De laatste halve frank  Share

Printversie (pdf)

Het slaan van munten is in België een koninklijk voorrecht en gebeurt daarom in de Koninklijke Munt. Vanaf 1832 staat op de meeste munten dan ook het portret van de Belgische vorst. Maar in 1952 werd een bronzen munt van 50 centiem geslagen en daarop stond het hoofd van een mijnwerker afgebeeld. De mijnwerker op de halve frank kijkt naar links en draagt een lederen helm op het hoofd. Rechts op de munt staat een brandende mijnwerkerslamp.

Bronzen munt van 50 centiem met mijnwerkershoofd

Bronzen munt van 50 centiem met mijnwerkershoofd

Het was niet de eerste afbeelding van een mijnwerker op het Belgisch geld. In 1869 verscheen al een biljet van 1000 frank met daarop een metaalbewerker en een mijnwerker. De mijnbouw vormde een fundamentele schakel in de Belgische economie, want tot na de Tweede Wereldoorlog was steenkool een belangrijke energiebron.

Na de oorlogsjaren kwam het herstel van de munt maar traag op gang. België had immers een tekort aan muntmetalen en het had eveneens nood aan een nieuw wettelijk kader. In 1947 was de economie zodanig hersteld dat een uitgifte van een nieuwe reeks zilveren, kopernikkelen en bronzen munten mogelijk geworden was. Armand Bonnetain en Marcel Rau, twee erkende graveurs, werden aangesproken om vier muntontwerpen te tekenen. De metalen en de thema’s werden vooraf bepaald. Het zilverstuk van honderd frank zou de dynastie afbeelden en de andere munten stonden symbool voor essentiële sectoren van het economische leven: de handel met Mercurius voor de zilverstukken van vijftig en twintig frank, de landbouw met Ceres voor de kopernikkelen stukken van vijf en één frank en de industrie en mijnbouw met het hoofd van een mijnwerker op de bronzen stukjes van 20 en 10 centiem. Men koos voor de ontwerpen van Marcel Rau.

Marcel Rau studeerde beeldhouwen en tekenen aan de Academie van Brussel. Een bekend werk van zijn hand is onder meer het vijftien meter hoge standbeeld van Koning Albert I dat de toegang tot het Albertkanaal siert op het eiland Monsin. Rond het midden van de 20ste eeuw ontwierp Rau ook zesenvijftig motieven voor de noordelijke en zuidelijke gevels van de nieuwe gebouwen van de Nationale Bank van België in Brussel. Elk motief symboliseert een ambacht of een economische bedrijvigheid, waarmee hij wilde aantonen dat de instelling achter deze muren zeer begaan is met het economische leven en het bedrijfsleven van België. Ook als muntgraveur is Marcel Rau bijzonder actief en productief geweest. Hij ontwierp niet minder dan tien munttypen en is ook de enige die koning Leopold III op het Belgisch geld heeft geportretteerd.

Portret van Louis Delplancq van de hand van Gustave Pierre

Portret van Louis Delplancq van de hand van Gustave Pierre

De nieuwe muntreeks van Marcel Rau die symbool stond voor de handel, de landbouw, de industrie en de mijnbouw werd goedgekeurd. Het besluit van de Regent van 15 oktober 1948 voorzag in het slaan van bronzen munten van 10 en 20 centiem, maar een Koninklijk Besluit van 1951 bepaalde dat de prijsstijging van de metalen en de werkelijke behoefte van de muntcirculatie het slaan van een stuk van 50 centiem rechtvaardigde. Het geplande stuk van 10 centiem werd nooit in omloop gebracht wegens de feitelijke muntontwaarding.

Over wie model gestaan heeft voor het karakteristieke mijnwerkershoofd met lederen helm en brandende mijnwerkerslamp lopen de meningen uiteen. Sommigen denken dat een zekere Louis Delplancq als model heeft gediend. Delplancq kende het zware werk van een steenkoolmijnwerker goed; hij werkte meer dan 33 jaar in de mijnen van Henegouwen. Wanneer de mijn van Hensies-Pommeroeuil in 1937 haar 25ste verjaardag viert, geeft de directie de opdracht om een speciaal boek uit te geven over de geschiedenis van de mijn. De Parijse tekenaar Gustave Pierre mag de eerste pagina van dit werk illustreren en kiest de toen 42-jarige Louis Delplancq met zijn «barrette» als model. Naast zijn portret verschijnt ook de afbeelding van een mijnwerkerslamp type Davy.

Mijnwerker in koper van Constantin Meunier

Mijnwerker in koper van Constantin Meunier

Het is echter allesbehalve zeker dat Marcel Rau dit portret reproduceerde voor het ontwerp van de bronzen centiemmunten. Raymond Glorie, een neef en nauwe medewerker van Rau, spreekt dit tegen. Hij beweert dat zijn oom enerzijds geïnspireerd is door een oude mijnwerker, Bouillon, die hij ontmoette tijdens zijn studies aan de Academie van Brussel en anderzijds door Donatello’s bronzen buste van Nicolo da Udzano. Ook René Kumps, specialist in Belgische munten en persoonlijke vriend van Marcel Rau, ontkent dat die laatste zich voor zijn ontwerp gebaseerd zou hebben op dat van Gustave Pierre. Volgens hem heeft de krachtige mijnwerkerskop van Rau meer weg van het werk van Constantin Meunier, dan van de karikaturale tekening van Pierre.

Het enige wat met zekerheid gezegd kan worden, is dat Marcel Rau erin geslaagd is om het beeld van «de mijnwerker» op een passende manier weer te geven. En wanneer de euro in 2002 de plaats innam van de frank, heeft de mijnwerker precies vijftig jaar dienst geleverd.

Greet De Lathauwer,
Museumgids

Bibliografie

  • Het Vorstenportret op Munt en Biljet, 1830-1991. Tentoonstelling in het Museum voor Geld & Geschiedenis van de Nationale Bank van België n.a.v, de Koninklijke Verjaardagen 60-40. Brussel, Nationale Bank van België, 1991, 292 p.
  • «Omtrent het 50-centiem-stukje», in Muntinfo, 1998, nr. 16.
  • Caulier J.P., “Fin d’une Légende”, in Mercuriale, Cercle d’Histoire et d’Archéologie Louis Sarot, Mélanges VI, 2001, 8, pp. 5-12.
  • Driessens K., «Hoe Limburgs is de halve frank?», in www.gva.be/dossiers/-f/totdelaatstefrank/1.asp, 2001, 5 januari.
  • Te Boekhorst B., Danneel M. & Randaxhe Y.,  Adieu Frank. Het boeiende verhaal van België en zijn geld, Tielt, Lannoo, 2001.