Woordenlijst

Volledige lijst | Meertalig glossarium | xml145  woorden
  • Aandelenmarkt
    De markt waarin deelbewijzen in de eigendom van een bedrijf worden uitgegeven en verhandeld. Een belangrijk verschil tussen aandelen en schuld is dat aandelen niet door de emittent moeten worden terugbetaald.
  • Algemene Raad (ECB)
    Een van de bestuursorganen van de ECB. De Algemene Raad bestaat uit de President en de Vicepresident van de ECB en de Presidenten van alle nationale centrale banken van de EU-landen.
  • Arbeidsmarkt
    De arbeidsmarkt is de markt waarop het aanbod van en de vraag naar arbeid elkaar ontmoeten. Arbeid wordt gevraagd door de werkgevers en aangeboden door de werknemers.
  • Arbitrage
    Een handeling die erin bestaat gelijktijdig te kopen en te verkopen of te lenen en te ontlenen om te profiteren van prijs- of renteverschillen. Arbitrages leiden tot een nivellering van de prijzen of rentetarieven.
  • Assignaat
    Waardepapier gedekt door geconfisqueerde kerkelijke en adellijke goederen dat door Frankrijk van 19 december 1789 tot 19 februari 1796 in omloop werd gebracht.
  • Balans (Jaarrekening)
    De balans geeft de vermogenstoestand van een onderneming weer op het einde van het boekjaar. Aan de ene kant zijn er de bezittingen of "activa" van een onderneming. Daartoe behoren bijvoorbeeld de gebouwen, voertuigen, voorraden (grond- en hulpstoffen, handelsgoederen), tegoeden op klanten, liquide middelen enz. Aan de andere kant zijn er de financieringsbronnen of "passiva" van de onderneming. Daaronder verstaan we bijvoorbeeld het door de aandeelhouders ingebrachte kapitaal, de schulden bij kredietinstellingen, leveranciers, voorzieningen die worden aangelegd met het oog op te verwachten uitgaven.
  • Bank voor Internationale Betalingen (BIB)
    Internationale financiële instelling met als hoofddoel de bevordering van de samenwerking tussen de centrale banken van de industrielanden. De BIB fungeert als ‘bank van de centrale banken’.
  • Bankenunie
    De bankenunie is een systeem voor bankentoezicht en -afwikkeling op het niveau van de Unie, dat op basis van Uniebrede regels functioneert. Ze is opgebouwd rond 3 belangrijke pijlers: (1) Het single rulebook, (2) Het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme, (3) Het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme. Doel ervan is te verzekeren dat de bankensector in de eurozone en in de hele EU veilig en betrouwbaar is en dat niet-rendabele banken worden afgewikkeld zonder dat het geld van de belastingbetalers wordt aangesproken en met minimale gevolgen voor de reële economie.
  • Basis-herfinancieringstransactie
    Een wekelijks door het Eurosysteem uitgevoerde open-markttransactie.
  • Bazels Comité voor het bankentoezicht
    Het Bazels Comité voor het bankentoezicht werd in 1974 opgericht door de gouverneurs van de G-10. Het houdt zich bezig met vraagstukken in verband met het bancaire toezicht en in het bijzonder met de vereisten inzake eigen middelen die aan de kredietinstellingen opgelegd worden.
  • Bedrijfstak
    Een bedrijfstak is een groep ondernemingen met een gelijksoortige productie.
  • Benchmark
    Met betrekking tot investeringen is de benchmark een referentieportefeuille of -index die is samengesteld op grond van de doelstellingen inzake liquiditeit, risico en rendement van de investeringen. De benchmark kan dienst doen als vergelijkingsbasis voor de performance van de eigenlijke portefeuille.
  • Betalingsbalans
    Een statistisch overzicht waarin verslag wordt uitgebracht van de economische transacties van een economie met de rest van de wereld gedurende een specifieke periode. De betalingsbalans omvat de transacties inzake goederen, diensten en inkomens, transacties met betrekking tot financiële vorderingen op en verplichtingen aan de rest van de wereld en als overdrachten bestempelde transacties (zoals kwijtschelding van schuld).
  • Betalingssystemen
    Een geheel van instrumenten, procedures en, in het algemeen, systemen voor het overmaken van gelden tussen banken die tot doel hebben de geldcirculatie te vergemakkelijken.
  • Bimetallisme
    Dit muntstelsel, dat gebaseerd is op de twee metaalstandaarden goud en zilver, was bijna overal van kracht tot het midden van de 19de eeuw. De ontdekking van belangrijke goudmijnen (Californië in 1848, Australië in 1851) en van zilvermijnen in Nevada, heeft veel te sterke afwijkingen veroorzaakt in de evolutie van de waarde van die twee metalen. Dit verstoorde de werking van het systeem, dat geleidelijk werd verlaten.
  • Borgstellingen
    Speciën, obligaties en kasbons van de EU die bij de Deposito- en Consignatiekas worden neergelegd in het kader van administratieve borgtochten of ingevolge sociale wetten.
  • Bretton Woods
    In 1944 werd in het vakantieplaatsje Bretton Woods in de Amerikaanse plaats New Hampshire de basis gelegd voor een internationaal monetair systeem. De financiële experten van de geallieerden kwamen er tijdens de tweede wereldoorlog samen om de financiële voorwaarden voor vrede voor te bereiden. Het nieuwe systeem had als doel om monetaire vergissingen te vermijden, een minder star systeem uit te werken dan de gouden standaard en de wisselkoersen te stabiliseren. Het nieuwe systeem was niet langer uitsluitend gebaseerd op goud, maar op de Amerikaanse dollar en goud. Het bleef bestaan tot het begin van de jaren zeventig, toen president Nixon besliste de dollar te laten zweven. Het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank zijn twee instituten die in het leven geroepen werden op de conferentie van Bretton Woods.
  • Bruto Binnenlands Product (BBP)
    Bruto toegevoegde waarde (d.w.z. vóór aftrek van afschrijvingen) van de nationale economie tijdens een bepaalde periode. De verandering van het BBP in de tijd is het gevolg van de variaties in de geproduceerde hoeveelheden (verandering van het reële BBP of het BBP tegen vaste prijzen) en die van de prijzen.
