De mythe van Eldorado  Share

Toen de Europeanen op het einde van de 15de eeuw voor het eerst in contact kwamen met de culturen van de Nieuwe Wereld, werden een aantal middeleeuwse mythes en legenden weer nieuw leven ingeblazen.
De fontein van de eeuwige jeugd en het aards paradijs werden in de Nieuwe Wereld gesitueerd. De gravure van Théodore de Bry die afgebeeld wordt in zaal 15 van het Museum, stelt de oorsprong van zo’n mythe voor, namelijk de mythe van Eldorado.

Gravure van Théodore de Bry

Gravure van Théodore de Bry

De oorsprong van de mythe van Eldorado

In zijn «Generale Historie van de Indiën » vertelt Gonzalo Fernandez de Oviedo (1478-1557) over de oorsprong van de mythe van Eldorado. Spanjaarden die in de buurt van de stad Quito (Ecuador) verbleven, vernamen van een indianenstam dat er in de streek een rijke heerser leefde die zich dagelijks in een laag goudpoeder liet hullen. Want het dragen van sieraden en andere voorwerpen die met de hamer of een stempel waren bewerkt, vond hij vulgair. ‘s Avonds waste hij het goud van zijn lichaam, dit deed hij elke dag opnieuw. Het verhaal stemt echter niet helemaal overeen met de werkelijkheid.

Er was wel een indianenstam, de Chibcha, die jaarlijks een gelijkaardige ceremonie uitoefende. Hun opperhoofd werd tijdens deze ceremonie besprenkeld met goud. Vervolgens werd hij naar een platform in het midden van een meer gebracht en nam hij daarna een frisse duik in het water. Zo’n gebruik kon, volgens de Europese ontdekkingsrei¬zigers, enkel duiden op uitzinnige rijkdom en dus gingen ze koortsachtig op zoek naar Eldorado of het land «van de vergulde man».

De graveur Théodore de Bry (1527/1528-1598)

De reisverhalen van de Europese ontdekkingsreizigers wakkerden het geloof in de mythe van Eldorado sterk aan. Vooral de talrijke illustraties die deze reisverhalen opfleurden, spraken tot de verbeelding van de op goud beluste Europeanen. Théodore de Bry illustreerde verschillende uitgaven van ontdekkingsreizen. Zo legde hij ook de goudceremonie van het Chibcha-opperhoofd vast op een gravure en vereeuwigde hij op die manier de oorsprong van de mythe van Eldorado. Théodore de Bry werd geboren in het jaar 1527 of 1528 in Luik. Hij was de grondlegger van één van de eerste moderne en welvarende drukkerijen in Europa. Théodore de Bry genoot, net zoals zijn voorvaderen, een opleiding als goudsmid. De Bry werkte tot het jaar 1560 in dienst van zijn vader, daarna verliet hij Luik en vestigde zich in Straatsburg. Hij verbleef in Straatsburg van 1560 tot ongeveer 1577 en was er werkzaam als goudsmid, maar religieuze intolerantie en persoonlijke redenen brachten hem rond 1577 in Antwerpen. Aangekomen in de toenmalige wereldstad, sloot Théodore de Bry zich aan bij de gilde van de goudsmeden en bij de gilde van Sint-Lucas, de gilde waar kunstenaars en drukkers elkaar ontmoetten. Langzaam maar zeker evolueerde de Luikse goudsmid tot een gerenommeerd graveur die de techniek van de kopergravure toepaste. Een kopergravure wordt gemaakt door met een stalen stift, een burijn, te snijden in een koperplaat. Daarna wordt er inkt op de koperplaat ge¬smeerd. Vervolgens maakt men de koperplaat terug schoon, zodat de inkt enkel in de geultjes achterblijft. Tot slot wordt de koperen plaat op het papier gedrukt door middel van een drukpers (diepdruk). Op deze manier verkreeg de Bry gemiddeld 300 goede afdrukken van elke creatie. Vandaag wordt de diep- of plaatdruk trouwens nog steeds toegepast bij het maken van onze eurobiljetten. De Bry genoot internationale faam. Vanaf 1586 deden vooral Engelse heren vaak een beroep op hem als graveur. Dit omwille van zijn eigenzinnige stijl en zijn uitzonderlijke techni¬sche know-how. Als graveur verwierf hij vooral faam met het maken van illustraties voor de reisverhalen: «America» en «Spieghel der Zeevaerdt» van Lucas Waghenaer (1533/1534-1605/1606). In 1588 richtte Théodore de Bry een uitgeverij op in Frankfurt, daar publiceerde hij onder andere twee series getiteld « Petits voyages» en «Grands voyages». De bekende graveur en uitgever overleed op 27 maart 1598.

