De laatste serie Belgische frankbiljetten  Share

Printversie (pdf)

Overzicht laatste reeks Belgische frankbiljetten © Museum van de Nationale Bank

Overzicht laatste reeks Belgische frankbiljetten © Museum van de Nationale Bank

In 2002 was België een van de twaalf landen die de euromunten en -biljetten invoerden. Daarmee verdwenen, na 170 jaar, de vertrouwde Belgische franken definitief uit onze portefeuille. In deze ‘In de kijker’ richten we de spots op de laatste serie Belgische frankbiljetten, want, hoewel sommigen nog steeds naar frank omrekenen, blijken de biljetten vaak al te zijn vergeten.

In de periode tussen 1994 en 1998 kwam de laatste serie biljetten in omloop. De Nationale Bank koos er voor om bij de laatste reeksen biljetten altijd realistische portretten van bekende Belgen af te beelden. Door de precieze uitwerking zijn deze moeilijker te vervalsen en zo werd bovendien de culturele rijkdom van het land belicht. In navolging van eerdere series prijkten op de laatste reeks opnieuw Belgische kunstenaars. Ditmaal was de eer weggelegd voor artiesten die met hun werk de 20ste eeuw sterk hebben beïnvloed. De keuze viel op schilder James Ensor, instrumentenbouwer Adolphe Sax, schilder René Magritte, schilder-beeldhouwer Constant Permeke en architect Victor Horta. Op het biljet van 10 000 frank prijkte het koningspaar. De ontwerpen waren van de hand van tekenaars en graveurs van de drukkerij van de Nationale Bank. De tekenaar en graveur staan altijd op het biljet vermeld, gevolgd door ‘inv.’(tekenaar) en ‘sculp.’ (graveur).

De laatste serie Belgische frankbiljetten werd ingeluid in 1992, toen na een periode van 48 jaar opnieuw een biljet van 10 000 frank werd ingevoerd. Dit was gewijd aan koning Boudewijn en koningin Fabiola en toont op de voorzijde hun portret en het parlementair halfrond. Op de keerzijde staan de serres in Laken afgebeeld. Op technisch vlak was dit 10 000 frankbriefje de voorbode van de laatste biljetten. Een aantal veiligheidskenmerken, zoals optisch-variabele inkt en de veiligheidsdraad, die vandaag nog steeds onze euro tegen vervalsingen beschermen, werden toen geïntroduceerd.

Dit nieuwe biljet betekende het einde van de 5 000 frankbriefjes. Deze verdwenen in 1994, toen ook de bankbiljetten van 2 000 frank, de eerste van de nieuwe reeks, werden geïntroduceerd. Victor Horta kreeg de eer om het gezicht te worden van deze volledig nieuwe coupure. Aangezien hij een vooraanstaand Art Nouveau-architect was, is het biljet ook helemaal in deze stijl uitgewerkt. De typische elementen verwijzen naar zijn totaalkunst, zoals het Huis Solvay in Brussel en Villa Carpentier in Ronse. Een jaar later werd het 100 frankbiljet in omloop gebracht. Dit brak met de traditie dat biljetten ernst, deugdzaamheid en noeste werklust moesten illustreren. Het biljet is immers gewijd aan de symbolistische schilder James Ensor, die bekend staat om zijn satirische en kritische kijk op de realiteit. Op het biljet staan duidelijke verwijzingen naar Ensors geboortestad Oostende, zijn voorliefde voor de zee en zijn kunstwerken. In 1996 kwam de Nationale Bank weer met een opvallend nieuw biljet aanzetten. Toen kwam het biljet van 200 frank in omloop waar Adolphe Sax, de uitvinder van de saxofoon, op prijkt. Ook dit bankbriefje belicht de verwezenlijkingen van Sax en zijn geboortestad Dinant. Het Sax-biljet was een opvallende verschijning aangezien het zowel qua kleur als qua waarde volledig nieuw was.