  • Chartaal geld
    Som van alle biljetten en muntstukken die door de centrale bank worden uitgegeven en door de economische subjecten worden aangehouden.
  • Commissariaat-generaal voor de euro
    Het commissariaat-generaal voor de euro werd in november 1996 opgericht in België om initiatieven van de publieke en private sector te coördineren en te stimuleren naar aanleiding van de overgang naar de Europese eenheidsmunt en om een zo vlot mogelijke overgang naar de euro te bewerkstelligen. Het commissariaat werd ondergebracht in de Nationale Bank van België, die het van personeelsleden voorzag en de werking ervan verzekerde. Het commissariaat-generaal voor de euro werd ontbonden vlak na de invoering van de chartale euro, in het voorjaar van 2002.
  • Conjunctuur
    De economische toestand in de conjunctuurcyclus, die wordt gekenmerkt door fases van toenemende en afnemende bedrijvigheid, waarvan duur en intensiteit verschillen.
  • Constituency (kiesgroep)
    Het Internationaal Monetair Fonds wordt beheerd door een algemeen directeur en 24 Executive Directors. Die laatste vertegenwoordigen één land of een kiesgroep van meerdere landen die lid zijn van het IMF.
  • Consumentenkrediet
    Een consumentenkrediet is een krediet dat door een natuurlijke persoon voor privé-doeleinden wordt aangegaan en dat voor iets anders gebruikt wordt dan om de aankoop van een onroerend goed te financieren. Het neemt meestal de vorm aan van een kredietopening, een lening op afbetaling of een verkoop op afbetaling.
  • Consumentenvertrouwen
    De index van het consumentenvertrouwen is een begrip waarmee men de particuliere consumptie probeert te voorspellen aan de hand van enquêtes. De vragen uit de enquête van de Europese Commissie zijn onderverdeeld in vijf categorieën: (1) de financiële situatie van huishoudens; (2) vooruitzichten voor de financiële situatie van de huishoudens; (3) de huidige algemene economische situatie; (4) vooruitzichten voor de algemene economische situatie; (5) de wenselijkheid om duurzame aankopen te doen. De vragen slaan op een periode van één jaar.
  • Corporate governance
    Procedures en processen waarmee een organisatie wordt bestuurd en gecontroleerd. De beheer- en controlestructuur bepaalt hoe de rechten en verantwoordelijkheden worden verdeeld over de verschillende deelnemers aan de organisatie en omschrijft de regels en procedures voor de besluitvorming.
  • Deflatie
    Algemene en aanhoudende prijsdaling.
  • Deposito- en Consignatiekas
    Een overheidsinstelling, die deel uitmaakt van de Federale overheidsdienst Financiën. De Kas ontvangt en bewaart alle neerleggingen, borgstellingen en consignaties die door rechterlijke of administratieve beslissingen of bij wetten en reglementen worden opgelegd.
  • Depositofaciliteit
    Een permanente faciliteit van het Eurosysteem die door tegenpartijen kan worden benut om bij een nationale centrale bank kortlopende deposito’s te plaatsen tegen een van tevoren vastgestelde rentevoet.
  • Deviezenswap
    Gelijktijdige contant- en termijntransacties, waarbij een valuta tegen een andere valuta wordt verhandeld. Het Eurosysteem kan open-markttransacties uitvoeren in de vorm van deviezenswaps, waarbij door de nationale centrale banken (of de ECB) contante aankopen (of verkopen) van euro’s tegen een vreemde valuta worden verricht onder gelijktijdige verkoop (of aankoop) op termijn.
  • Directe investeringen
    Grensoverschrijdende investeringen met het oog op het verwerven van een duurzaam belang in een in een onderneming die in een andere economie is ingezeten.
  • Directie (ECB)
    Een van de besluitvormende organen van de ECB. De Directie is samengesteld uit de president en de vicepresident van de ECB en vier andere leden die bij consensus door de staatshoofden en regeringsleiders van de eurolanden worden aangeduid.
  • EONIA (Euro overnight index average)
    Een maatstaf voor de effectieve rente die van toepassing is op de interbancaire eurodaggeldmarkt. De EONIA wordt berekend als een gewogen gemiddelde van de rente over in euro luidende kortlopende krediettransacties zonder onderpand, zoals meegedeeld door een groep van deelnemende banken.
  • ERM II (exchange rate mechanism II)
    Het wisselkoersarrangement dat het kader vormt voor samenwerking op het gebied van wisselkoersbeleid tussen landen van het eurogebied en de EU-lidstaten die niet vanaf de start van de derde fase van de Economische en Monetaire Unie (EMU) deel uitmaken van het eurogebied.
  • Economisch en financieel comité
    Dit comité bestaat uit de directeurs van de Schatkist, de nummers twee van de nationale centrale banken van de Europese Unie, twee vertegenwoordigers van de Europese Centrale Bank en twee van de Europese Commissie (34 leden in totaal). Het is belast met het voorbereiden van de vergaderingen van de ministers van Financiën van de EU en van de vergaderingen van de Eurogroep.
  • Economische analyse
    Een van de pijlers van het ECB-kader voor een uitgebreide analyse van de risico's voor de prijsstabiliteit, die ten grondslag ligt aan de monetaire-beleidsbeslissingen van de Raad van Bestuur. De economische analyse richt zich primair op de beoordeling van de huidige economische en financiële ontwikkelingen en de daaruit voortvloeiende korte- tot middellange-termijnrisico’s voor de prijsstabiliteit vanuit het perspectief van de wisselwerking tussen vraag en aanbod in de goederen-, diensten- en factormarkten tot die tijdshorizons. In dit opzicht wordt gepaste aandacht besteed aan de noodzaak de aard van de schokken die de economie beïnvloeden in kaart te brengen, alsmede hun effecten op het beloop van kosten en prijzen en de korte- tot middellange-termijn-vooruitzichten voor hun doorwerken in de economie (zie ook monetaire analyse).
