Het duizendjarig bestaan van de stad Rome  Share

Het aanbreken van het jaar 2000 was voor vele mensen een aanleiding om na te denken over verleden, heden en toekomst. Het was een tijd van bezinning, met centraal de vraag wat het derde millennium ons zou brengen.

 Medaillon 1000-jarig bestaan van de stad RomeMedaillon 1000-jarig bestaan van de stad Rome 
Medaillon 1000-jarig bestaan van de stad Rome

Meer dan 1750 jaar geleden stelden de Romeinen zich net dezelfde vragen. In 248 na Christus werd immers het duizendjarig bestaan van de stad Rome gevierd, Rome dat volgens de legende op 21 april 753 voor Christus door Romulus en Remus werd gesticht. Enerzijds heerste er een gevoel van dankbaarheid voor de grootsheid van het Romeinse Rijk, maar anderzijds was er ook een gevoel van angst en onzekerheid voor wat de toekomst zou brengen. Zou Rome zich ook het komende millennium kunnen handhaven, rekening houdend met de spanningen aan de grenzen en de frequente machtswissels?

Via dit medaillon poogt keizer Philippus Arabs (244 – 249) de bevolking gerust te stellen dat de toekomst van Rome ook voor het volgende millennium verzekerd is. De voorzijde draagt hiertoe bij door er op te wijzen dat de troonopvolging verzekerd is, de keerzijde door er op te wijzen dat aan de goden bescherming wordt gevraagd.

De voorzijde draagt enerzijds de portretten van keizer Philippus Arabs en zijn vrouw Otacilia Severa, en anderzijds van hun zoon Philippus II. In 247 na Christus werd Philippus II door zijn vader tot medekeizer aangesteld, om bij een eventueel overlijden, een vreedzame opvolging te voorzien, en zo anarchie te vermijden. Door de spanningen aan de grenzen was dit van essentieel belang voor het voortbestaan van het Romeinse Rijk. Ook de tekst ‘Concordia Augustorum’, de eendracht tussen de keizers, benadrukt de nood aan én het belang van de keizers als spilfiguur voor het welzijn van het Romeinse Rijk.

Op de keerzijde wordt een offerplechtigheid afgebeeld waarop Philippus Arabs en Philippus II, respectievelijk rechts en links van het altaar, een offer plengen. Via dit offer vragen de keizers aan de goden om het Romeinse Rijk ook in het nieuwe millennium te beschermen. Ook de tekst ‘Saeculum novum’, de nieuwe eeuw, wijst erop dat de keizer bescherming vraagt voor de komende eeuwen.

Ondanks de offers en de verzekerde troonopvolging bleek dat de onrust van de bevolking terecht was: reeds in 249 na Christus sneuvelden zowel Philippus Arabs als zijn zoon Philippus II in hun strijd tegen Trajanus Decius (249 – 251). Decius, bevelhebber over de troepen aan de Donau, werd door zijn eigen leger tot keizer uitgeroepen, waarna het tot een treffen kwam in de slag bij Verona.

Het verdere verloop van de derde eeuw wordt gekenmerkt door een periode van onrust, zowel op politiek – militair als op economisch vlak, met frequente machtswissels. Ondanks enkele perioden van relatieve rust en bloei gedurende de hierop volgende eeuwen, zoals onder meer ten tijde van Constantijn de Grote (306 – 337), kreeg het Romeinse Rijk zijn oude glorie nooit meer terug. Integendeel, in 476 na Christus werd keizer Romulus Augustulus (475 – 476) van zijn troon gestoten door de Germaan Odoaker, wat traditioneel aanzien wordt als het einde van het West – Romeinse Rijk.

Het nieuwe millennium bracht dus, ondanks dit medaillon van keizer Philippus Arabs, weinig tot geen voorspoed voor het Romeinse Rijk, integendeel. Hopelijk verloopt het derde millennium voor ons positiever …

Jeroen De Meester
Museummedewerker

Bron:

  • Mattingly H. & Sydenham e.a., The Roman Imperial Coinage Vol IV part III: Gordian III – Uranus Antoninus, Londen, 1968, p. 59 ;
  • Toynbee j.m.c., “Roman medallions”, in Numismatic Studies, Vol. 5, New York, 1980, 268 p.