Een Magritte voor 500 Belgische frank  Share

Met de uitgifte van het biljet van 500 frank, type Magritte op 16 april 1998 komt er een einde aan het tijdperk van de Belgische frank. Datzelfde jaar viert men tevens het 100-jarige jubileum van de geboorte van deze surrealistische kunstenaar. Ter gelegenheid daarvan richt het Museum voor Schone Kunsten te Brussel een tentoonstelling in die niet minder dan 335 werken van Magritte bijeenbrengt.

500 frank, type Magritte, voorzijde

500 frank, type Magritte, voorzijde

Een reeks biljetten opgedragen aan Belgische kunstenaars die hun stempel hebben gedrukt op de kunst van de 20e eeuw

De laatste reeks Belgische bankbiljetten bestaat uit zes coupures. In 1994 wordt een biljet van 2000 frank met het portret van architect Victor Horta in omloop gebracht. De kunstschilders James Ensor en Constant Permeke sieren respectievelijk de biljetten van 100 en 1000 frank, uitgegeven in 1995 en 1997. De uitvinder van de saxofoon, Adolphe Sax, staat sedert 1996 afgebeeld op het biljet van 200 frank en voor de biljetten van 500 frank komt in 1998 de eer toe aan de surrealist René Magritte. Sinds 1997 sieren het huidige koningspaar Albert II en Paola de biljetten van 10 000 frank, ter vervanging van de overleden Koning Boudewijn en Koningin Fabiola.

Om beter te voldoen aan de verwachtingen van de gebruikers worden voor het eerst biljetten van 200 en 2000 frank in omloop gebracht. Ze kunnen bovendien dienen om de overgang naar de euro vlotter te laten verlopen, want hun omrekeningswaarden in euro bedragen ongeveer 5 en 50 euro.

500 frank, type Magritte, keerzijde

500 frank, type Magritte, keerzijde

René Magritte: zijn leven, zijn werk

Geboren in Lessen (Henegouwen) op 21 november 1898, trekt Magritte naar Brussel in 1916 om daar les te volgen aan de Academie voor Schone Kunsten. Vanaf 1918 probeert hij verschillende picturale stijlen uit zoals het kubisme en het futurisme, vooraleer zijn eigen stijl, het surrealisme, te ontwikkelen. Zijn schilderijen brengen echter onvoldoende brood op de plank en daarom werkt hij ook aan diverse andere projecten: filmaffiches, reclamewerk, partituurdecoraties en behangpapier. In 1922 huwt hij een jeugdvriendin die zich later ontpopte tot zijn voornaamste model, Georgette Berger. Het is ook in de loop van dat jaar dat hij aan de hand van een reproductie het schilderij Chant d’Amour van Giorgio De Chirico ontdekt, dat voor een keerpunt binnen zijn oeuvre zorgt. En inderdaad, in 1926 schildert hij Le Jockey Perdu, dat volgens hem zijn eerste geslaagde surrealistische werk was.

Van 1927 tot 1930 woont hij in Parijs waar hij in contact komt met de Franse surrealistische kunstenaars André Breton en Paul Eluard. Bij zijn terugkomst verblijft hij 24 jaar lang in Jette, in de Essegemstraat nr. 135. In die woning, waar momenteel het René Magritte Museum gevestigd is, ontstaat ongeveer de helft van zijn oeuvre. Tussen 1945 en 1948, realiseert hij een reeks schilderijen, zijn zogenaamde Plein Soleil-periode, in de trant van de impressionisten en meer specifiek van Renoir. Voor een Parijse tentoonstelling in 1948 creeërt hij een reeks schilderijen die later bekend worden als zijn Période Vache. In het casino van Knokke-Zoute biedt het fresco Domaine Enchanté uit 1953, met maar liefst 8 doeken, een algemene kijk op het oeuvre van Magritte. Een eerste retrospectieve van het werk van Magritte vindt plaats in 1954 in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel. Een tweede volgt in 1965 in New York. Magritte overlijdt op 15 augustus 1967 te Brussel, ten gevolge van kanker van de alvleesklier. De bewondering voor zijn werk is duidelijk niet verdwenen met het overlijden van de kunstenaar. Tien jaar geleden opende het Museum René Magritte en dit museum krijgt in het Hotel Altenloh, vanaf de lente 2009, het gezelschap van het Magritte Museum van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België.