  • Economische en Monetaire Unie (EMU)
    Het Verdrag van Maastricht beschrijft het proces dat in drie fasen moet leiden tot de EMU in de Europese Unie (EU). De eerste fase van de EMU begon in juli 1990 en eindigde op 31 december 1993; ze werd hoofdzakelijk gekenmerkt door de ontmanteling van alle interne belemmeringen op de vrijheid van kapitaalverkeer binnen de EU. De tweede fase van de EMU begon op 1 januari 1994 en voorzag onder meer in de oprichting van het Europees Monetair Instituut (EMI), in een verbod op monetaire financiering van de overheidssector en op diens bevoorrechte toegang tot de financiële instellingen, en in de vermijding van buitensporige overheidstekorten. De derde fase is van start gegaan op 1 januari 1999 met de overdracht van de monetaire bevoegdheden aan de ECB en de invoering van de euro. De vorming van de EMU werd voltooid met de overgang naar de chartale euro op 1 januari 2002.
  • Elektronisch geld (e-money)
    Elektronische opslagvorm van monetaire waarde op een technische drager, die algemeen kan worden gebruikt als een betaalmiddel aan toonder waarin van tevoren waarde is opgeslagen, voor betalingen aan instellingen of ondernemingen anders dan de emitterende instelling, zonder dat bij de transactie noodzakelijk bankrekeningen betrokken zijn.
  • Euribor (Euro Denominated Interbank Offered Rate)
    De rente waartegen een eersteklas bank bereid is krediet in euro te verlenen aan een andere eersteklas bank. De EURIBOR wordt dagelijks berekend voor interbancaire deposito’s met een looptijd van één week en een looptijd van één tot twaalf maanden als het gemiddelde van de dagelijks door een representatieve groep grote banken genoteerde rentevoeten, en wordt afgerond op drie decimalen.
  • Euro
    De naam van de Europese eenheidsmunt zoals die werd aangenomen door de Europese Raad in Madrid op 15 en 16 december 1995.
  • Euroclear
    Onderneming waarbij effecten worden gedeponeerd en die zorgt voor de uitwisseling en afwikkeling van transacties met internationale effecten en grensoverschrijdende transacties met nationale effecten.
  • Eurogebied
    Het gebied dat die lidstaten omvat waar de euro, overeenkomstig het Verdrag van Maastricht, als gemeenschappelijke munteenheid werd aangenomen en waar, onder de verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur van de ECB een gemeenschappelijk monetair beleid wordt gevoerd. In 2015 omvat het eurogebied België, Cyprus, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Slovenië, Slowakije en Spanje.
  • Eurogroep
    Informele vergadering van de leden van de ECOFIN-Raad die de landen van het eurogebied vertegenwoordigen. De Eurogroep komt op regelmatige basis bijeen (gewoonlijk vóór de vergaderingen van de Ecofin-Raad) om aangelegenheden te bespreken die verband houden met de gedeelde verantwoordelijkheid van de landen van het eurogebied voor de gemeenschappelijke munt. De Europese Commissie en, indien nodig, de ECB worden uitgenodigd om deel te nemen aan die vergaderingen.
  • Europees Monetair Instituut
    Een tijdelijke instelling, opgericht bij de aanvang van de tweede fase van de Economische en Monetaire Unie op 1 januari 1994. In 1998, bij de oprichting van de Europese Centrale Bank (ECB), werd het EMI ontbonden.
  • Europees Monetair Stelsel
    Tussen maart 1979 en januari 1999 vormden de landen van de Europese Gemeenschap het Europees Monetair Stelsel (EMS). Het wisselkoersmechanisme van het EMS was gebaseerd op een systeem van afgesproken spilkoersen tussen de deelnemende valuta's. Volgens het Verdrag van Maastricht werd het EMS in 1999 omgevormd tot de Economische en Monetaire Unie (EMU).
  • Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB)
    Bestaat uit de Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale centrale banken (NCB’s) van alle EU-lidstaten, dat wil zeggen dat het naast de leden van het Eurosysteem de NCB’s omvat van de lidstaten die nog niet aan de euro deelnemen. Het ESCB wordt bestuurd door de Raad van Bestuur en de Directie van de ECB en een derde besluitvormend orgaan van de ECB, de Algemene Raad.
  • Europees Systeem voor Financieel Toezicht (ESFS)
    Het Europees Systeem voor Financieel Toezicht heeft tot doel te zorgen voor het toezicht op het financiële stelsel van de Europese Unie. Naast het Europees Comité voor systeemrisico’s (ESRB) bestaat het ESFS uit de Europese Bankautoriteit (EBA), de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen (EIOPA), de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten (ESMA), het Gemengd Comité van de Europese Toezichthoudende Autoriteiten (ESA) en de bevoegde of toezichthoudende autoriteiten in de lidstaten.
  • Europese Centrale Bank (ECB)
    De ECB bevindt zich in het centrum van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) en het Eurosysteem en bezit rechtspersoonlijkheid ingevolge de communautaire regelgeving. Ze ziet erop toe dat de aan het Eurosysteem en het ESCB toevertrouwde taken worden uitgevoerd door middel van haar eigen werkzaamheden of die van de nationale centrale banken, zoals bepaald in de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en de Europese Centrale Bank. De ECB wordt bestuurd door de Raad van Bestuur, de Directie en een derde besluitvormend orgaan, de Algemene Raad.
  • Europese Commissie
    De instelling van de Europese Gemeenschap die belast is met de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Maastricht. De Commissie stippelt het communautaire beleid uit, stelt Gemeenschapswetgeving voor en heeft bevoegdheden ten aanzien van specifieke aangelegenheden. Op het gebied van het economisch beleid stelt de Commissie globale richtsnoeren voor de Gemeenschap voor en brengt zij verslag uit aan de EU-Raad omtrent de economische ontwikkelingen en het ter zake gevoerde beleid. Zij ziet toe op de overheidsfinanciën in het kader van het multilaterale toezicht en brengt verslag uit aan de Raad.
  • Europese Muntslang
    Op 24 april 1972 besloten België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Luxemburg en Nederland dat de koersen van hun valuta's niet meer dan 2,25 % van elkaar mochten afwijken. Dit systeem staat bekend als de "muntslang".
