De Nationale Bank van België: een moderne architectuur  Share

Printversie (pdf)

In 2012 viert de Brusselse Noord-Zuidverbinding haar 60e verjaardag. De langverwachte as die het Brusselse Zuidstation met het Noordstation zou verbinden, werd op 4 oktober 1952 ingehuldigd door de jonge Koning Boudewijn. Voor Brussel leek de Noord-Zuidverbinding de prelude van de moderniteit, wat bevestigd werd toen de staat zich verder engageerde om Brussel om te vormen tot een echte metropool. De Kunstberg werd heringericht en zou voortaan plaats bieden aan de Koninklijke Bibliotheek. In dezelfde periode werden ook de Ravensteingalerij en de Lottotoren opgetrokken. Het was in deze context dat de Nationale Bank een nieuw gebouw voor haar kantoren liet optrekken aan de Berlaimontlaan.

De beslissing om een spoorwegverbinding aan te leggen tussen het zuiden en het noorden van de stad werd reeds genomen in de negentiende eeuw. De werken begonnen voor de Eerste Wereldoorlog, maar werden gestopt in 1914. Vervolgens werd in 1935 in het parlement een wet goedgekeurd om de Noord-Zuidverbinding verder te voltooien. De uitvoering van het project startte met de onteigening van verschillende percelen. Hierdoor werd in de onmiddellijke omgeving van de Bank een ruimtelijk vacuüm gecreëerd. De toenmalige gouverneur Georges Janssen zag dit als een kans om komaf te maken met het plaatsgebrek waar de Nationale Bank al jaren mee kampte, en maakte van de gelegenheid gebruik om een programma op te stellen dat niet enkel voorzag in de behoefte aan nieuwe kantoren, maar ook in de bouw van een nieuwe drukkerij. De architect die belast zou worden met het ontwerp van deze gebouwen was Marcel Van Goethem.

De oorspronkelijke bouwplannen werden in januari 1940 goedgekeurd, en voorzagen twee van elkaar gescheiden hoofdgebouwen die verbonden zouden worden door een ondergronds keldersysteem. In het ontwerp werd ook ruimte voorzien voor een ondergrondse schuilplaats, waarbij een snelle evacuatie verzekerd was door de keldergang die aansloot op de spoorweg van de Noord-Zuidverbinding. Door de oorlogsdreiging werd de bouw van een schuilkelder steeds dringender. In mei 1940, na de inval van Nazi-Duitsland, werd echter beslist om de uitvoering van de plannen uit te stellen naar een later, gunstiger tijdstip. Uiteindelijk werd na de oorlog beslist om niet langer te voorzien in de bouw van een schuilkelder.

Hoofdgebouw van de Nationale Bank België

Hoofdgebouw van de Nationale Bank van België

In 1948 werden de werken aan het nieuwe gebouw gestart. Architect Van Goethem had tijdens de oorlog de plannen van de nieuwe Nationale Bank verder uitgewerkt, en had tegelijkertijd het ontwerp van andere nationale banken zoals die van de Bank of England en de Banque de France grondig bestudeerd. In het oorspronkelijke plan van Van Goethem koos de architect ervoor om het oude Hotel van de gouverneur, ontworpen door Hendrik Beyaert, af te breken en de vrijgekomen ruimte te benutten voor de uitbreiding van de hoofdzetel. De achterzijde van de Bank had er volgens hem moeten uitzien zoals de “tanden van een kam”. Uiteindelijk werd toch beslist om het oude gedeelte van de Bank te redden van de sloophamer.

De bouw van de nieuwe hoofdzetel nam niet minder dan 10 jaar in beslag, en verliep in verschillende fases zodat het voor het personeel mogelijk bleef om hun taken te blijven uitvoeren tijdens de werken. Door de bijzondere ligging van het gebouw rezen tijdens het ontwerpen gauw enkele problemen. De grote niveauverschillen van het terrein, het feit dat het nieuwe gebouw voor een groot deel op de tunnel van de Noord-Zuidverbinding kwam te liggen en de aard van de grond (gedeeltelijk uit drijfzand) waarop werd gebouwd, zorgden ervoor dat Van Goethem in samenwerking met de ingenieurs en aannemers moest voorkomen dat er grondverzakkingen ontstonden. Daarnaast moest ook gezorgd worden voor een grondige isolatie om de geluiden en de trillingen van de Noord-Zuidverbinding buiten te sluiten.

