De wisseltafel: een tafel als geen andere  Share

Een wisseltafel?

wisseltafelMen kan zich de vraag stellen waarom er in het museum van de Nationale Bank een houten tafel centraal opgesteld staat in een tentoonstellingsruimte gewijd aan de oorsprong en de geschiedenis van het geld? Welnu, deze tafel behoorde ooit tot het meubilair van een 16de-eeuwse muntwisselaar. Muntwisselaars waren vanaf de late Middeleeuwen in onze steden actief. Zij kunnen beschouwd worden als de voorlopers van de huidige bankiers. In de Middeleeuwen waren zij noodzakelijk omwille van de talrijke soorten munten in omloop. Meestal stelden zij zich op in de nabijheid van een stadspoort, op een goed zichtbare plek, zodat vreemde kooplui en reizigers eerst bij hen langsgingen om hun geld in plaatselijke munt om te wisselen. Net zoals de banken vandaag, rekenden de wisselaars commissies aan op de gewisselde sommen.

De muntwisselaar en zijn functies

Enerzijds was de wisselaar een particulier ondernemer en anderzijds had hij een publieke functie. Daarom werd hij nauwlettend door de overheid in de gaten gehouden. Hij had twee hoofdtaken: als zelfstandig ondernemer bestond zijn dagdagelijkse activiteit uit het omwisselen van verschillende muntsoorten. Als overheidsfunctionaris had hij de opdracht de valse en de gesnoeide munten uit omloop te nemen. Het is vanzelfsprekend dat voor een gezonde muntcirculatie vooral de tweede taak, in opdracht van de overheid, belangrijk was. Alleen wisselaars mochten minderwaardige muntstukken opkopen (uiteraard tegen metaalwaarde) en doorverkopen aan goudsmeden of muntmeesters. Het beroep van muntwisselaar kon ongetwijfeld zeer lucratief zijn, maar daarvoor moest hij dan ook aan strenge eisen voldoen.

Naar Quinten Metsys, De bankier met zijn vrouw, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van  België, Brussel
Naar Quinten Metsys, De bankier met zijn vrouw, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

Ondanks het feit dat de wisselaars onder toezicht stonden van de overheid, kwamen in het verleden wel eens misbruiken voor doordat ze hun vakkennis in hun eigen voordeel aanwendden en gebruik maakten van de onwetendheid van hun klanten. Wisselaars waren daarom verplicht de hen aangeboden stukken te wegen en om te wisselen in het zicht van hun klanten. Ze dienden ook steeds de meest recente muntordonnantie ter beschikking van hun cliënteel te houden. Ze hadden vaak ook een munttarief of muntboekje binnen handbereik waarvan sommige ook wel Beeldenaer of Figuerboeck werden genoemd omwille van de afbeelding in houtsnede van een groot aantal munten die ze bevatten. Het munttarief geeft de waarde op van de toegestane eigen en vreemde munten, zowel oude als nieuwe; daarnaast vermeldt het ook de munten die verboden waren en die dus door de wisselaars als muntmetaal moesten beschouwd worden. De wisselaars dienden de door hen opgekochte minderwaardige munten in het bijzijn van de verkoper-klant door te knippen. Het spreekt voor zich dat ze uitsluitend gebruik mochten maken van juiste en geijkte gewichten en balansen.

Van banco tot bank en van banco rotto tot bankroet

wisseltafel

De wisselaars die zich vanaf de 13de eeuw in de Nederlanden kwamen vestigen, waren vaak afkomstig uit het Italiaanse Lombardije. De Lombarden duidden hun werktafel aan met het woord banco. Zoals reeds vermeld, kunnen deze Italiaanse wisselaars als de voorlopers worden beschouwd van de hedendaagse bankiers. De Nederlandse benaming voor financiële instelling, het woord “bank”, verwijst naar deze origine en is ontleend aan het Italiaanse woord banco.

Net zoals de bank vandaag goed beveiligd is, zijn er in deze middeleeuwse banco ook een aantal veiligheidsmechanismen ingebouwd. Deze tafel is namelijk voorzien van een uitschuifbaar bovenblad, waardoor een duidelijke afstand kon gecreëerd worden tussen de wisselaar en zijn klant ten einde diefstal te voorkomen. Het wegen en wisselen van de munten gebeurde weliswaar in het bijzijn van de klant, maar wel buiten handbereik van deze laatste. De overhandiging van de munten zelf vond plaats bovenop het inmiddels teruggeschoven tafelblad. Daarnaast bevat deze banco ook nog enkele goed verborgen laden en een safe, alsook een stevig slot. Omwille van deze veiligheidselementen, kregen de wisselaars langzamerhand ook geld in bewaring. Voor elk deposito kreeg de klant een handgeschreven ontvangstbewijs in de plaats, dat eventueel nadien ook ter betaling kon worden doorgegeven aan een schuldeiser. Op deze wijze is het papiergeld ontstaan. Het toevertrouwen van liquiditeiten aan wisselaars, gaf de aanzet tot nog een andere belangrijke bankactiviteit, met name het verlenen van kredieten. Wie geld wenste te lenen, kon dus bij de wisselaars terecht, die hiervoor het geld gebruikten dat hen in bewaring was gegeven.

Wanneer echter muntwisselaars te veel leningen toekenden en te weinig reserves aanhielden, dreigden ze hun verbintenissen niet te kunnen nakomen en gingen ze bankroet met alle gevolgen vandien: het nieuws dat zich in een mum van tijd verspreidde, de massale stormloop van de klanten, de hierbij gepaard gaande volkswoede en soms een waarachtige lynchpartij.

Maar vanwaar die term bankroet? Wanneer een wisselaar roekeloos omging met de hem toevertrouwde gelden en met het verlenen van kredieten, werd hem het recht ontzegd om nog langer het beroep van wisselaar uit te oefenen. Om dit voor iedereen duidelijk te maken, werd zijn tafel “gebroken” of in duizend stukken kapot geslagen. Banco rotto is de Italiaanse uitdrukking voor een kapotgeslagen tafel, een kapotte bank en vandaar ook een failliete bank. Het woord bankroet stamt dus, net zoals het woord bank, uit het Italiaans.

We kunnen dus besluiten dat deze muntwisselaars, wisseltafels en ontvangstbewijzen respectievelijk de voorlopers zijn van de huidige bankiers, commerciële banken en bankbiljetten. Deze houten banco is dus echt geen gewone tafel als een andere te noemen.

Julie Lenaerts

Museumgids

Bronnen

  • Huiskamp M. & de Graaf C., Gewogen of Bedrogen: het wegen van geld in de Nederlanden, Rijksmuseum Het Koninklijk Penningkabinet, Leiden, 1994.