  • Europese Raad
    Voorziet de Europese Unie van de nodige stimulansen bij haar ontwikkeling en bepaalt de algemene politieke uitgangspunten daarbij. De Raad is samengesteld uit de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten en de Voorzitter van de Europese Commissie.
  • Eurosysteem
    Omvat de Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale centrale banken (NCB’s) van de lidstaten die in de derde fase van de Economische en Monetaire Unie de euro hebben aangenomen (zie ook eurogebied). Het Eurosysteem wordt bestuurd door de Raad van Bestuur en de Directie van de ECB.
  • Financial Stability Forum
    Het Financial Stability Forum werd in april 1999 opgericht om de internationale samenwerking en coördinatie te versterken bij de controle van de financiële markten. Het forum telt 42 leden: naast de president, die op persoonlijke titel benoemd wordt, drie vertegenwoordigers van elk land van de G7 (het ministerie van Financiën, de centrale bank en de belangrijkste toezichthoudende autoriteit), een vertegenwoordiger van de centrale banken van Australië, Nederland, Hongkong en Singapore, twee vertegenwoordigers van het IMF en twee van de Wereldbank, een vertegenwoordiger van de OESO en een van de BIB, twee vertegenwoordigers van elk van de volgende instellingen: het Bazels Comité voor het bankentoezicht, de Internationale organisatie van effectentoezichthouders (OISCO), de Internationale vereniging van verzekeringstoezichthouders (IAIS) en een vertegenwoordiger van het International Accounting Standards Committee (IASC) en een vertegenwoordiger van elk van de twee expertencomités van de centrale banken, namelijk het Committee on the Global Financial System (CGFS) en het Committee on Payment and Settlement Systems (CPSS).
  • Financiële instelling
    Een onderneming waarvan de hoofdtaak bestaat uit het aangaan van financiële verplichtingen (aantrekken van deposito's, uitgifte van obligaties, enz.) en het verwerven van financiële activa (kredietverlening, aankoop van effecten, enz.) of het uitoefenen van bijkomende financiële activiteiten. Kredietinstellingen, verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen en beursvennootschappen zijn financiële instellingen.
  • Financiële rekeningen
    Rekeningen die het financiële vermogen (op een bepaald ogenblik) en de financiële transacties (tijdens een bepaalde periode) van de grote sectoren van de nationale economie (financiële instellingen, niet financiële vennootschappen, huishoudens, overheid) weergeven per categorie van instrumenten (chartaal geld, deposito's, effecten, kredieten, enz.).
  • Fine-tuning-transactie
    Een op niet-regelmatige basis uitgevoerde open-markttransactie die hoofdzakelijk dient om de zeer korte geldmarktrente te stabiliseren in geval van onverwachte schommelingen in de liquiditeitsverhoudingen (bijvoorbeeld een grote vraag naar bankbiljetten die leidt tot een afname van de deposito's van de kredietinstellingen bij het Eurosysteem).
  • Gedwongen koers
    De gedwongen koers komt overeen met het principe dat door alle centrale banken ingevoerd is om de verplichte converteerbaarheid van biljetten naar goud af te schaffen. Wat vandaag de dag vanzelfsprekend lijkt, is niet altijd gemakkelijk aanvaard door onze voorouders.
  • Geldhoeveelheid
    In enge zin, het geheel van de tegoeden die als betaalmiddel worden gebruikt, zoals bankbiljetten en munten (chartaal geld) en zichtdeposito's (giraal geld). In ruime zin bevat de geldhoeveelheid ook de tegoeden die vrij snel en goedkoop kunnen worden omgezet in betaalmiddelen, zoals spaardeposito's.
  • Geldmarkt
    De markt waarop de kredietinstellingen aan elkaar kortetermijnleningen verstrekken (doorgaans op ten hoogste één jaar) teneinde hun deposito's bij het Eurosysteem bij te stellen. In het eurogebied bestaat slechts één geldmarkt: iedere renteafwijking tussen landen zou arbitrages noodzakelijk maken.
  • Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme (SSM)
    Het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme (Single Supervisory Mechanism of SSM) schept een nieuw kader voor bankentoezicht in Europa. Het bestaat uit de ECB en nationale toezichtsautoriteiten van deelnemende EU-landen. De belangrijkste doelstellingen van het SSM zijn het waarborgen van de veiligheid en soliditeit van het Europese bankenstelsel en het vergroten van de financiële integratie en stabiliteit in Europa. Het SSM is een belangrijke mijlpaal op weg naar een bankenunie binnen de EU.
  • Gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme (GAM)
    Het GAM verstrekt hulpmiddelen en instrumenten voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in de eurozone en andere deelnemende lidstaten. Het is een belangrijke pijler van de bankenunie.
  • General Agreements to Borrow (GAB)
    Overeenkomst gesloten in 1962 door de 10 rijkste lidstaten van het IMF, waaronder België, om bovenop de vastgestelde quota extra middelen ter beschikking te stellen van het Fonds. De deelnemers aan de GAB worden aangeduid als G-10, hoewel Zwitserland in 1964 als elfde land toetrad.
  • Giraal geld
    Ontastbaar geld dat aangehouden wordt op zichtrekeningen, op postchequerekeningen of op de rekeningen van de Schatkist.
  • Grootboek
    Het geheel van de ingeschreven schuldeisers voor een bepaalde overheidslening. De Dienst van de Grootboeken maakt deel uit van de Administratie van de Thesaurie en beheert deze inschrijvingen op naam ten behoeve van natuurlijke of rechtspersonen. Hij staat tevens in voor de betaling van de rentetermijnen en voor de terugbetaling van het kapitaal op de eindvervaldag.
  • Gutt-operatie
    Naoorlogse muntsaneringsoperatie o.l.v. minister van Financiën Camille Gutt, die als doel had de geldhoeveelheid in te krimpen en de prijzen te stabiliseren. Gelden werden uit omloop genomen en de bankdeposito’s, zicht- en termijnrekeningen werden geblokkeerd. De “tijdelijk onbeschikbare fondsen” werden in 1949 vrijgegeven, terwijl de “definitief geblokkeerde” bedragen vanaf de jaren vijftig in schijven werden teruggegeven.
