Woordenlijst

Volledige lijst | Meertalig glossarium | xml20  woorden met beginletter "e"
  • EONIA (Euro overnight index average)
    Een maatstaf voor de effectieve rente die van toepassing is op de interbancaire eurodaggeldmarkt. De EONIA wordt berekend als een gewogen gemiddelde van de rente over in euro luidende kortlopende krediettransacties zonder onderpand, zoals meegedeeld door een groep van deelnemende banken.
  • ERM II (exchange rate mechanism II)
    Het wisselkoersarrangement dat het kader vormt voor samenwerking op het gebied van wisselkoersbeleid tussen landen van het eurogebied en de EU-lidstaten die niet vanaf de start van de derde fase van de Economische en Monetaire Unie (EMU) deel uitmaken van het eurogebied.
  • Economisch en financieel comité
    Dit comité bestaat uit de directeurs van de Schatkist, de nummers twee van de nationale centrale banken van de Europese Unie, twee vertegenwoordigers van de Europese Centrale Bank en twee van de Europese Commissie (34 leden in totaal). Het is belast met het voorbereiden van de vergaderingen van de ministers van Financiën van de EU en van de vergaderingen van de Eurogroep.
  • Economische analyse
    Een van de pijlers van het ECB-kader voor een uitgebreide analyse van de risico's voor de prijsstabiliteit, die ten grondslag ligt aan de monetaire-beleidsbeslissingen van de Raad van Bestuur. De economische analyse richt zich primair op de beoordeling van de huidige economische en financiële ontwikkelingen en de daaruit voortvloeiende korte- tot middellange-termijnrisico’s voor de prijsstabiliteit vanuit het perspectief van de wisselwerking tussen vraag en aanbod in de goederen-, diensten- en factormarkten tot die tijdshorizons. In dit opzicht wordt gepaste aandacht besteed aan de noodzaak de aard van de schokken die de economie beïnvloeden in kaart te brengen, alsmede hun effecten op het beloop van kosten en prijzen en de korte- tot middellange-termijn-vooruitzichten voor hun doorwerken in de economie (zie ook monetaire analyse).
  • Economische en Monetaire Unie (EMU)
    Het Verdrag van Maastricht beschrijft het proces dat in drie fasen moet leiden tot de EMU in de Europese Unie (EU). De eerste fase van de EMU begon in juli 1990 en eindigde op 31 december 1993; ze werd hoofdzakelijk gekenmerkt door de ontmanteling van alle interne belemmeringen op de vrijheid van kapitaalverkeer binnen de EU. De tweede fase van de EMU begon op 1 januari 1994 en voorzag onder meer in de oprichting van het Europees Monetair Instituut (EMI), in een verbod op monetaire financiering van de overheidssector en op diens bevoorrechte toegang tot de financiële instellingen, en in de vermijding van buitensporige overheidstekorten. De derde fase is van start gegaan op 1 januari 1999 met de overdracht van de monetaire bevoegdheden aan de ECB en de invoering van de euro. De vorming van de EMU werd voltooid met de overgang naar de chartale euro op 1 januari 2002.
  • Elektronisch geld (e-money)
    Elektronische opslagvorm van monetaire waarde op een technische drager, die algemeen kan worden gebruikt als een betaalmiddel aan toonder waarin van tevoren waarde is opgeslagen, voor betalingen aan instellingen of ondernemingen anders dan de emitterende instelling, zonder dat bij de transactie noodzakelijk bankrekeningen betrokken zijn.
  • Euribor (Euro Denominated Interbank Offered Rate)
    De rente waartegen een eersteklas bank bereid is krediet in euro te verlenen aan een andere eersteklas bank. De EURIBOR wordt dagelijks berekend voor interbancaire deposito’s met een looptijd van één week en een looptijd van één tot twaalf maanden als het gemiddelde van de dagelijks door een representatieve groep grote banken genoteerde rentevoeten, en wordt afgerond op drie decimalen.
  • Euro
    De naam van de Europese eenheidsmunt zoals die werd aangenomen door de Europese Raad in Madrid op 15 en 16 december 1995.
  • Euroclear
    Onderneming waarbij effecten worden gedeponeerd en die zorgt voor de uitwisseling en afwikkeling van transacties met internationale effecten en grensoverschrijdende transacties met nationale effecten.
