Geldgebruik in het Oude Egypte  Share

Printversie (pdf)

Tot dusverre spreekt het Oude Egypte tot eenieders verbeelding. De Egyptische economie vormt hier geen uitzondering op en verdient daarom onze aandacht in dit nieuwe ‘Object van de maand’. Welke monetaire of betalingspraktijken bestonden er in een beschaving die het gebruik van geld haast niet kende?

Een veel voorkomende hypothese is dat de economie van het Oude Egypte gebaseerd was op ruilhandel. Dit komt enerzijds doordat er nergens sporen zijn teruggevonden van geld dat de drie functies van rekeneenheid, betaal- en oppotmiddel in zich verenigde ; anderzijds doordat een aantal muurschilderingen aangetroffen zijn die het ruilen van goederen afbeelden. Zo bestaat bijvoorbeeld het tafereel waarbij groenten worden geruild voor een waaier. Tal van wetenschappers zijn het er echter over eens dat dit soort afbeeldingen niet als representatief kan worden gezien voor het gehele economische systeem. Ruilhandel alleen kan namelijk nooit voldoende geweest zijn om de Egyptische economie te ondersteunen. Deze afbeeldingen moeten daarom worden geïnterpreteerd als op zichzelf staande gevallen die vooral plaatsvonden op lokaal niveau.

In werkelijkheid berustte de Oude Egyptische maatschappij op een productie op grote schaal, zoals de teelt van granen. Graanteelt was een van de belangrijkste troeven van Egypte.

Ruiltaferelen. Reproductie van de schilderingen van de mastaba van Fetekti (Ve dynastie, necropolis van Aboesir) door Lepsius.

Ruiltaferelen. Reproductie van de schilderingen van de mastaba van Fetekti (Ve dynastie, necropolis van Aboesir) door Lepsius.

Het land zou na zijn verovering door de Romeinen dan ook de bijnaam van ‘graanschuur van Rome’ krijgen. Het was bovendien georganiseerd op basis van een centrale administratie, waar niet enkel de farao deel van uitmaakte, maar ook de publieke (harems, lokale besturen) en religieuze (tempels) instellingen. Deze instanties hadden als taak de overschotten van de productie te innen, ze te stockeren in graanschuren, verspreid over het hele land en ze daarna te herverdelen onder de ambachtslui en arbeiders die werkten op de grote, openbare werven.

Graandorsers aan het werk, graf van Menna (TT69), ca. 1422-1411 v.C., vallei van de edelen, Luxor.

Graandorsers aan het werk, graf van Menna (TT69), ca. 1422-1411 v.C., vallei van de edelen, Luxor.

Op die manier waren deze laatste verzekerd van een loon in de vorm van een graanrantsoen. In de eerste vitrine van zaal 4 van het museum wordt hiernaar verwezen. Er vond dus een decentralisatie plaats op vlak van het opslaan en verdelen van goederen. Deze spreiding was onmisbaar voor het land, aangezien de grootte en de uitgestrektheid van het Egyptische grondgebied het bestaan van één centrale opslagplaats voor graan totaal onmogelijk maakte. De decentralisatie van deze goederen bracht onvermijdelijk ook het bestaan van een bepaalde rekeneenheid met zich mee.

De echte functie van deze rekeneenheid vinden we terug in overgeleverde boekhoudkundige documenten. Hierin worden rekeneenheden gebruikt als tegenwaarde voor de verschillende goederen. Een juridische tekst uit circa 2600 v.C. maakt melding van de shât als rekeneenheid en monetaire standaard in het Oude Keizerrijk (2750-2150 v.C.): ‘Ik heb dit huis gekocht van de schrijver Tchenti tegen een dure prijs. Ik heb er tien shât voor gegeven: een weefsel ter waarde van drie shât ; een bed ter waarde van vier shât en een weefsel ter waarde van drie shât. ’Waarop de verweerder verklaart: ‘Je hebt het bedrag (van tien shât) volledig vereffend door een ‘omrekening’ te maken naar goederen met een overeenkomstige waarde.‘ (1) Zo konden ook de meest uiteenlopende goederen, door hun waarde in shât uit te drukken, toch op gelijke voet met elkaar geplaatst worden.

Gouden ringen die als tegengewicht werden gebruikt in een werkplaats, graf van Nebamon, TT181, Luxor.

