Een ongewone prentkaart  Share

We stellen u een prentkaart voor waarop één van de vroegere Belgische ministers van Financiën te herkennen is: Camille Gutt (1884-1971). Deze man doet bij velen nog een belletje rinkelen omwille van de geldsanering na Wereldoorlog II waarmee zijn naam verbonden is: de Gutt-operatie. Toch is dit niet de enige opmerkelijke prestatie in zijn lange en gevulde loopbaan.

Camille Gutt: vroegere Belgische minister van Financiën
Camille Gutt: vroegere Belgische minister van Financiën

Van vele markten thuis

In november 1884 werd Camille Gutt geboren in Brussel. Zijn vader, Maximilien Guttenstein, was een journalist van Tsjechische oorsprong. Camille droeg dezelfde achternaam tot hij deze op 37 jarige leeftijd liet veranderen in het afgekorte Gutt. Na zijn middelbare studies aan het atheneum van Elsene, waar hij zich ontpopte tot een schitterend leerling, studeerde Gutt in 1906 af aan de Université Libre de Bruxelles als licentiaat in de politieke en sociale wetenschappen en doctor in de rechten. Hij begon zijn professionele loopbaan als advocaat en journalist maar Wereldoorlog I maakte hieraan bruusk een einde. Hij gaf zich op als oorlogsvrijwilliger en werd onderofficier van de Cyclisten (chasseurs cyclistes).

In deze periode komt hij in contact met Georges Theunis, die na de oorlog Eerste Minister en minister van Financiën zou worden. Gutt wordt zijn medewerker en later ook kabinetchef en is bijgevolg nauw betrokken bij het opstellen van de plannen voor de herstelbetalingen die worden opgelegd aan Duitsland. Na zijn kabinetsperiode bij Theunis treedt hij in dienst bij de Société Générale waar hij het al snel schopt tot directeur. In 1926 is hij een nauw kabinetsmedewerker van minister Francqui die in die tijd een geslaagde muntsaneringsoperatie doorvoert.

In 1934 is het eindelijk aan Gutt zelf om minister van Financiën te worden in een regering waarvan hij de doopvaders maar al te goed kent: Theunis en Francqui. Ook in de nieuwe regering Pierlot in 1939 vervult Gutt opnieuw dezelfde functie. In 1940 vlucht hij naar Londen alwaar hij met 4 andere ministers een regering in ballingschap vormt. Naast Financiën neemt hij tijdelijk ook de bevoegdheden Landsverdediging, Economische zaken en Verkeer op zich. Na de bevrijding van Brussel en Antwerpen keerde de regering-Pierlot op 8 september 1944 uit haar ballingschap in Londen terug naar Brussel. Eén maand later wordt de muntsaneringsoperatie doorgevoerd waaraan Gutt zijn grootste bekendheid te danken heeft.

De Gutt-operatie

Tijdens Wereldoorlog II had de Belgische economie te lijden gekregen onder inflatie. Tussen mei 1940 en oktober 1944 verdrievoudigde de totale geldhoeveelheid in ons land. Het was duidelijk dat dit een nefast effect zou hebben op de vredeseconomie. Het rampzalige voorbeeld van Wereldoorlog I, zoals duidelijk te zien is aan de tafel van de koopkracht in zaal 14 van het museum, lag nog vers in het geheugen. Daarbij groeide bij de publieke opinie de eis tot materiële bestraffing van diegenen die voornamelijk op de zwarte markt tijdens de oorlog ongeoorloofde winsten hadden gemaakt.

In oktober 1944 schoof de menigte geduldig aan voor de Bank om haar oude biljetten tegen nieuwe in te ruilen. Tekening door D. Piryns.

In oktober 1944 schoof de menigte geduldig aan voor de Bank om haar oude biljetten
tegen nieuwe in te ruilen. Tekening door D. Piryns.

De broodnodige saneringsoperatie, die plaatsvond in oktober 1944, omvatte een hele reeks maatregelen maar de meest opvallende was de verplichte uitwisseling van de bankbiljetten met een waarde van 100 frank en meer. De nieuwe biljetten waren al gedeeltelijk gedrukt in Londen tijdens de voorbereidingen van de operatie. Deze uitwisseling moest gebeuren op een termijn van 5 dagen wat zorgde voor lange wachtrijen aan de bankkantoren.

