De steen van Yap  Share

yap

Eeuwen geleden voeren de eilandbewoners van Yap in kleine bootjes naar het eiland Palau, maar liefst 400 kilometer verderop. Daar ontgonnen ze aragoniet, een gesteente dat op hun eigen eiland niet voorkomt. Ze hakten massieve stukken van dit gesteente tot schijven. In het midden werd een gat aangebracht, zodat ze gemakkelijk, met behulp van stokken, konden worden vervoerd. Na verloop van tijd werden de schijven als betaalmiddel gebruikt en kregen ze de naam rai.

De reis naar Palau was echter niet zonder gevaar. Mensen raakten gewond of lieten het leven tijdens de overtocht. De waarde die aan een steen werd toegekend werd hierdoor beïnvloed. Wanneer tijdens een tocht veel risico’s waren genomen, het delven moeilijk was verlopen en er zelfs slachtoffers waren gevallen, was een steen meer waard. De waarde hing dus niet alleen af van de grootte en gaafheid van de steen, maar ook van de individuele geschiedenis, ouderdom, risico’s en problemen bij het delven en het transport. Ook het sociale aspect speelde mee. Stenen die in het bezit van belangrijke personen waren geweest kregen een hogere waarde.

De stenen bevonden zich op een goed zichtbare plaats, vaak op het dorpsplein, langs een weg of voor een huis. Wanneer een steen van eigenaar veranderde, werd hij – ook om praktische redenen, gezien de omvang – meestal niet verplaatst. De hele gemeenschap was op de hoogte van de geschiedenis en de eigendomsrechten van elke steen en deze kennis werd mondeling overgeleverd.
Na 1931 werden geen nieuwe stenen meer gedolven. Omdat de stenen door hun grootte en gewicht niet bepaald praktische betaalmiddelen waren, wordt sinds de 20ste eeuw de Amerikaanse dollar voor de dagelijkse betalingen gebruikt.