  • HICP (Geharmoniseerde consumptieprijsindex)
    Een maatstaf voor het algemene peil van de consumptieprijzen, die de verhouding weergeeft tussen de gemiddelde prijs van een verzameling goederen en diensten tijdens een beschouwde periode en die tijdens de referentieperiode.
  • Handelsbalans
    De handelsbalans is het verschil tussen de waarde van de goederen die een land uitvoert en de waarde van de goederen die het invoert. De totale handelsbalans, die alle in- en uitgevoerde goederen omvat, is een van de belangrijkste componenten van de betalingsbalans.
  • Hypothecair krediet
    Een hypothecair krediet is een krediet dat door een natuurlijke persoon voor privé-doeleienden wordt aangegaan en dient om de aankoop van een onroerend goed (of verbouwingen eraan) te financieren.
  • Inflatie
    Algemene en aanhoudende prijsstijging.
  • Inschrijving op naam (nominatieve inschrijving)
    Vermelding in een speciaal register ('Grootboek'), met de identiteit van de schuldeiser en het bedrag van zijn schuldvordering.
  • Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR)
    Het Instituut voor de Nationale Rekeningen heeft als taak de voornaamste macro-economische statistieken en vooruitzichten op te stellen. Het INR werkt daartoe samen met drie geassocieerde instellingen: het Nationaal Instituut voor de Statistiek, het Federaal Planbureau en de Nationale Bank van België.
  • Internationaal Monetair Fonds (IMF)
    Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) werd in 1944 samen met de Wereldbank opgericht in Bretton Woods in de Verenigde Staten. Als één van deze zogenaamde Bretton Woods-instellingen streeft het IMF naar bevordering van internationale samenwerking op monetair gebied en het mogelijk maken van een evenwichtige groei van de internationale handel.
  • International Accounting Standards (IAS)
    Door de International Accounting Standards Board (IASB) gepubliceerde richtlijnen, die afdwingbare wereldwijde normen zijn voor het verstrekken van doorzichtige en vergelijkbare informatie in financiële rekeningen voor algemene doelstellingen. In april 2001 kondigde de IASB aan dat haar boekhoudkundige normen in de toekomst international financial reporting standards zouden worden genoemd.
  • Intrastat
    Via de maandelijkse intrastat-aangifte verstrekken de ondernemingen inlichtingen over hun intracommunautaire (intra-EU) goederenstromen, tenzij dat bedrag onder een bepaalde drempel per jaar blijft. Deze aangifte met alle gegevens over Aankomst uit en Verzending naar andere lidstaten moet rechtstreeks naar de Nationale Bank worden gezonden.
  • Jaarrekening
    Een jaarrekening beschrijft de huishouding van een onderneming, voor zover die kan worden uitgedrukt in geldsommen. Ze is opgebouwd uit vier delen: de balans, de resultatenrekening, de toelichting en de sociale balans, die apart in deze woordenlijst zijn opgenomen.
  • Kettingeuro's
    Middel om bij de berekening van diverse economische aggregaten (zoals bijvoorbeeld het bbp, de investeringen, de consumptie door gezinnen...) de volumegroei te bepalen en het effect van prijsveranderingen te elimineren.
  • Klassieke staatsleningen
    Staatsleningen op middellange en lange termijn waarop zowel particuliere beleggers als institutionele beleggers konden intekenen. Vanaf 1996 werden ze vervangen door de staatsbons waarop enkel particuliere beleggers kunnen intekenen.
  • Kredietgever in laatste instantie
    Wanneer de commerciële banken door een tijdelijk gebrek aan liquide middelen (zoals bij plotse geldopvragingen) niet kunnen tegemoetkomen aan de vraag van hun cliënten, kan dit een ernstige verstoring van het financiële stelsel meebrengen. In dat geval kan de centrale bank tussenbeide komen om de banken de nodige middelen te bezorgen. Door toezicht uit te oefenen op de financiële markten en door deel te nemen aan de uitwerking van prudentiële normen en regels zorgt de Nationale Bank ervoor dat dergelijke crisissen zoveel mogelijk voorkomen worden.
  • Kredietinstelling
    Een onderneming waarvan de werkzaamheden bestaan uit het van het publiek in ontvangst nemen van deposito's of van andere terugbetaalbare gelden en het verlenen van kredieten voor eigen rekening. De banken en spaarkassen zijn kredietinstellingen.
  • Kredietopening
    Een kredietopening is een kapitaalreserve die de consument naar behoefte gebruikt, vaak met een kaart. Hieronder valt ook de kredietlijn die verbonden is aan een zichtrekening en de mogelijkheid biedt om tijdelijk "onder 0" te gaan.
  • Kredietrisico
    Het risico dat een tegenpartij een verplichting niet volledig zal nakomen, hetzij op de vervaldag hetzij op eender welk later tijdstip.
  • Krediettoewijzing
    Een procedure waarbij het Eurosysteem de kredietinstellingen van het eurogebied met elkaar in concurrentie laat treden (via aanbestedingen) voor het verkrijgen van liquiditeiten.
  • Langerlopende herfinancieringstransactie
    Een door het Eurosysteem uitgevoerde open-markttransactie met een looptijd van gewoonlijk drie maanden.
  • Latijnse Muntunie
    De Latijnse Muntunie (1865-1926) was een overeenkomst tussen een aantal landen om hun munten te slaan op een exact gelijke muntvoet. De grotere zilverstukken en de gouden munten van de verschillende landen hadden weliswaar een verschillend uiterlijk, maar ze hadden voortaan één en dezelfde waarde. De deelnemende landen aan de Latijnse Muntunie waren Frankrijk, Italië, Zwitserland, België en Griekenland.
  • Lening op afbetaling
    Bij een lening op afbetaling wordt een geldsom ter beschikking wordt gesteld van de consument, die zich ertoe verbindt de lening terug te betalen door periodieke stortingen.
