De zappozap: een sierlijke bijl als betaalmiddel  Share

Twee jaar na het verwerven van Kongo als zijn persoonlijk eigendom, tekende Leopold II in 1887 een decreet tot organisatie van het muntsysteem: hij stelde de Belgische frank als eenheidsmunt voorop. De Kongolezen stonden echter sterk weigerachtig tegenover deze nieuwe munt en het duurde lang vooraleer het standaardgeld algemeen werd aanvaard.

zappozap
zappozap

De reden hiervoor is niet ver te zoeken. De Kongolezen kennen een lange geschiedenis van betaalmiddelen waarin munten nooit een belangrijke rol hebben gespeeld. Net zoals bij vele andere volkeren kent vooral de ruilhandel in Afrika een lange voorgeschiedenis. De waarde van de ruilgoederen werd in de loop van de tijd tamelijk stabiel en bepaalde producten werden standaardbetaalmiddelen. Zout is een voorbeeld van een dergelijk betaalmiddel, maar het werd steeds hergebruikt en kon dus moeilijk opgepot worden. Vanaf de vijftiende eeuw schakelde men over op metaal. Deze overgang is in Kongo echter niet te wijten aan de duurzaamheid of de compactheid, maar aan de magische kracht die de Afrikanen van oudsher aan metaal toeschrijven. Bovendien waren het geen munten die geslagen werden, de voorkeur van de Afrikaanse volkeren ging vanaf toen uit naar wapens.

De grootste en meest opmerkelijke Kongolese wapens zijn de decoratieve bijlen die zappozaps genoemd worden en toegeschreven kunnen worden aan één volk: de Lulua die zich ophouden in het zuidoostelijk gedeelte van Kongo. De welluidende term zappozap is afgeleid van een berucht bandietenhoofd en slavenhandelaar van de Lulua, die in tal van legendes van het volk terugkomt. Zijn volgelingen, afkomstig van verschillende aangrenzende volkeren, vestigden zich in Luluaberg en waren vermaard om hun vakkundigheid in het bewerken van ijzer. Toch moet vermeld worden dat de zappozaps aanvankelijk geen betaalmiddelen in de letterlijke zin van het woord waren. De bijlen waren eerder onderscheidings- of praaltekens die wezen op macht en gedragen werden tijdens paradestoeten en ceremonieel vertoon. Hun rijkelijke versiering of het gebruik van koperlegering onderscheidde de zappozaps van de ‘ordinaire’ bijlen. Men zou ze onrecht aandoen ze te omschrijven als reële wapens. Voor de gewone man bleef het voor eeuwig een onvervulde droom ze in zijn bezit te hebben, en hoewel ze wel rijkdom representeerden, kon men er niets mee kopen.

Net zoals het exemplaar dat hier in het museum ligt, zijn de vroegste zappozaps ware kunstwerken. Het blad van de bijl bestaat uit vijf stutten die op een gelijkaardige manier versierd worden. De bijlen van de chef worden op een rijkelijke manier verfraaid met menselijke figuren; die van de hoogwaardigheidsbekleders even sierlijk maar eenvoudiger afgewerkt. Vervolgens worden de vijf stutten elk afzonderlijk in het vuur geplaatst om ze te lassen. Op die manier verkrijgt de bijl een barok uiterlijk dat hem ondanks zijn gewicht een sierlijke aanblik verleent. Van de mooiste exemplaren, zoals dit in ons museum, wordt het handvat bedekt met de huid van een varaan.

Toen de inheemse bevolking zag dat de interesse van de Europeanen voor de zappozaps groeide, begonnen de Lulua deze bijlen plots in grote aantallen te vervaardigen. Opzichtige en overdreven versierde exemplaren in gepolijst koper overspoelden de markt en werden gebruikt voor de inheemse handel. Vanaf dat ogenblik werd de zappozap een reëel betaalmiddel waarmee de Lulua allerlei luxeproducten konden kopen. Hoewel de praalbijl vanaf dan massaal naar Europa werd verscheept, is de magische kracht van het wapen nooit verdwenen. Zoals hierboven aangehaald ligt de oorzaak daarvan in het materiaal waarin het wapen vervaardigd werd. De technieken van het smelten en smeden van ijzer worden nog steeds zorgvuldig geheimgehouden. Behandel de zappozap dus met respect want hij werd vervaardigd door een smid, een man met groot aanzien die evenveel macht bezit als een stamhoofd of een priester.

An Meirhaeghe
Museumgids