Voorzijde van het 200 frankbiljet type ‘Sax’ © Museum van de Nationale Bank

Voorzijde van het 200 frankbiljet type ‘Sax’ © Museum van de Nationale Bank

Toen de invoering van de euro steeds meer vorm kreeg en de datum stilaan in het vizier kwam, koos de Nationale Bank ervoor om de laatste serie alsnog volledig – en sneller dan gepland – in omloop te brengen. Zo kwamen in 1997 twee vernieuwde coupures in omloop: 1 000 frank en 10 000 frank. Op het biljet van 1 000 frank prijkt het portret van Constant Permeke. Deze kunstenaar was een van de belangrijkste figuren uit de Vlaamse expressionistische school. De afbeeldin gen op het briefje verwijzen opnieuw duidelijk naar het leven en het oeuvre van de geportretteerde artiest.

Hoewel pas in 1992 een biljet van 10 000 frank in omloop werd gebracht, koos de Nationale Bank er toch voor om ook dit te vervangen. Zo kwamen in 1997 biljetten in circulatie met het portret van het nieuwe koningspaar Albert II en Paola. Tot slot kwam een jaar later het laatste bankbriefje van de serie in omloop. Dit werd gewijd aan de surrealistische schilder René Magritte. Net zoals de voorgaande biljetten wordt opnieuw verwezen naar het oeuvre van de kunstenaar. De surrealistische elementen zijn dan ook duidelijk aanwezig, waardoor het biljet, zoals vele van Magrittes werken, een zekere vervreemding oproept. De deur tussen de twee beelden aan de voorzijde verwijst niet alleen naar het oeuvre van Magritte, maar heeft hier nog een extra dimensie. De deur van de Belgische frank zou immers worden afgesloten en deze van de euro weldra geopend. Het sleutelgat in de rechterhoek vormt het doorkijkregister op het biljet. Zo sluit de techniek perfect aan bij de esthetiek van het biljet.

Voorzijde van het 500 frankbiljet type ‘Magritte’ © Museum van de Nationale Bank

Voorzijde van het 500 frankbiljet type ‘Magritte’ © Museum van de Nationale Bank

Deze biljettenreeks toont een aantal opvallende vernieuwingen. Om te beginnen staat voor het eerst de waarde ook in het Duits vermeld. De voorzijde geeft altijd de waarde in de moedertaal van de geportretteerde kunstenaar. Op de keerzijde staat deze in de andere officiële landstaal en hier dus ook in het Duits. Een tweede nieuwigheid werd hier reeds aangehaald. Voor het eerst kwamen coupures in omloop van 200 en 2 000 frank. Hiervoor waren twee redenen. Enerzijds was er vanuit de financiële sector de vraag naar een biljet dat via automaten kon worden verdeeld. 2000 frank kwam hieraan tegemoet. Daarnaast werden de Belgische biljetten zo aangepast aan de Europese gewoonten, waar in de meeste landen een reeks van 1-2-5 in gebruik was. Dit zorgde er ook voor dat de overgang naar de euro gemakkelijker zou verlopen. 200 Belgische frank is immers min of meer het equivalent van 5 euro, 2 000 frank dat van 50 euro. Ook voor blinden en slechtzienden brachten deze biljetten een nieuwe manier van herkenning. De voelbare streepjes in de rechterhoek bovenaan duidden voortaan de waarde aan. De verticale streepjes staan voor de honderd-, duizend- of tienduizendtallen (‘I’ = 00, ‘II’ = 000,‘III’ = 0000). De horizontale streepjes vermenigvuldigen de verticale met 1, 2 of 5 (‘-‘ = 1, ‘=’ = 2, ‘=’ = 5).

Hoewel deze biljetten niet meer in omloop zijn, zijn er nog vele in het bezit van het publiek. Iets meer dan 15 miljoen biljetten (*) zijn nog niet teruggekeerd naar de Nationale Bank, een kleine 10 miljoen daarvan zijn biljetten van 100 frank (*). Deze blijven zonder beperking in tijd inwisselbaar bij de Nationale Bank. Wie weet, misschien levert James Ensor dus nog een schat op bij de lenteschoonmaak !

Laurence Verpoort

Museumgids

(*) Dit zijn de cijfers van 31 december 2012.

Bibliografie