  • Liquiditeitsbeheer
    Interventie van het Eurosysteem op de geldmarkt, door middel van open markttransacties, met het oog op de regulering van het bedrag dat de kredietinstellingen bij het Eurosysteem deponeren en de rentetarieven op zeer korte termijn.
  • Liquiditeitsrisico
    Het risico dat een tegenpartij of een deelnemer aan een betalings- of vereveningsstelsel een verplichting niet volledig zal nakomen op de vervaldag. Het liquiditeitsrisico betekent niet dat de tegenpartij insolvent is, aangezien ze de vereiste schuldverplichtingen mogelijk kan nakomen op een niet nader omschreven later tijdstip.
  • Lotenlening
    Lening, waarvan ieder jaar een gedeelte terugbetaalbaar wordt door uitloting van een aantal effectennummers. Soms zijn aan die uitlotingen ook premies verbonden.
  • M1
    Eng monetair aggregaat. Omvat de geldomloop plus de bij monetaire financiële instellingen (MFI's) en de centrale overheid (bijvoorbeeld De Post of de Schatkist) aangehouden girale deposito's.
  • M2
    Het intermediaire monetaire aggregaat M2 omvat M1 en deposito´s met een opzegtermijn tot en met drie maanden (kortlopende spaardeposito´s) en bij de monetaire financiële instellingen (MFI's) en de centrale overheid aangehouden deposito´s met een vaste looptijd tot en met twee jaar (kortlopende termijndeposito's).
  • M3
    Het ruime monetaire aggregaat M3 bestaat uit M2 en verhandelbare instrumenten, d.w.z. repo-overeenkomsten, aandelen en participaties in geldmarktfondsen en schuldbewijzen met een looptijd tot en met twee jaar die door de monetaire financiële instellingen (MFI's) zijn uitgegeven.
  • Marginale beleningsfaciliteit
    Een permanente faciliteit van het Eurosysteem die door tegenpartijen kan worden benut voor het verkrijgen, van een nationale centrale bank, van krediet tegen een tevoren vastgestelde rentevoet.
  • Marginale rentevoet
    Rentevoet waarbij het totale toe te wijzen bedrag in het kader van een krediettoewijzing is bereikt en waaronder er geen toewijzing plaatsheeft.
  • Minimale inschrijvingsrente
    De laagste rentevoet waartegen de tegenpartijen mogen inschrijven op variabele-rentetenders voor de basis-herfinancieringstransacties. Dit is een van de belangrijkste ECB-rentetarieven die de monetaire-beleidskoers weerspiegelen.
  • Monetaire analyse
    Een van de pijlers van het ECB-kader voor een uitgebreide analyse van de risico's voor de prijsstabiliteit, dat ten grondslag ligt aan de monetaire-beleidsbeslissingen van de Raad van Bestuur. De monetaire analyse draagt bij tot de beoordeling van de middellange- tot lange-termijntendensen van de inflatie, gezien de nauwe relatie die bestaat tussen de geldhoeveelheid en de prijzen over langere tijdshorizons. Ze houdt rekening met de ontwikkelingen in een breed scala van monetaire indicatoren, met inbegrip van M3 en de componenten en tegenposten daarvan (met name krediet), en met verschillende maatstaven van overliquiditeit. Zie ook: economische analyse.
  • NACE
    De Statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap, afgekort als NACE, is de classificatie van de economische activiteiten in de Europese Unie (EU); de term NACE is afgeleid van het Franse Nomenclature statistique des activités économiques dans la Communauté européenne. Sinds 1970 werden verschillende NACE-versies ontwikkeld.
  • Nationale rekeningen
    Rekeningen die een beschrijving geven van de nationale economie, meer bepaald de operaties betreffende producten (binnenlandse productie, invoer, consumptie, investeringen, uitvoer), de herverdelingsoperaties (inkomens en overdrachten) en de financiële operaties van de grote sectoren (vennootschappen, huishoudens, overheid) en van de economie als geheel.
  • OLO's (Lineaire obligaties)
    Obligaties op lange termijn met een vaste rentevoet, looptijd en terugbetalingprijs, uitgegeven door de Belgische Staat. Ze worden uitgegeven in tweemaandelijkse tranches en de uitgifteprijs wordt bepaald bij aanbesteding. Ze zijn gedematerialiseerd en worden op een rekening ingeschreven; de aankoop- en verkoopverrichtingen ervan gebeuren via het effectenverrekeningsstelsel van de Nationale Bank van België of bij andere centrale clearinginstellingen zoals Euroclear of Clearstream.
  • Obligatiemarkt
    De markt waarin langerlopende schuldbewijzen, d.w.z. schuldbewijzen met een oorspronkelijke looptijd van meer dan een jaar, worden uitgegeven en verhandeld.
  • Omloopsnelheid van het geld
    Aantal keren dat geld - bijvoorbeeld de geldhoeveelheid M3 - gebruikt wordt tijdens een bepaalde periode - bijvoorbeeld een jaar - voor het betalen van transacties - bijvoorbeeld die welke door het BBP worden geregistreerd. De omloopsnelheid van M3 is gelijk aan de verhouding BBP/M3.
  • Open-markttransactie
    Een transactie die op initiatief van de ECB op de financiële markten wordt uitgevoerd.
  • Orderbriefje
    Het orderbriefje verschilt slechts van de wisselbrief doordat het is opgesteld onder de vorm van een betalingsbelofte uitgaande van de schuldenaar in plaats van een aanwijzing of opdracht tot betalen uitgaande van de schuldeiser.
  • Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)
    In Parijs gevestigde intergouvernementele organisatie van 30 landen die als doel heeft de duurzame groei, werkgelegenheid en levensstandaard van haar lidstaten te bevorderen en bij te dragen aan de ontwikkeling van economie en handel in de wereld.
  • Oversight
    Het toezicht op betalingssystemen is een essentiële functie van centrale banken en heeft tot doel een goede werking van het betalingsverkeer te waarborgen en bij te dragen aan financiële stabiliteit.