De gravure die de goudceremonie van het Chibcha-opperhoofd toont, is afkomstig uit deel VIII van zijn « Grands voyages» dat aan Amerika is gewijd en dateert van het einde van zijn leven.

Gravure van Théodore de Bry

Gravure van Théodore de Bry

Goudkoorts

Zoals gezegd, werd de goud-koorts van de Europese reizigers opgewekt door de talrijke reisverhalen die in die tijd zeer populaire lectuur werden. Er werden dan ook talrijke pogingen ondernomen om de contreien van Eldorado te bereiken. Een kort, maar onvolledig overzicht:

De eersten die hun kans waagden waren de Duitsers. Onder leiding van Ambrosius von Alfinger, gouverneur van Venezuela, slaagde een groep Duitse kolonisten erin om vluchtig in contact te komen met de Chibcha-beschaving. Maar de expeditie draaide uit op een ramp, in 1533 kwam de gouverneur om het leven door een gifpijl.

In 1531 voer de Spanjaard Diego de Ordaz met een metgezel tevergeefs de rivier Orinoco op tot aan de Rio Meta. Daarna trachtte één van zijn luitenants, Jeronimo de Ortal, opnieuw om het land van goud te vinden, maar ook hij kon de obstakels niet de baas. Beide Spanjaarden raakten er wel van overtuigd dat Eldorado zich in het noordwesten van het continent moest bevinden.

In 1536 vertrok Gonzalo de Quesada naar dit nog onbekende gebied. Twee jaar later ontdekte hij de Chibcha-indianen. Ondanks het feit dat zijn troepen gehalveerd waren, slaagde Gonzalo de Quesada erin om de hand te leggen op goud en smaragden. Deze verovering deed de andere ontdekkers weer hopen en velen waagden hun kans.

In 1595 droeg het reisverslag van de Engelsman Sir Walter Raleigh « The discoverie of Guiana» over zijn zoektocht naar goudmijnen langs de rivier Orinoco bij tot het geloof in het bestaan van het Parime-meer. De bodem van dat meer was naar verluidt bedekt met goud. Niet lang daarna raakte de mythe van Eldorado vervlochten met de legende van het Parime-meer.

Conclusie: jarenlang gingen verschillende Europese ontdekkingsreizigers op zoek naar het land van Eldorado, maar zonder succes. Dikwijls liepen de goudexpedities fataal af. Bovendien vernietigden de conquistadores bij hun zoektocht naar goud hele beschavingen en moordden zij de inheemse volkeren uit. De indianen waren erg geschokt door de onlesbare dorst naar goud van de Europese ontdekkingsrei¬zigers. Daarom bedachten zij voor hen aangepaste folteringen. Zo gingen enkele indianenstammen gevangengenomen Europeanen folteren door smeltend goud in hun keel te gieten. Een inheems gebruik dat ook al door Théodore de Bry in een gravure werd vastgelegd en die, samen met heel wat andere prenten, het relaas van Girolamo Benzoni (1519-ca. 1570) over de ontdekking van Amerika door Christoffel Colombus illustreert. De gefolterden ondervonden het aan den lijve: geld maakt niet altijd gelukkig.

Ineke Meul
Museumgids

Bronnen: