De Atheense drachme, een lange traditie … van antieke munt tot euro  Share

Door de uil en de olijftak op de nationale zijde van hun 1 euromuntstuk te plaatsen, zetten de Grieken hun rijke geschiedenis in de verf. Met deze referentie verwijzen ze niet alleen naar het historische belang van de stadstaat Athene, maar herinneren ze er ons ook aan dat de eerste Europese munten in Griekenland zijn geslagen.

Tetradrachme, voorzijde en keerzijde, ca. 450 v.C. Tetradrachme, voorzijde en keerzijde, ca. 450 v.C.

Als we een Grieks 1 euromuntstuk in handen krijgen en de voorzijde ervan bekijken, realiseren we ons misschien niet altijd dat er reeds ca. 500 v.C. munten circuleerden met een gelijkaardige beeldenaar op de keerzijde. De voorstelling van de uil en de olijftak is een eeuwenoude afbeelding die in de Griekse Oudheid op de Atheense drachme -en op de onderverdelingen en veelvouden van deze zilveren munt- stond en die vandaag nog steeds op de euro prijkt. In de vitrines in zaal 4 vind je niet alleen twee prachtige Atheense tetradrachmen terug (stukken met een waarde van 4 drachmen) uit de 5de eeuw v.C., maar ook een Grieks 1 eurostuk uit 2002.

Laten we de historische context eens nader bekijken waarbinnen de Atheense (tetra)drachme tot stand kwam. De vroegste fase waarin munten in de westerse wereld werden geslagen, valt te situeren in de 7e en 6e eeuw v.C. op de westkust van Klein-Azië. Kort daarop drong het gebruik van munten als betaalmiddel ook door op het Griekse vasteland. De vroegste munten werden daar geproduceerd in centraal-Griekenland (Aegina, Athene, Korinthe), in noord-Griekenland (de Macedonische kuststeden Acanthus, Mende en Potidaea) en ook op het eiland Siphnos.

De vroegste Atheense munten zijn de didrachmen, die omstreeks 560-550 v.C. werden vervaardigd. Deze zilveren munten kenden een grote variëteit aan voorstellingen, die men vroeger in verband meende te kunnen brengen met de familiewapens van Atheense adellijke families. Het is echter omstreden of deze munten door de Atheense stadstaat of door verschillende adellijke families zijn uitgegeven. De circulatie ervan is steeds beperkt en regionaal gebleven.

Omstreeks 500 v.C. verscheen in Athene een geheel nieuwe munt, de tetradrachme, met op de voorzijde het hoofd van de godin Athena en op de keerzijde de afbeelding van een uil. In de daaropvolgende eeuwen zou dit type munt een ‘internationaal’ betaalmiddel worden in het hele Middellandse Zeegebied en een lange traditie kennen, dit in tegenstelling met de voorgaande munten die nooit dergelijke verspreiding en ‘internationale’ allure hebben gekend.

De Atheense muntenreeks bestond maar liefst uit 15 en later 16 verschillende waarden, van de dekadrachme (met een waarde van 10 drachmen) tot de kleinste hemitetartemorion (met een waarde van 1/8 obool; 1 drachme was 6 obolen waard). De tetradrachme was de belangrijkste denominatie.

Aangezien de (tetra)drachme, in tegenstelling met de eerste Atheense munten of de munten van de andere Griekse stadstaten, in het hele Middellandse Zeebekken werd gebruikt, is ze het tastbare bewijs van de handelsmacht en het politieke prestige van de stadstaat Athene. Ze getuigt naast het esthetische kunnen van de Grieken ook van de aanzienlijke mate waarin de geldeconomie in hun dagelijkse leven was binnengedrongen. 

Grieks muntstuk van 1 euroGaan we even nader in op de betekenis en symboliek van de voorstelling van de uil en de olijftak en waarom deze met de godin Athena in verband worden gebracht.

Doordat de uil een nachtdier is en bijgevolg dingen kan zien die anderen niet zien, stond hij symbool voor de wijsheid. Daarom werd Athena, de Griekse godin van de wijsheid vergezeld door een uil. De afbeelding van de uil op munten beperkt zich niet tot het antieke Griekenland en de eurozone. Men vindt hem ook nog op andere Europese en niet-Europese munten terug: niet alleen in Griekenland (bv. 10 lepta uit 1912, 2 drachmen uit 1973), maar ook in Finland (bv. 100 mark uit 1990), Polen (bv. 500 zloty uit 1986), Wit-Rusland (bijv. 1 roebel uit 2005), Mongolië (bijv. 1000 en 500 tugrik uit 2005), de Cookeilanden (bijv. 50 dollar uit 1993) of Nieuw-Zeeland (5 dollar uit 1999).

In de linkerbovenhoek zien we ook een olijftak. De olijftak werd in de Oudheid eveneens in verband gebracht met de godin Athena. Zij zou een olijftak geplant hebben op de Akropolis tijdens een weddingschap met de zeegod Poseidon om de heerschappij over Attica. Dat de olijftak al gauw een sacrale betekenis met zich mee kreeg blijkt uit het feit dat uit het hout van olijfbomen godenbeelden werden gesneden. Zo bestond ook het heilige bos in Olympia uit olijfbomen, en takken daaruit werden overhandigd aan de winnaars bij de spelen. Ook werden bij verschillende gelegenheden overwinnaars en triomfators, niet alleen met lauwerkransen getooid, maar ook met kransen, geweven van olijftakken.

Rechts van de uil staan de drie eerste letters van het woord ‘Athene’. Op het 1 euromuntstuk is dit vervangen door de nominale waardeaanduiding. De verwijzing naar Athene heeft dus plaats gemaakt voor een verwijzing naar Europa. Maar de uil en de olijftak zijn behouden en vormen de link tussen beide munten van historisch belang, de tetradrachme uit de 5e eeuw v.C. en de euro van vandaag.

De Atheense (tetra)drachme kent dus een lange geschiedenis en werd in een nieuw ‘eurokleedje’ geactualiseerd als soort van eerbetoon. Ze was de eerste internationale munt die gebruikt werd op het Europese vasteland en illustreert dan ook de wens tot ‘open grenzen’ en eenheid. En dat is nu ook juist de essentie van het tot standkomen van de (monetaire) Europese Unie en de Europese gedachte. De Griekse 1 euromunt wil ons er bijgevolg aan herinneren dat we een ‘tastbaar’ stukje Europese (monetaire) geschiedenis in de hand hebben.

Sarah De Vos
Museumgids

Bronnen:

  • Danneel M., “Het museum van de Nationale Bank van België”, in Openbaar Kunstbezit Vlaanderen, nr. 2, Drukkerij Die Keure, Brugge, 2000, p. 11.
  • Van der Vin Dr. J. P. A., Het geld van Grieken en Romeinen. Inleiding in de antieke numismatiek, Peeters, Leuven, 1984.
  • Torfs, J., ‘Uilen, ook overdag op munten te vinden’, in De Muntmeester, tijdschrift van de Diestse studiekring voor numismatiek, driemaandelijks tijdschrift, jaargang 3 nr. 2, Diest, juni 2008, pp. 26-29.