  • Permanente faciliteit
    Een door het Eurosysteem geopend "loket" waar de kredietinstellingen van het eurogebied op eigen initiatief transacties kunnen verrichten tegen vooraf aangekondigde rentetarieven. Het Eurosysteem biedt twee permanente faciliteiten met een looptijd tot de volgende ochtend aan, te weten de marginale beleningsfaciliteit en de depositofaciliteit.
  • Prijsstabiliteit
    Het handhaven van de prijsstabiliteit is de voornaamste doelstelling van het Eurosysteem. De Raad van Bestuur definieert prijsstabiliteit als een jaarlijkse stijging van de geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP) voor het eurogebied met minder dan 2%. De Raad van Bestuur verduidelijkte tevens dat hij zich, bij zijn streven naar prijsstabiliteit, erop richt het inflatiecijfer onder maar dicht bij 2% te houden op de middellange termijn.
  • Primaire markt
    Markt waarop nieuwe emissies worden uitgegeven.
  • Protest
    Een officiële vaststelling van de niet-betaling van een handelswissel door een gerechtsdeurwaarder.
  • Raad van Bestuur (ECB)
    Het hoogste bestuursorgaan van de ECB. De Raad van Bestuur bestaat uit alle leden van de Directie van de ECB en de Presidenten van de nationale centrale banken van de landen die op de euro zijn overgegaan.
  • Raad van Ministers
    Een instelling van de Europese Gemeenschap die bestaat uit vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten. Wanneer de EU-Raad bijeenkomt in de samenstelling van de Ministers van Financiën en Economische Zaken wordt hij gewoonlijk ECOFIN-Raad genoemd.
  • Raadplegingen in het kader van artikel IV
    Om toezicht te houden op het macro-economisch en wisselkoersbeleid van de lidstaten, houdt het IMF jaarlijkse bilaterale consultaties met individuele landen over het economische en monetaire beleid van hun land. Vervolgens geeft het IMF een oordeel en kan het aanbevelingen doen betreffende het beleid van het land. De aanbevelingen zijn echter niet bindend. Tweemaal per jaar wordt de mondiale economische situatie besproken in ‘The World Economic Outlook’.
  • Rente
    Het bedrag dat een debiteur moet betalen aan een crediteur over een bepaalde tijdspanne in verhouding tot het bedrag van het kapitaal van de lening, de deposito of het schuldbewijs, doorgaans uitgedrukt in procenten per jaar.
  • Repo-overeenkomst
    Een overeenkomst om een activum te verkopen en het tegen een welbepaalde prijs op een vooraf bepaalde datum of op verzoek opnieuw aan te kopen. Een dergelijke overeenkomst is vergelijkbaar met het opnemen van krediet op onderpand, met dit verschil dat de verkoper de eigendom van de effecten niet behoudt. Ook retrocessieovereenkomsten worden als repotransacties aangeduid en op de repomarkt verhandeld.
  • Reservebasis
    De som van de balansposten (met name passiva) die de basis vormen voor de berekening van de reserveverplichtingen van een kredietinstelling.
  • Reserveratio
    Een door de centrale bank vastgesteld percentage voor elke categorie balansposten die deel uitmaken van de reservebasis. De reserveratio’s worden gebruikt voor de berekening van de reserveverplichtingen.
  • Reserveverplichtingen
    Rentegevende overnight-deposito's die de kredietinstellingen van het eurogebied moeten vormen bij het Eurosysteem. Het gemiddelde van de deposito's van een bepaalde kredietinstelling gedurende iedere periode van een maand moet ten minste 1 pct. van sommige passiva van die instelling bedragen.
  • Resultatenrekening (Jaarrekening)
    De resultatenrekening geeft een overzicht van de inkomsten- en uitgavenstromen gedurende een bepaalde periode, een boekjaar. In de resultatenrekening wordt een onderscheid gemaakt tussen bedrijfsresultaten, financiële resultaten en uitzonderlijke resultaten.
  • Reële rente
    Het rendementspercentage van een schuldvordering (bijvoorbeeld een obligatie) na aftrek van het verlies aan koopkracht dat ze door de inflatie heeft ondergaan.
  • SITC
    De Standaardclassificatie voor de internationale handel, afgekort as SITC (Standard international trade classification), is een productclassificatie van de Verenigde Naties (VN) die gebruikt wordt voor de statistieken van de internationale handel (de waarden en volumes van de export en import van goederen), om een internationale vergelijking van grondstoffen en afgewerkte producten mogelijk te maken.
  • Schatkistbons, BTB, Belgian Treasury Bills
    Gedematerialiseerde leningen in euro en in deviezen op korte termijn die door de Belgische Schatkist worden uitgegeven. Zij zijn verwant aan de schatkistcertificaten die in euro worden uitgedrukt, maar kunnen in tegenstelling tot deze laatste doorlopend worden uitgegeven.
  • Schatkistcertificaten
    Effecten op korte termijn in euro die door de Schatkist bij aanbesteding worden uitgegeven.
  • Schuldbewijzen
    Vertegenwoordigen een belofte van de emittent (d.w.z. de kredietnemer) om op een welbepaald tijdstip of welbepaalde tijdstippen in de toekomst een of meerdere betalingen aan de houder (de kredietverstrekker) te doen.
  • Secundaire markt
    Markt waarop transacties tot stand komen die betrekking hebben op in omloop zijnde financiële instrumenten.
  • Securities settlement system (SSS)
    Een effectenvereffeningsstelsel garandeert de veilige afwikkeling van transacties in gedematerialiseerde effecten op de primaire en de secundaire markt. Hierbij wordt de gelijktijdigheid van de bewegingen in effecten en contanten gewaarborgd (principe van levering tegen betaling.
  • Stabiliteits- en groeipact
    Het Stabiliteits- en groeipact beoogt de vrijwaring van gezonde overheidsfinanciën in de derde fase van de Economische en Monetaire Unie om betere voorwaarden te creëren, enerzijds, voor een sterke en duurzame groei, die bevorderlijk is voor de werkgelegenheid en, anderzijds, voor prijsstabiliteit. Meer bepaald is een begrotingssituatie die vrijwel in evenwicht is of een overschot vertoont, vereist als doelstelling op middellange termijn voor de EU-lidstaten, die hen in staat zou stellen normale conjunctuurschommelingen te ondervangen zonder dat hun overheidstekort het peil van 3 pct. bbp overschrijdt.
