Geld als bron van ijdelheid: een waarschuwing in beeld  Share

Frans Francken II - De dood nodigt de grijsaard uit voor een laatste dans

Frans Francken II, De dood nodigt de grijsaard uit voor een laatste dans, olie op koper, 1635, NBB

De getalenteerde Vlaamse schilder Frans Francken II (Antwerpen, 1581-1642) stond aan het hoofd van een belangrijk Antwerps schildersatelier. Hij was tevens de bekendste en meest productieve telg van de Franckendynastie, waartoe ook zijn vader Frans Francken I en zijn zoon Frans Francken III behoorden. Na te hebben gediend als leerling in het atelier van zijn vader, werd hij meester in het gilde van Sint-Lucas in het jaar 1603. Zoals bij alle schilders uit die tijd bestond zijn meesterproef heel letterlijk uit het schilderen van een ‘meesterwerk’. Pas na te zijn geslaagd voor dit eindexamen kon hij een eigen atelier opstarten. Vervolgens zou hij zich specialiseren in het vervaardigen van schilderijen die de kunstcollecties van rijke verzamelaars uitbeelden, de befaamde “tableaux de cabinet”. Francken schilderde vooral kleinere versies.

Het object waarop we deze maand de aandacht willen vestigen, is te vinden in zaal 15. Het is een ‘Vanitas’, een schilderij bedoeld om mensen duidelijk te maken dat alles vergankelijk is en enkel een zuivere ziel echt telt. Dit genre was vooral in de Nederlanden erg populair tijdens de barok. Het pikt in op een thema dat al sinds de middeleeuwen regelmatig terugkomt in de kunst, nl. dat van ‘memento mori’ of ‘Vergeet niet dat je sterfelijk bent’. De Vanitas is verbonden met een bijbels citaat uit het boek Ecclesiastes : “vanitas vanitatum omnia vanitas” of “ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid’. Met deze woorden wil de Kerk ons duidelijk maken dat het niet nodig is de rijkdommen op te hopen. Uiteindelijk moeten we toch allemaal sterven, rijk of arm, gek of juist heel verstandig. Het is dus beter een vroom leven te leiden, de voorschriften van de Kerk te volgen en op die manier zijn of haar ziel voor te bereiden op het Laatste Oordeel.

In de 17de eeuw werd de dood al lang niet meer gezien als een finaal moment van zaligheid. De mensen zagen de dood eerder als het einde van het leven en een onvermijdelijk verlies van alle verworven rijkdom. Vanitas-schilderijen moesten dan ook inwerken op de angst van de mensen, die er zich bewust van waren dat geen enkel bezit de dood zou kunnen afweren . En om de nutteloosheid van rijkdom, de onbestendigheid van het bestaan, de relativiteit van de kennis en de kortstondigheid van het leven aan te tonen, hadden kunstenaars een arsenaal aan voorwerpen ter beschikking, zoals een zandloper (symbool van de tijd die vervliegt), een zeepbel, spiegels, halfverbrande kaarsen, een doodskop, enz… Het is om die reden dat ook op dit schilderij een zandloper, een uitgemergeld skelet, een viool, geld, zilverwerk, boeken en een breekbaar flesje terug te vinden zijn.

vanity2Op de voorgrond speelt de Dood een vioolriedel voor een oude man die zich omringd heeft met zijn vergaarde rijkdom. Het lijkt of het de bedoeling is de grijsaard aan het dansen te krijgen. Waarschijnlijk is dit een verwijzing naar de middeleeuwse danses macabres of dodendansen, die ontstonden als een reflectie over leven en dood in een tijd van oorlogen, hongersnood en pest. Bij deze dodendansen wordt de Dood vaak afgebeeld met een muziekinstrument in de hand, terwijl hij een of meerdere mensen uitnodigt met hem te komen dansen. Het is alsof hij zijn slachtoffers tracht te charmeren om ze gemakkelijker mee te lokken. Net als de Vanitas zijn ook de dodendansen bedoeld om er de mensen aan te herinneren dat alle leven vergankelijk is en alles eindigt met de dood. Op dit schilderijtje is de oude man niet klaar voor de laatste dans: met zijn ene hand wijst hij naar zijn zieke been en met zijn andere naar een zaak die nog moet geregeld worden. Zo tracht hij het moment van sterven nog wat uit te stellen, in de hoop nog even langer te genieten van zijn bezittingen.

vanity3Op de achtergrond tenslotte wordt een jonge man benaderd door de Dood, die hem een papiertje voorhoudt. Zo wordt de jongeling erop gewezen dat ook zijn tijd gekomen is. De les is duidelijk: jong of oud, de Dood vereffent zijn rekeningen wanneer hij wil en met wie hij wil.

Een andere mogelijkheid is dat de grijsaard en de jongeman één en dezelfde persoon zijn. Zo bekeken, toont het doek op de achtergrond ons het verleden, met een jongeling die aan het begin van zijn volwassen leven een pact sluit met de Dood. Ze spreken af dat de jongeman mag blijven leven en zich verrijken en dat de Dood hem pas later zal komen halen. Op het voorplan komt de Dood de man herinneren aan hun oude afspraak. Waarop de grijsaard protesteert en er op wijst dat het exacte uur nog niet gekomen is. Dat geeft hem de tijd om nog nog enkele belangrijke zaken af te handelen.

Frans Francken II, der Tod und der Kaufmann,

Frans Francken II, der Tod und der Kaufmann,

Het centrale deel van het schilderij lijkt te zijn overgenomen van een ander werk van Frans Francken II met hetzelfde onderwerp. Het wordt bewaard in het Duitse Freising en dateert van ongeveer 1620. Er bestaan wereldwijd verschillende versies van dit doek. Daarnaast kan Frans Francken II, zonder er zich letterlijk op te hebben gebaseerd, vertrouwd geweest zijn met Holbeins ‘Der Rych Man’. Deze houtgravure maakt deel uit van een serie van 41 gravures, gesneden in 1526 en twaalf jaar later gepubliceerd in Bazel. We zien hoe de Dood hier een rijkaard berooft van al zijn zilver, alvorens er ook met diens leven vandoor te gaan.

Hans Holbein, Der Rych Man, houtgravure, 1526

Hans Holbein, Der Rych Man, houtgravure, 1526

Terwijl kunstenaars in hun dodendansen even vaak gewone mensen opvoerden als heren en dames van stand, waren de vanitas van nature meer gericht op het afbeelden van rijkaards, intellectuelen of machthebbers. Zo werd de adel en de geestelijkheid, evenmin als wijsgeren, kunstenaars en vromen gespaard. De didactische waarde van deze schilderijen mag niet onderschat worden: enerzijds voelde de gelovige massa zich door deze beeldentaal rechtstreeks aangesproken en anderzijds geven deze doeken en gravures vorm aan de menselijke angst voor de onvermijdelijke dood. Iets waartegen zelfs de grootste rijkdom geen uitweg biedt.

 

 

Nathalie Dumoulin
Museumgids

Bibliografie

  • Briels J., Vlaamse schilders en de dageraad van de Gouden eeuw, Mercatorfonds, Antwerpen, 1987, pp.259-267.
  • Bergström I., “Vanité et moralité”, in L’Oeil, 1970.
  • Härting U.A., Frans Francken der Jüngere (1581-1642): die Gemälde mit Kritischem Oeuvrekatalog, ed. Lucas Verlag, Lingen, 1989.
  • Wolbeek I., Frans Francken II, La mort invite le vieillard riche à une dernière danse, Niet-gepubliceerd dossier, Museum of the National Bank of Belgium.