De veiligheid van het bankbiljet

Museum René Magritte. © Luc Schrobiltgem

Museum René Magritte. © Luc Schrobiltgem

De laatste reeks Belgische bankbiljetten die volledig ontworpen en vervaardigd zijn in de drukkerij van de Nationale Bank van België, staan qua beveiligingstechnieken zeer dicht bij de huidige eurobiljetten. In de witte watermerkzone herkent men het portret van de kunstenaar samen met zijn handtekening. De veiligheidsdraad die doorheen het biljet geweven is, vermeldt over zijn hele lengte de waarde van het biljet. De drukprecisie wordt duidelijk bij het bekijken van het sleutelgat. De gekleurde elementen van de ene zijde vullen die van de andere zijde precies aan. De naam van de uitgever en de waarde van het biljet zijn weergegeven in de drie landstalen. De moedertaal van het hoofdpersonage, in dit geval het Frans, komt voor op de voorzijde. De teksten op de keerzijde zijn gedrukt in het Nederlands en het Duits.

In de rechterbovenhoek van de voorzijde zit de waarde van het biljet verscholen in de grijsblauwe rechthoek. Deze waarde is slechts zichtbaar als men het biljet lichtjes kantelt en op ooghoogte bekijkt. In de hoek er tegenover zijn drie horizontale en één vertikaal streepje in reliëf gedrukt. De horizontale streepjes staan voor het cijfer 5, het vertikale streepje voor het honderdtal. Op deze manier kunnen ook slechtzienden en blinden de waarde van het biljet herkennen. Rechts beneden staan de handtekeningen van de Gouverneur en de Schatbewaarder van de Nationale Bank. Op de keerzijde is het serienummer rechtsboven en linksonderaan afgedrukt. Het bestaat uit 11 cijfers en is gedrukt in een lettertype waarvan de Nationale Bank het alleenrecht heeft. De waarde in cijfers ten slotte is gedrukt in optisch variabele inkt. Naar gelang de gezichtshoek verkleurt de inkt van groen, over blauw naar roze.

De schilderijen van het biljet

Op de voorzijde van het biljet staan, van links naar rechts, een silhouet met bolhoed als schaduw van Magritte. Zijn handtekening is terug te vinden ter hoogte van zijn rechterschouder. Verder zijn er nog een aantal verwijzingen naar zijn werk, zoals Les Grâces Naturelles met het lover dat geleidelijk overgaat in vogels. De twee contouren van een pijp refereren aan het overbekende Ceci n’est pas une pipe terwijl de halfopen deur verwijst naar het werk Poison. Een boom opgebouwd uit de nerven van een blad evoceert dan weer La Recherche de l’Absolu. De sleutel in het sleutelgat ten slotte verwijst naar Le Sourire du Diable. Dit laatste element is als doorkijkregister ook zichtbaar op de keerzijde.

Op de keerzijde is een gelijkaardige opeenvolging van verwijzingen te vinden. Een regen van kleine figuurtjes met bolhoeden refereert aan het werk Golconde, terwijl de stoel met leeuwenstaart het thema oproept van Une Simple Histoire d’Amour. Op de achtergrond staan huizen afgebeeld die zo geplukt lijken uit het schilderij Le Regard Mental. De nacht, verlicht door een maansikkel in het silhouet van een man met bolhoed, verwijst naar L’Heureux Donateur terwijl de gemaskerde appel refereert aan het werk Prêtre marié. Het gordijn aan de rechterboord, een verwijzing naar Mémoires d’un Saint, sluit net zoals bij het theater het geheel mooi af.

Valérie Pede
Museumgids

Bronnen:

  • Persdossier voor de uitgifte van het 500 frankbiljet type René Magritte.
  • Paquet M., Magritte, Taschen, Köln, 2000.
  • Te Boekhorst B., Danneel M. & Randaxhe Y., Adieu frank. Het boeiende verhaal van België en zijn geld, Lannoo, Tielt, 2001.