Gouden ringen die als tegengewicht werden gebruikt in een werkplaats, graf van Nebamon, TT181, Luxor.

Vele Egyptologen gingen reeds op zoek naar het antwoord op de vraag wat deze shât dan wel zou kunnen zijn. Lange tijd werd verondersteld dat het ging om een gouden ring met een vaststaand gewicht. Dit zou betekenen dat de Egyptenaren met goederengeld betaalden, maar archeologen hebben er geen exemplaren van teruggevonden. Dit betekent niet dat de ringen niet hebben bestaan, maar wellicht werd met het woord ‘shât’ een meer abstracte munt bedoeld. In de bovenstaande juridische tekst is eerder sprake van een ‘monetaire ruilhandel’ dan van het gebruik van een tastbaar betaalmiddel. De shât moet dus worden beschouwd als een rekeneenheid.

De shât was gekoppeld aan de waarde van het goud. Één shât was gelijk aan 7,5 gram goud. Grote bedragen werden daarentegen uitgedrukt in deben. Één deben was twaalf shât waard en kwam dus overeen met 90 gram goud. Één shât bedroeg dus 1/12e van een deben. Met dit rekensysteem stonden de Egyptenaren slechts een stap verwijderd van een echte munt gebaseerd op de goudwaarde.

Zover kwam het echter niet, want vanaf de regeerperiode van Ramses II (farao uit de XIXe dynastie, 1279-1212 v.C.) verdwenen de verwijzingen naar de shât uit de boekhoudkundige teksten. Wel werd nog gerefereerd naar de deben. De goudstandaard werd bovendien tegelijk ingewisseld voor de zilverstandaard. Een verklaring voor dit fenomeen is te vinden in de enorme symbolische waarde die de oude Egyptenaren toekenden aan edelmetalen. Goud werd beschouwd als ‘het vlees van de goden’.

Generaal Horemheb ontvangt het 'goud van beloning', © Rijksmuseum van Oudheden, Leiden.

Generaal Horemheb ontvangt het 'goud van beloning', © Rijksmuseum van Oudheden, Leiden.

De farao, als god op aarde, gaf daarom uitsluitend aan de belangrijkste functionarissen en de heldhaftigste krijgers gouden kettingen als beloning tijdens speciale ceremonieën, het zogenaamde ‘goud van beloning’. Deze symbolische betekenis, die zich voornamelijk ontwikkelde in de XVIIIe en XIXe dynastie, verklaart waarom een munteenheid gebaseerd op goud nooit het daglicht zag. De administratie kon het zich niet veroorloven om een zo goddelijke substantie als goud te gebruiken voor een zo vulgair iets als het geld van de gewone stervelingen.

Zilver was minder belangrijk dan goud, hoewel het ook een symbolische betekenis had. Zilver werd beschouwd als ‘de beenderen van de goden’, minder belangrijk dus dan het goud. Het kwam daarom in theorie wel in aanmerking voor monetair gebruik. Dit zou echter de import van enorme hoeveelheden vereist hebben, vermits Egypte zelf weinig zilvervoorraden had.

Het waren vooral symbolische en metafysische redenen die het gebruik van geld in het Oude Egypte verhinderden. Het is wachten op de komst van de Grieken en de Ptolemaeïsche vorsten vooraleer het gebruik van echte valuta, naar het voorbeeld van de Griekse munt, door de Egyptenaren werd overgenomen. Dit gebeurde niet toevallig in een periode waarin de Egyptenaren meer afstand begonnen te nemen van hun voorouderlijke religieuze tradities en symbolieken.

Charlotte Vantieghem
Museumgids

(1) GENTET Didier en MAUCOURANT Jérôme, “La question de la monnaie en Égypte ancienne”, in Revue du Mauss, oktober 1991,13, p.157.

Bibliografie

DAUMAS François, “Le problème de la monnaie dans l’Égypte antique avant Alexandre”, in Mélanges de l’Ecole Française de Rome, 1977, vol. 89, n°89-2, p.425-442.

GENTET Didier en MAUCOURANT Jérôme, “Une étude critique de la hausse des prix à l’ère ramesside”, in Dialogues d’histoire ancienne, 1991, vol.17, n°17-1, p.13-31.

GENTET Didier en MAUCOURANT Jérôme, “La question de la monnaie en Égypte ancienne”, in Revue du Mauss, oktober 1991, 13, p.155-164.