- Museum of the National Bank of Belgium - https://www.nbbmuseum.be/nl -

1851: de Nationale Bank drukt haar eerste biljetten

In het kortDe Nationale Bank werd opgericht door de wet van 5 mei 1850. In 1851 bracht zij haar eerste bankbiljetten in omloop. Na de crises van 1838 en 1848 moesten zij het vertrouwen van de bevolking in bankbiljetten herstellen. Het biljet van 1000 frank uit 1851 vormde de hoogste coupure van de eerste reeks bankbiljetten die de Nationale Bank in omloop bracht. De relatief kleine oplage kan deels worden verklaard door de hoge waarde van het biljet. Als men rekening houdt met de koopkracht zou een dergelijk biljet vandaag immers een waarde hebben van bijna 300 000 frank of meer dan 7000 euro! Als je vergelijkt met bankbiljetten uit latere series, is het opvallend hoe op dit biljet uitdrukkelijk wordt verwezen naar het Koninkrijk België. Verder zijn de drie handtekeningen bijzonder. Ze werden op elk individueel biljet met de hand aangebracht. Als echtheidskenmerk garandeerden ze betalingen op zicht. De illustraties zijn van de hand van de bekende graveerder, medailleontwerper en muntsnijder Leopold Wiener. Hij versierde het biljet met allegorische figuurtjes zoals engeltjes en Grieks-Romeinse iconografie, die symbool stonden voor de kwaliteiten van de jonge Belgische natie. De biljetten fungeerden als dragers van het beeld dat de natie van zichzelf wenste te geven.

 

Vandaag is de Nationale Bank van België de enige Belgische bank die het recht heeft biljetten te drukken. Nochtans is zulks niet altijd het geval geweest. Tussen 1830 en 1850 drukten verschillende banken (de Société Générale, de Banque de Belgique, de Banque Liégeoise et Caisse d’Épargnes en de Banque de Flandre), bankbiljetten drukten om krediet aan hun cliënteel ondernemers te verschaffen. Tijdens de economische crisis van 1848 raakten echter heel wat banken in moeilijkheden. Het werd duidelijk dat het drukken van bankbiljetten in de toekomst bij voorkeur door één instantie zou gebeuren. Om die reden werd op 5 mei 1850, op initiatief van de minister van Financiën Hubert-Frère Orban, de Nationale Bank opgericht. Ze had voortaan als enige Belgische bank het recht bankbiljetten in omloop te brengen. De nieuwe bank opende de deuren op 2 januari 1851. Dezelfde dag werd een eerste reeks bankbiljetten in omloop gebracht.

 Eerste bankbiljet van 1000 frank

Eerste bankbiljet van 1000 frank © Museum van de Nationale Bank van België

Deze eerste voorlopige reeks telde 5 coupures: van 20, 50, 100, 500 tot 1000 frank. We richten ons in dit artikel op het biljet van 1000 frank dat op 45.000 exemplaren werd gedrukt. De relatief kleine oplage kan worden verklaard door de hoge waarde van het biljet. Als men rekening houdt met de koopkracht zou een dergelijk biljet vandaag immers een waarde hebben van 286 025 frank of 7090,37 euro (maart 2020)!

Belangrijk om weten is dat de Belgische bankbiljetten tot 1873 geen wettig betaalmiddel waren. Niemand was dus verplicht ze te aanvaarden, elke schuldeiser had het recht een betaling in klinkende munt te eisen. Om het vertrouwen van het publiek te winnen was de kwaliteit van de gebruikte materialen erg belangrijk. Er werd gekozen voor stevig papier. Het verlengde niet alleen de levensduur van de biljetten maar stelde de papiermakers ook in staat maatregelen te nemen tegen namaak. De Nationale Bank sprak het papierbedrijf De Meurs uit Sint-Genesius-Rode aan, waar het papier met de hand werd uit lompen en gelatine vervaardigd. Elk vel was bestemd voor één enkel bankbiljet.

Wapenschild van België

Het biljet wordt bijna volledig ingenomen door tekst[1] [1], de illustraties blijven beperkt tot de rand. De waarde, de naam van de uitgever, de betaalbaarheid op zicht, de datum en de nummering domineren het beeld. De gelijkenis tussen het bankbiljet en ander waardepapier is opvallend. Anders dan op de vele bankbiljetten die nog zouden volgen, wordt op de biljetten van 1851 uitdrukkelijk verwezen naar het Koninkrijk België. De verwijzing naar de jonge natie wordt nog extra in de verf gezet door het Belgische wapenschild en het motto “Eenheid maakt macht”. De Belgische leeuw prijkt onderaan ook op het gekroonde wapenschild, dat steunt op twee gekruiste scepters. Aan de uiteinden van de scepters zien we links de hand van de justitie en rechts een leeuw. Het schild is omgeven door een eiken- en lauriertak.