  • Eurogebied
    Het gebied dat die lidstaten omvat waar de euro, overeenkomstig het Verdrag van Maastricht, als gemeenschappelijke munteenheid werd aangenomen en waar, onder de verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur van de ECB een gemeenschappelijk monetair beleid wordt gevoerd. In 2015 omvat het eurogebied België, Cyprus, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Slovenië, Slowakije en Spanje.
  • Eurogroep
    Informele vergadering van de leden van de ECOFIN-Raad die de landen van het eurogebied vertegenwoordigen. De Eurogroep komt op regelmatige basis bijeen (gewoonlijk vóór de vergaderingen van de Ecofin-Raad) om aangelegenheden te bespreken die verband houden met de gedeelde verantwoordelijkheid van de landen van het eurogebied voor de gemeenschappelijke munt. De Europese Commissie en, indien nodig, de ECB worden uitgenodigd om deel te nemen aan die vergaderingen.
  • Europees Monetair Instituut
    Een tijdelijke instelling, opgericht bij de aanvang van de tweede fase van de Economische en Monetaire Unie op 1 januari 1994. In 1998, bij de oprichting van de Europese Centrale Bank (ECB), werd het EMI ontbonden.
  • Europees Monetair Stelsel
    Tussen maart 1979 en januari 1999 vormden de landen van de Europese Gemeenschap het Europees Monetair Stelsel (EMS). Het wisselkoersmechanisme van het EMS was gebaseerd op een systeem van afgesproken spilkoersen tussen de deelnemende valuta's. Volgens het Verdrag van Maastricht werd het EMS in 1999 omgevormd tot de Economische en Monetaire Unie (EMU).
  • Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB)
    Bestaat uit de Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale centrale banken (NCB’s) van alle EU-lidstaten, dat wil zeggen dat het naast de leden van het Eurosysteem de NCB’s omvat van de lidstaten die nog niet aan de euro deelnemen. Het ESCB wordt bestuurd door de Raad van Bestuur en de Directie van de ECB en een derde besluitvormend orgaan van de ECB, de Algemene Raad.
  • Europees Systeem voor Financieel Toezicht (ESFS)
    Het Europees Systeem voor Financieel Toezicht heeft tot doel te zorgen voor het toezicht op het financiële stelsel van de Europese Unie. Naast het Europees Comité voor systeemrisico’s (ESRB) bestaat het ESFS uit de Europese Bankautoriteit (EBA), de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen (EIOPA), de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten (ESMA), het Gemengd Comité van de Europese Toezichthoudende Autoriteiten (ESA) en de bevoegde of toezichthoudende autoriteiten in de lidstaten.
  • Europese Centrale Bank (ECB)
    De ECB bevindt zich in het centrum van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) en het Eurosysteem en bezit rechtspersoonlijkheid ingevolge de communautaire regelgeving. Ze ziet erop toe dat de aan het Eurosysteem en het ESCB toevertrouwde taken worden uitgevoerd door middel van haar eigen werkzaamheden of die van de nationale centrale banken, zoals bepaald in de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en de Europese Centrale Bank. De ECB wordt bestuurd door de Raad van Bestuur, de Directie en een derde besluitvormend orgaan, de Algemene Raad.
  • Europese Commissie
    De instelling van de Europese Gemeenschap die belast is met de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Maastricht. De Commissie stippelt het communautaire beleid uit, stelt Gemeenschapswetgeving voor en heeft bevoegdheden ten aanzien van specifieke aangelegenheden. Op het gebied van het economisch beleid stelt de Commissie globale richtsnoeren voor de Gemeenschap voor en brengt zij verslag uit aan de EU-Raad omtrent de economische ontwikkelingen en het ter zake gevoerde beleid. Zij ziet toe op de overheidsfinanciën in het kader van het multilaterale toezicht en brengt verslag uit aan de Raad.
  • Europese Muntslang
    Op 24 april 1972 besloten België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Luxemburg en Nederland dat de koersen van hun valuta's niet meer dan 2,25 % van elkaar mochten afwijken. Dit systeem staat bekend als de "muntslang".
  • Europese Raad
    Voorziet de Europese Unie van de nodige stimulansen bij haar ontwikkeling en bepaalt de algemene politieke uitgangspunten daarbij. De Raad is samengesteld uit de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten en de Voorzitter van de Europese Commissie.
  • Eurosysteem
    Omvat de Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale centrale banken (NCB’s) van de lidstaten die in de derde fase van de Economische en Monetaire Unie de euro hebben aangenomen (zie ook eurogebied). Het Eurosysteem wordt bestuurd door de Raad van Bestuur en de Directie van de ECB.