Het betalingsverkeer

De rode lijn in dit dossier is de vraag hoe mensen door de tijd heen betaald hebben en hoe ze dit vandaag doen. 

Wie de Beknopte gids van de geschiedenis van de betaalmiddelen doorbladert, merkt al snel dat er in de afgelopen eeuwen betaalmiddelen geweest zijn die nu niet meer bestaan.

Handelswissels

Ze hebben plaats gemaakt voor nieuwe, meer eigentijdse betaalmiddelen. Tot het begin van de 20ste eeuw ging deze vernieuwing zeer langzaam, zeker voor de burger. De burger betaalde in principe alleen met munten; slechts uitzonderlijk werd een bankbiljet bovengehaald. De grotere biljetten werden lange tijd alleen voor zakelijke transacties gebruikt. Een overzicht van de geschiedenis van de biljetten in Belgische frank vind je hier.

Door de democratisering van de bankrekening na de Tweede Wereldoorlog, werd de alleenheerschappij van het contante geld doorbroken. Burgers konden voortaan ook giraal betalen. De handige tijdslijn van het museum wijst de opkomst van de salarisrekening, van de gewaarborgde betaalcheque en van het e-betalingsverkeer als drie van de meest belangrijke ontwikkelingen aan. Het boek ‘Van kaarten en automaten vertelt het volledige verhaal van de evolutie van het moderne Belgische betalingsverkeer van de jaren 1950 tot 2004. Tegenwoordig is er een waaier van betaalmiddelen, van cash tot de mobiele portefeuille. Aan elke manier van betalen zijn er kosten en voor- en nadelen verbonden, maar de keuze is hoe dan ook bijzonder groot geworden.

Sinds haar oprichting in 1850 bevordert de Nationale Bank van België de goede werking van het betalingsverkeer. Ze drukt de biljetten en ze brengt de euromunten en –biljetten in omloop. Tot 2013 organiseerde de NBB ook de zogenaamde verrekening of uitwisseling van betalingsstukken tussen de financiële instellingen. Tot 1974 werden de betaalmiddelen (cheques, overschrijvingen, enz.) dagelijks manueel uitgewisseld in de zogenaamde verrekenkamers in de lokalen van de NBB te Brussel en in de provincies. Vanaf 1974 gebeurden de uitwisselingen meer en meer elektronisch dankzij het UCV. Het UCV (Uitwisselingscentrum en Verrekening) is het Belgische geautomatiseerde interbancair betaalsysteem voor detailbetalingen tussen particulieren, bedrijven en overheden. Sinds 2013 is het UCV-systeem gemigreerd van het door de NBB geleverde platform naar het CORE(BE) platform van STET. Voor de vereffening van centralebankoperaties en grote interbancaire transfers in euro biedt het Eurosysteem TARGET2 aan. De Nationale Bank oefent het toezicht (‘oversight’) uit op de betalings- en verrekeningssystemen. Dit omvat een dubbele taak: enerzijds worden normen (principes, minimumeisen, gedragscodes, enz.) opgesteld en anderzijds wordt er op toegezien dat die normen ook daadwerkelijk worden nageleefd.

Op 1 februari 2014 vond de definitieve overstap naar SEPA (Single Euro Payments Area) plaats. Consumenten, overheden, handelaars en ondernemingen kunnen hun betalingen overal in de eurozone en de Europese Unie gemakkelijk uitvoeren dankzij het gebruik van identieke betaalmiddelen: kaarten, overschrijvingen en domiciliëringen. In welk land men ook woont, er wordt geen onderscheid meer gemaakt: alle betalingen zijn ‘interne betalingen’ binnen Europa. Onze nationale rekeningnummers van twaalf cijfers zijn omgezet in Europese IBAN-nummers van zestien tekens en voor al onze overschrijvingen en domiciliëringen gelden de SEPA-normen. Op de website van de NBB kun je enkele infofolders downloaden die alle praktische gegevens bevatten over de SEPA-overschrijvingen en –domiciliëringen. Je studenten kunnen hun kennis testen door de zes vragen van de quiz ‘Hoe maak ik een overschrijving?’ te beantwoorden (met dank aan Jenthe Timmermans en Klascement).

En dan zijn er nog de virtuele munten zoals bitcoin of litecoin die op veel media-aandacht kunnen rekenen en die onze nieuwsgierigheid wekken. Lees in dat verband zeker de gezamenlijke persberichten van 16 april 2015 van de toezichthouders NBB en FSMA.

Woon je bovendien in Gent of in Luik, dan ben je misschien ook al geconfronteerd met munten en biljetten waarvan de nominale waarde respectievelijk uitgedrukt is in Torekes of in Valeureux. Dit zijn zogenaamde lokale, gemeenschaps- of complementaire munten die reeds enige tijd aan een heuse opmars bezig zijn. Het boek ‘Maak je buurt uitmuntend! Handboek gemeenschapsmunten voor lokale besturen en organisaties’ behandelt er alle aspecten van. De belangrijkste toegevoegde waarde van de gemeenschapsmunten is maatschappelijk en bevindt zich in de sociale sfeer.

Tenslotte nog een klein nieuwsbericht dat tot nadenken stemt. Op 15 januari 2010 liet een buitenlandse hulpverlener na de rampzalige aardbeving in Haïti in de krant optekenen: ‘Geld is niets waard, water is hier nu het nieuwe betalingsmiddel’.