De handtekening is een essentieel onderdeel van het bankbiljet. Als echtheidskenmerk garandeerde het lange tijd betalingen op zicht. Alle Belgische bankbiljetten telden één of meerdere handtekeningen. Op het biljet van 1000 frank uit 1851 waren het er zelfs drie. Onderaan rechts de handtekening van de gouverneur (F.-Ph. de Haussy) of, in zijn afwezigheid, die van de vice-gouverneur (L. Deswert); onderaan links de directeur die verantwoordelijk was voor de drukkerij (L. Doucet of E. Prévinaire) De derde handtekening, van de controleur van de drukkerij (Chantraine) bevindt zich links in de decoratieve sierrand met kalligrafische elementen. De naam ‘Banque nationale’, is slechts gedeeltelijk leesbaar, de rest is achtergebleven op het weggeknipte gedeelte van de souche. Zolang bankbiljetten uit soucheboekjes werden geknipt bleef de derde handtekening noodzakelijk. Deze controleur was verantwoordelijk voor de minutieuze opvolging en de controle van het verwijderen van de biljetten uit het soucheboekje (het echte in omloop brengen). Bij twijfel over de authenticiteit van een biljet werd de overeenstemmende souche vergeleken met het restant van de souche op het biljet.

In 1869 verdwenen de veiligheidsstrip en de derde handtekening van het bankbiljet. Om het biljet extra te beveiligen, werd elk individueel biljet met de hand ondertekend en genummerd.

Engeltje kijkt in een boek met geometrische figuren

De illustraties op dit biljet zijn van de hand van Leopold Wiener, een bekende graveerder, medailleontwerper en muntsnijder. De vermelding “Wiener fecit” (Wiener heeft gemaakt) verwijst hiernaar. De compositie bestaat uit een omlijsting van decoratieve elementen en allegorische figuren, waaronder vier engeltjes. Hoewel deze illustraties stilistisch nogal pover zijn en zich beperken tot de randen, roepen ze ideeën op die de Bank en de Belgische staat zeer genegen waren. De engel in de linkerbenedenhoek rust op een wiel en een mand vol rijpe vruchten. Deze twee elementen symboliseren de industrie en de rijkdom en benadrukken de rol van de industriële ontwikkeling in de vooruitgang en welvaart van het land.

Engeltje op een wiel en een vruchtenmandHet volgende engeltje leest een boek waarin de geometrische vormen verwijzen naar de wetenschap en de studie van de kunsten. Het derde engeltje drukt door middel van een olijftak en een toorts het belang uit van vrede voor het land. Het laatste engeltje heeft een zwaard en een balans in de hand, wat wijst op het belang van een strenge maar rechtvaardige justitie. Voor de cartouches op de linker- en rechterrand van het biljet haalde L. Wiener zijn inspiratie in de Grieks-Romeinse iconografie. De gevleugelde helm en de staf van de figuur op de rechterkant verwijzen naar Mercurius, de Romeinse god van de handel. De andere objecten waarmee hij wordt afgebeeld, zoals het tandwiel en de hamer, leggen een band met de industrie. De figuur op de linkerkant stelt Ceres voor, de Romeinse godin van de landbouw. Je kan haar herkennen aan de landbouwwerktuigen zoals de ploeg, de dorsvlegel en de hooivork, maar ook aan de graanstengels en de bijenkorf[2] [1].

Engeltje met een zwaard en een balans

Al deze decoratieve elementen verbeelden het economische belang van de sectoren van de landbouw, handel en industrie en ze verwijzen naar een aantal kwaliteiten zoals gerechtigheid, vooruitgang, kunsten en wetenschappen. De biljetten fungeren dus als dragers van het beeld dat de natie van zichzelf wenste op te hangen.

Op de voorzijde van het biljet zie je zwarte en rode stempels, getuigen van de belastingen die de Nationale Bank moest betalen op de uitgifte van handelspapier. Voor de biljetten van 500 en 1000 frank bedroeg deze belasting 1 frank.

Engeltje met een olijftak en een toorts

De keerzijde van het biljet is afgedrukt in spiegelbeeld. Het enige verschil met de voorzijde is de rode tekening op de achtergrond. De thematiek is evenwel dezelfde: engeltjes rond een bijenkorf, symbool van ijver en sparen. De decoratieve elementen op de achtergrond bevinden zich in het centrale deel en zijn omlijnd door een kader dat uit fijne horizontale lijnen is samengesteld. Het kleurelement moest namaak extra bemoeilijken.

Ondanks alle inspanningen om een veilige en kwalitatief hoogstaande reeks te maken bleef het grote publiek terughoudend. De biljetten werden vooral gebruikt voor grote commerciële transacties en disconto-operaties. Eind 1853 werd het biljet van 1000 frank vervangen door een waarin kobaltblauwe inkt werd gebruikt, om fotografische namaak te verhinderen.

Laurence Herman
Museumgids

 

[1] [2] De biljetten zijn eentalig Frans, in 1851 was het Nederlands nog geen erkende landstaal.

[2] [2] Ook vandaag is de bijenkorf nog een motief dat door banken en verzekeraars wordt gebruikt. De architect Hendrik Beyaert heeft dit motief ook verwerkt in de gevel van het hotel van de gouverneur.

Bibliografie