  • Strips (gesplitste effecten)
    Lineaire obligaties waarvan de coupons en de hoofdsom apart verhandeld worden.
  • Structurele transactie
    Een open-markttransactie uitgevoerd met het oog op een duurzame wijziging van de balansstructuur van het Eurosysteem.
  • Swift
    Een onderneming, mede beheerd door de internationale bankgemeenschap, die een netwerk ter beschikking stelt van de banken over de gehele wereld. Via dit netwerk wisselen de banken berichten uit over wederzijdse betalingen en effectentransacties, die als bindend worden beschouwd. De betrouwbaarheid van dit uitwisselingssysteem is gebaseerd op het lidmaatschap waaraan een aantal toetredingsvoorwaarden verbonden zijn, een streng beveiligd en goed uitgebouwd netwerk van computers, en het gebruik van een gestandaardiseerde berichtentaal, waarvan het formaat centraal door Swift wordt ontworpen en beheerd.
  • Systeemrisico
    Het risico dat het in gebreke blijven van een deelnemer aan een betalingssysteem, een exchange-for-value-systeem, of de financiële markten in het algemeen, ertoe zal leiden dat andere deelnemers of financiële instellingen hun verplichtingen op de vervaldag niet kunnen nakomen (met inbegrip van vereveningsverplichtingen in een betalingssysteem). Een dergelijk in gebreke blijven kan aanleiding geven tot aanzienlijke liquiditeits- of kredietproblemen en zou dientengevolge de stabiliteit van de financiële markten kunnen bedreigen.
  • TARGET2 (Trans-European Automated Real-time Gross Settlement Express Transfer)
    TARGET2 is het grensoverschrijdende Europese verrekeningsstelsel waarlangs kredietinstellingen in euro uitgedrukte betaalopdrachten één na één kunnen uitvoeren. TARGET2 is samengesteld uit de zogeheten bruto-vereffeningssystemen (omdat ze alle betalingen vereffenen en niet enkel een saldo op het einde van de dag) van de lidstaten van de EU en het betalingssysteem van de Europese Centrale Bank. Het gaat hierbij om zeer grote bedragen die verband houden met de afwikkeling van operaties op de financiële markten.
  • Tegenpartij
    De andere partij bij een financiële transactie (bijvoorbeeld elke partij die een transactie aangaat met de centrale bank).
  • Toelichting (Jaarrekening)
    In de Toelichting worden verscheidene rubrieken uit de balans en de resultatenrekening cijfermatig gedetailleerd en grondiger toegelicht.
  • Toondereffect
    Papieren aandeel of obligatie. De eigenaar is de persoon die het effect in zijn bezit heeft en eigendomsoverdracht gebeurt door eenvoudige overhandiging van het effect.
  • Trekking
    Uitloting van terugbetaalbare nummers van een lotenlening. Zie lotenlening.
  • Uitloting
    Uitloting van terugbetaalbare nummers van een lotenlening. Zie lotenlening.
  • Valutamarkt
    De markt waar de handelaars (financiële instellingen, ondernemingen) een bepaalde valuta kopen tegen een andere valuta en waar aldus de wisselkoersen tot stand komen.
  • Valutareserves
    Door de centrale banken aangehouden deposito's en effecten in vreemde valuta en goud.
  • Verdrag van Maastricht
    Het verdrag betreffende de Europese Unie, op 7 februari 1992 ondertekend te Maastricht en op 1 november 1993 in werking getreden, voert met name de Economische en Monetaire Unie in drie fasen in. De derde fase (invoering van de gemeenschappelijke munt) is op 1 januari 1999 ingegaan.
  • Verdrag van Rome
    Het Verdrag van Rome, dat op 25 maart 1957 door zes landen werd ondertekend (België, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk en Italië), had de instelling van een gemeenschappelijke markt en een Economische en Monetaire Unie ten doel.
  • Verkoop op afbetaling
    Bij een verkoop op afbetaling wordt een roerend goed aangekocht door de consument, die de prijs in meerdere keren betaalt.
  • Verslag-Delors
    Het verslag-Delors, dat in april 1989 door een groep deskundigen met inbegrip van de presidenten van de nationale centrale banken werd ingediend, legde de fundamenten voor de euro vast en vatte de overgang naar de EMU op als een proces in drie fasen. De bepalingen van het Verdrag van Maastricht berusten in hoge mate op de ideeën uit dit verslag.
  • Verslag-Werner
    Het verslag-Werner (genoemd naar de premier van Luxemburg) bevatte in oktober 1970 een blauwdruk voor de stapsgewijze totstandkoming van de Economische en Monetaire Unie.
  • Wettige koers
    De wettige koers is de door de wet bepaalde verplichting om betaald te worden met een vastgesteld monetair instrument. Het Belgische bankbiljet werd pas wettig betaalmiddel in 1873.
  • Wisselbrief
    De wisselbrief is een verhandelbaar waardepapier dat door de uitgever (de trekker) getekend en gedagtekend is. Het bevat een onvoorwaardelijke aanwijzing of opdracht aan de schuldenaar (de betrokkene) om op de vervaldag een bepaalde geldsom te betalen aan een bepaalde persoon of aan diens order. Indien de schuldenaar hiermee akkoord gaat, accepteert hij door de wisselbrief te ondertekenen. Vorm, inhoud en rechtsgevolgen zijn door de wet geregeld.
  • World Trade Organisation (WTO)
    De World Trade Organisation is opgericht in 1995 en houdt zich bezig met de regels die de handel tussen landen regelen. Haar belangrijkste taak is het bevorderen van de goede werking, de voorspelbaarheid en de vrijheid van de handel.
  • XBRL (Extensible Business Reporting Language)
    XBRL is een sterk opkomende computertaal voor de elektronische uitwisseling en standaardisering van financiële rapportering via internet. De vzw XBRL België werd opgericht om het gebruik ervan in België te bevorderen.