in het buitenland. Hij volgde diverse kunstopleidingen voor hij zich in Luik vestigde. Zijn werk bestaat voor een groot deel uit bont samengestelde objecten en uit reusachtige installaties die ironische situaties of populaire uitdrukkingen oproepen, waarin de spot wordt gedreven met de complexiteit van de maatschappij en waarin menselijke verhoudingen telkens weer terugkeren. Tijdens de periode 1993-1995 reist hij verschillende malen naar Kinshasa en werkt er samen met lokale kunstenaars (o.m. Chéri Samba) en straatkinderen. Momenteel gaat zijn voorkeur uit naar bewegende assemblagesculpturen van uiteenlopend materiaal zoals bij voorbeeld op reizen en op vlooienmarkten verzamelde voorwerpen. Hij voegt aan zijn creaties beweging toe met allerlei ingenieuze bewegings-technieken, zoals radertjes, hendels, knoppen…, waardoor de werken (door de toeschouwer) tot leven gewekt worden. In het spoor van dadaïsten en surrealisten creëert Muyle met zijn vondsten nieuwe objecten die volledig doordrongen zijn van de geschiedenis van zijn basismateriaal.

Kunst en geld

‘Ya + d’arzent, ya + d’amou’ een baanbrekend werk? Dat niet, een aantal kunstenaars gingen Johan Muyle voor in zijn gebruik van biljetten en beweging. Tegen het einde van de 19de eeuw bij voorbeeld legden een aantal Amerikaanse trompe-l’oeil kunstenaars zich toe op geld. Bij hen geen ready-mades maar exacte geschilderde kopieën van papiergeld. Bij het begin van de 20ste eeuw Ya + d’arzent, ya + d’amou, 2002 vond de collage ingang bij moderne kunstenaars maar het zijn vooral popart-kunstenaars met hun voorliefde voor voorwerpen uit het dagelijkse leven en kunstenaars die ready-mades integreren in hun kunst (zoals Andy Warhol, Marcel Broodthaers, Joseph Beuys e.a.) die volop gebruik maken van biljetten als basis van hun werken.

Zin in meer?

In de buurt van het Museum, in de busterminal van het Brusselse Noordstation, heet Johan Muyle u samen met het kruim van de Belgische kunstwereld welkom. Op een reusachtige kleurrijke wandschildering, ‘I promise you (‘re) a miracle’, herkent u zeker bekende figuren uit de wereld van de beeldende kunst, het theater, muziek, film. Jan Fabre, Arno, Elvis Pompilio komt u er ongetwijfeld tegen. Maar wie zijn de veertig anderen?

Ingrid Van Damme
Museummedewerker

Bronnen:

  • Les couleurs de l’argent, catalogue, Musée de la Poste, Paris, 1991.
  • Geld und Wert / Das letzte Tabu, catalogue, Schweizerischen Nationalbank, Zürich, 2002.
  • The Low Countries. Arts and Society in Flanders and the Netherlands, Ons Erfdeel vzw, Rekkem.
  • Muyle J. & Vaneigem R., Plus d’opium pour le peuple
  • Quand soufflent les vents du Sud. Aujourd’hui artistes de Wallonie, BBL, Liège, 1999.
  • Szeeman H., “Money and value / The last taboo”, in Art&Fact, Art et Argent, nr. 21/2002.