Geld in nood  Share

Iedereen kent wellicht de verhalen over boter en eieren die tijdens de oorlog van het platteland naar de stad werden gesmokkeld. Maar hoe werden die boter en eieren dan wel betaald?

biljet van 5 frankbiljet van 2 frankbiljet van 1 frank

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bleven aanvankelijk de gekende biljetten van de Nationale Bank in gebruik. Maar de Nationale Bank had, ondermeer met het oog op een nakend gewapend conflict, reeds vanaf 1912 maatregelen genomen. Biljetten met een waarde van 5 frank werden voorbereid om in geval van oorlog in omloop te brengen. Het dreigende internationale conflict zorgde voor paniek bij de bevolking. Er groeide wantrouwen tegenover de bankbiljetten en men haastte zich eind juli – begin augustus 1914 naar de Nationale Bank om de biljetten in te ruilen tegen muntstukken. Daarnaast ontstond er in deze periode een probleem in het kleine betalingsverkeer. De vijffrankstukken en de zilveren pasmunt verdwenen uit de omloop. Men begon ze immers op te potten vanwege hun metaalwaarde. Hiervoor bracht de Nationale Bank op 27 augustus 1914 inderhaast vervaardigde biljetten van 1 en 2 frank type rekening-courant uit. Toch zou dit niet volstaan om de geldschaarste op te vangen …

Meer en meer gemeenten kwamen in serieuze financiële problemen. Naast de dagelijkse uitgaven werden ze geconfronteerd met de bijkomende oorlogslasten. Militievergoedingen, militaire opeisingen,oorlogsschattingen, … vielen ten laste van de gemeenten, die geen beroep meer konden doen op hun financiële reserves. Deze waren gedeeltelijk geblokkeerd door oorlogsmaatregelen, zoals het moratorium op de deposito’s dat de opvragingen sterk begrensde.

De eerste gemeenten vonden in augustus al een creatieve oplossing voor hun financiële moeilijkheden in de vorm van noodbiljetten of kasbons. Dit betekende concreet dat gemeenten zelf geld in omloop brachten zodat de gemeente, maar ook haar burgers, terug financiële middelen hadden. Andere gemeenten volgden snel dit voorbeeld zodat uiteindelijk meer dan 480 gemeenten in België eigen noodbiljetten in omloop brachten.

De gemeenten hadden nu wel opnieuw geld, maar hadden de mensen wel vertrouwen in dat nieuw gecreëerde betaalmiddel? Sommige gemeenten hadden dwangmaatregelen uitgewerkt indien de noodbiljetten niet zouden aanvaard worden, maar ze moesten er nauwelijks een beroep op doen.

Banknote with the value of 10 centimes released by the town of Leuven
Bankbiljet van 10 centimen uitgebracht door de stad Leuven

Er rezen wel een aantal andere problemen waar de gemeenten in eerste instantie niet aan gedacht hadden. Binnen welke grenzen waren de noodbiljetten geldig? De lokale handelaars moesten zich immers kunnen bevoorraden buiten de gemeente of stad. Sommige kleine gemeenten waren voor bepaalde producten zelfs helemaal afhankelijk van een nabijgelegen stad. De gemeente Kessel-Lo bijvoorbeeld, was voor haar voedsel- en randstofvoorziening nagenoeg helemaal afgestemd op de stad Leuven. Voor Kessel-Lo was het dus belangrijk dat haar noodgeld ook aanvaard werd in Leuven. Om deze problemen op te lossen werden er akkoorden gesloten tussen steden en gemeenten opdat het noodgeld in een ruimer geografisch gebied betaalkracht had. In de provincie Oost-Vlaanderen werd de “Bond van de gemeenten van het Land van Waas” opgericht die de stad Sint-Niklaas met twintig gemeenten uit de buurt verenigde. Ook de gemeenten uit de omgeving van Doornik sloten een gelijkaardig akkoord.

Over de juridische kant van het noodgeld bekommerden de gemeenten zich aanvankelijk niet al te veel. Nochtans is er in België maar één instelling die geld mag uitgeven, m.n. de Nationale Bank. Om dit juridisch probleem op te lossen werd noodgeld daarom beschouwd als schuldbewijs van bijzondere aard, dat enkel gebruikt werd binnen de grenzen van de (samenwerkende) gemeenten om levensnoodzakelijke producten aan te schaffen.

Emergency coin of 25 centimes released by the town of Ghent
Noodmunten van 25 centimen uitgebracht door de stad Gent

Tot slot verdient het noodgeld uit Gent nog een speciale vermelding. Slechts in enkele gemeenten in België werden naast papieren noodbiljetten ook noodmunten gemaakt. Eén van de 4 gemeenten was Gent. Aanvankelijk werden de munten uit ijzer met een laagje koper geslagen, tot de Duitse bezetter dit in 1918 verbood. Vanaf dan bracht de stad kartonnen munten in omloop.

Inge Vervloesem,

museumgids

Update 08/02/2013: De Belgische noodbiljetten uit WO I zijn nu online!

Bronnen:

  • Janssens V., De Belgische Frank. Anderhalve eeuw geldgeschiedenis, Brussel, 1975, pp.155-167.
  • Waerzeggers R., “Het noodgeld uitgegeven door het Leuvens stadsbestuur 1914-1918″, in: Revue belge de Numismatique, Brussel, 1978, pp.105-180.
  • Het noodgeld van Oost-Vlaanderen tijdens WO I en WO II, Brussel, 1989, pp.3-9.
  • “Les monnaies communales en Belgique pendant la guerre 1914-1918”, in NBB-BNB, 1953, n°2, pp.1-16.
  • De rekening-courantreeks omvatte ook biljetten van 1000, 100 en 20 frank en was o.m. bedoeld voor de uitbetaling van de banktegoeden.; Andere bronnen spreken van ongeveer 600 gemeenten.