Het uiteindelijke resultaat was een groot, monumentaal gebouw dat de volledige breedte van de Berlaimontlaan (zo’n 200 meter) besloeg. Bovendien was te merken dat Van Goethem in zijn ontwerp grote aandacht aan de veiligheid besteedde. Zo bevatte het gebouw maar één hoofdingang die afgeschermd werd door een ijzeren rooster.

De zuidelijke rotonde met ‘geknield meisje’van Charles Leplae

De zuidelijke rotonde met ‘Het geknielde meisje’ van Charles Leplae

Voor velen is het gebouw van de Nationale Bank een toonbeeld van modernisme. De façade vertoonde een grote eenvoud zonder te moeten inboeten aan uitstraling. De grandeur die het gebouw van de Nationale Bank moest uitstralen als een van de belangrijkste financiële instellingen van het land werd onder andere gecreëerd door de immense zuilengalerij die de voorgevel siert. De verschillende zuilen bezorgden het gebouw een gesloten karakter opdat de architectuur vertrouwen en veiligheid zou inboezemen bij het grote publiek. Tegelijkertijd zijn de zuilen zo geconstrueerd dat een grote hoeveelheid licht de Bank kon binnendringen en de façade met zijn spel van licht en ramen beter zichtbaar werd. De grote zuilengalerij werd aan weerszijden afgesloten door twee rotondes. Na deze “blinde muren” gaat Van Goethems ontwerp naadloos over in het gebouw van Beyaert. Om de eentonigheid van deze twee rotondes te doorbreken werd aan de beide flanken een bronzen beeld geplaatst. Aan de zuidelijke zijde vinden we een “zittende vrouw”, gebeeldhouwd door Georges Grard, terwijl we aan de andere kant een “geknield meisje” te zien krijgen. Dit werk van Charles Leplae is – samen met het beeld van Grard – een van de symbolen van de Nationale Bank geworden.

Ingang van de Nationale Bank met de aluminium fi guren van Marcel Rau

Ingang van de Nationale Bank met de aluminium figuren van Marcel Rau

De sobere stijl waar Van Goethem voor koos betekende dat een overdaad aan decoratieve elementen niet gepast was voor de gevel van het bankgebouw. De enige versieringen die werden aangebracht, zijn alle het werk van Marcel Rau – de man die van de jaren vijftig tot de jaren zeventig het uitzicht van vele Belgische muntstukken bepaalde. Op de twee rotondes aan weerszijden van het gebouw werden de muren versierd met gebeeldhouwde penningen. Deze verwijzing naar de numismatiek stelt de verschillende ambachten voor. Boven de hoofdingang koos men ervoor om een aantal aluminium figuren aan te brengen.

Het nieuwe gebouw van de Bank veroorzaakte oorspronkelijk een grote polemiek en verdeelde de publieke opinie. Men verweet de Bank een megalomane houding, een mening die versterkt werd door de hoge bouwkosten van de nieuwe hoofdzetel. Vandaag merken we dat het protest van voorbijgaande aard was, en nu nauwelijks nog te ontkennen valt dat de Bank op aandacht kan rekenen van iedereen die het gebouw voorbijgaat.

Veronique Deblon
Museumgids

BIBLIOGRAFIE
‘La jonction Nord-Midi à Bruxelles’, brochure uitgegeven door Office National pour l’achèvement de la Jonction Nord-Midi en de Société Nationale des Chemins de fer Belges.

M. VAN GOETHEM, Immeuble de la Banque Nationale à Bruxelles, in: Rythme, nr. 15, juni 1953, pp. 6 – 13.

Marcel Van Goethem, architecte D.P.L.G. Oeuvres et études, 1940 – 1959, Brussel, NBB, 1959.

P. Kauch, De gebouwen van de Nationale Bank van België in Brussel, Tijdschrift NBB, 1964, nrs. 2-3.

One Comment

  1. DEMEY Thierry
    Posted 01/07/12 at 17:27 | Permalink

    Bonjour,
    En lisant votre article consacré à la construction du siège de la BNB, je constate une petite erreur. La jonction Nord-Midi est un projet qui a été voté par le Parlement dès 1899. A la veille de la Première Guerre mondiale, le viaduc entre la gare du Midi et l’église Notre-Dame de la Chapelle était quasiment achevé. Les travaux ont ensuite été repris en 1935 par l’Office National pour l’achèvement de la Jonction Nord-Midi dans le cadre d’une politique de grands travaux destinés à lutter contre le chômage.
    Je vous suggère donc de rectifier votre texte en conséquence pour éviter d’induire vos lecteurs en erreur.

    Cordialement,
    Thierry Demey, historien bruxellois