Keltische beeldenaars van naderbij bekeken  Share

kelt1

Abstract, gestileerd, niet-figuratief, … Enkele termen die spontaan opkomen bij het aanschouwen van de voorzijde van deze Keltische munt. Het lijkt wel alsof men willekeurig enkele tekens of symbolen op het muntplaatje heeft samengebracht, zonder enige betekenis. Maar is dit werkelijk zo, valt er niets te herkennen op deze voorzijde? En waarom staat er een paard afgebeeld op de keerzijde? Om op deze vragen te kunnen antwoorden, is het nodig de Keltische monetaire geschiedenis van nabij te bekijken.

Philippus II
Philippus II

De eerste Keltische munten worden gedateerd in de derde eeuw voor Christus en zijn sterk geïnspireerd op Griekse staters, zoals deze van Philippus II van Macedonië. Ook de munten van Tarente dienden als voorbeeld voor de Keltische muntslag, waarvan de vroegste munten van de Ambiani getuigen. Deze Griekse invloed is enerzijds te wijten aan de aanwezigheid van Gallische huursoldaten in het leger van de mediterrane vorsten en anderzijds aan de vele handelscontacten tussen beide volkeren. Door hun gunstige ligging speelden de Ambiani immers een cruciale rol in het transport van tin naar Tarente. Dit verklaart niet alleen de grote Griekse invloed, maar ook de economische en monetaire voorsprong van de Ambiani tegenover de andere Keltische stammen.

Ambiani
Ambiani

In 209 voor Christus verloor Tarente echter zijn onafhankelijkheid, wat het einde betekende van hun intense handelsbetrekkingen. Dit leidde tot een periode van monetaire inactiviteit bij de Ambiani. Pas in het midden van de tweede eeuw voor Christus begonnen ze opnieuw munten te slaan. Deze munten ‘met brede schijf’ vormen een samensmelting van enerzijds het type van de stater van Philippus II van Macedonië en anderzijds van het Tarentijnse type.

 

kelt5Het hoofd op de voorzijde is duidelijk geïnspireerd op het hoofd van Apollo op de Macedonische stater. De staaf in het haar werd ontleend aan de sluier van Hera op de munt uit Tarente. Het paard op de keerzijde verwijst naar het tweespan, waarbij het wiel achter het paard de wagen voorstelt en de stippen herinneren aan de menner op de Macedonische stater. Door de samensmelting van beide types poogden de Ambiani een grotere monetaire éénheid en herkenbaarheid te creëren.

Ambiani
Ambiani

In de loop van de eerste eeuw voor Christus werd het muntplaatje steeds kleiner. Dat had zijn gevolgen op de beeldenaar die steeds abstracter werd. Zo verliest het hoofd op de voorzijde zijn menselijke trekken en wordt de haardos herleid tot enkele krullen. Op de keerzijde is enkel nog het paard te herkennen, de overige elementen zijn gereduceerd tot stippen. Van het Griekse prototype is hierdoor niet veel meer te herkennen…

Deze munten ‘van het tweezijdig type vormen op hun beurt de inspiratie voor een reeks munten, geslagen naar aanleiding van de Gallische oorlog (59 – 51 voor Christus). Onmiddellijk na de komst van Caesar in Gallia ontstond er immers een coalitie tussen verscheidene Belgische stammen zoals de Nervii, de Ambiani, de Suessiones en de Veliocasses. Om tegemoet te komen aan de noden van de oorlog en ter bevordering van de onderlinge handelscontacten begonnen deze verschillende stammen nieuwe munten te slaan met een haast identiek gewicht en met een sterke typologische verwantschap, gebaseerd op het ‘tweezijdig type’ van de Ambiani. Dit ‘tweezijdig type’ was niet alleen wijdverspreid en algemeen aanvaard, maar was ook stabiel in gewicht en zuiverheid: het ideale prototype dus voor de munten van de geallieerde stammen. Hun nieuwe munten worden echter gekenmerkt door een verregaande abstractie, waardoor vaak slechts enkele elementen van het prototype herkenbaar zijn, zoals blijkt uit volgende voorbeelden.

Nervian
Nervian

Op de voorzijde van deze Nervische stater zijn enkel de krullen en de staaf in de haren te herkennen. De keerzijde sluit nauwer aan bij het origineel: het paard is goed herkenbaar. Het wiel verwijst naar het tweespan.

 

 

 

Suessiones
Suessiones

Ook deze munt, geslagen door de Suessiones, heeft enkel de krullen en de staaf op de voorzijde bewaard. Op de keerzijde wordt opnieuw het paard afgebeeld, een duidelijke verwijzing naar het prototype.

 

 

Treviri
Treviri

Op de munten van de Treviri is geen plaats voor krullen of een staaf, omdat ze één facet van het prototype, namelijk het oog, sterk uitvergroot hebben. Daardoor vallen alle andere elementen van het hoofd buiten het muntplaatje. De keerzijde wordt ook hier weer gekenmerkt door de afbeelding van een paard.

Uit deze voorbeelden kunnen we dus besluiten dat de Keltische beeldenaars geen verzameling zijn van willekeurige tekens en symbolen, maar een verregaande abstractie vormen van Griekse originelen, met name van de munten van Philippus II van Macedonië en de staters van Tarente.

Jeroen De Meester
museummedewerker

Bron:

  • Scheers S., Traité de numismatique Celtique: II. La Gaule Belgique, Paris, 1977, pp. 27 – 80.