De bevolking kon hierbij maar maximum 2000 frank per gezinslid wisselen. Veel mensen hadden zoveel geld niet in die tijd maar diegenen die meer hadden zagen hun overige geld vastgezet worden. Een deel van dit geld kon later nog gebruikt worden voor belastingen, boetes en gerechtskosten maar het grootste deel werd omgezet in een gedwongen lening aan de staat. Legendarisch zijn de vele verhalen over de zogenaamde “achterpoortjes”. Eigenaars van biljetten deden soms slechts gedeeltelijk zelf aangifte en deponering en lieten het andere deel doen door minder fortuinlijke derden of door de instellingen zoals de kerk, die vrijgesteld waren van de maatregelen.

Met de sanering heeft Gutt ervoor gezorgd dat de totale geldhoeveelheid sterk werd teruggeschroefd en dat het gehavende vertrouwen in het geld werd hersteld. Toch was niet iedereen opgezet met de hele operatie. Daarvan getuigt de prentkaart die we deze maand in de kijker zetten. Als we het biljet van 100 frank bekijken uit de nieuwe reeks, die gebruikt werd bij de uitwisseling, dan zien we waar de makers van de prentkaart zich op gebaseerd hebben. De Londense biljetten hernamen het ontwerp van de reeds bestaande biljetten van het type 1933 maar onderscheidden zich ervan door hun kleur en kleinere formaat.In 1869 verdwenen de veiligheidsstrip en de derde handtekening van het bankbiljet. Om het biljet extra te beveiligen, werd het ook met de hand ondertekend en genummerd.

biljet ontworpen door de Antwerpse kunstschilder Emile VloorsHet biljet is van het ontwerp van de Antwerpse kunstschilder Emile Vloors. Langs weerszijden van de centrale tekening zijn de naar elkaar gekeerde hoofden van het vorstenpaar Albert I en Elisabeth te zien. De resterende ruimte van de zijstroken is ingenomen door de naam van de mittent, de handtekeningen, de nominale waarde en de vermelding “payables à vue”. Tussen de vorstenportretten troont een jonge vrouw als verpersoonlijking van België. De voorwerpen die ze in haar handen draagt, een met bloemen omrande koningskroon en een vruchtenslinger, verwijzen, evenals de geurende offerkruik, naar het koninkrijk en zijn rijkelijke overvloed. De achtergrond wordt gevormd door een met klimop omrande cirkel met het hoofd van Leopold I als watermerk.

Op de prentkaart zien we dat het centrale motief vervangen is door een uitvergrote karikatuur van Gutt zelf. Hij rust zijn hoofd op een zak vol biljetten in plaats van op een koningskroon. Aan zijn voeten ligt een aktetas en de fruitmanden die hij vastheeft en die hem flankeren zijn minder weelderig dan die van het originele ontwerp en bovendien worden ze gemarkeerd door prijskaartjes. De vorstenhoofden aan weerszijden zijn vervangen door de vermeldingen “Gutt”. In de rechterbovenhoek staat de zin “Ne pas dépasser la dose indiquée” vermeld als verwijzing naar de maximumlimiet van 2000 frank per gezinslid. Verder zijn op de kaart nog de vermeldingen 9 en 12 oktober terug te vinden, de data waarop de operatie heeft plaatsgevonden. De plaats waar oorspronkelijk de benaming « Nationale Bank van België » staat is nu vervangen door “Banque du compte de Gutt”. Gutt wordt op deze prent afgeschilderd als een geldwolf, maar was in realiteit niet erg gefortuneerd. En in tegenstelling tot wat de achternaam van zijn vrouw deed vermoeden, Frick (fric = is het populaire Franse woord voor centen), was hij ook niet rijk getrouwd.

Het leven na de ministeriële loopbaan

Nadat na zes jaar en vier maanden een einde komt aan zijn ministerschap, is de loopbaan van Gutt nog niet afgelopen. Hij is nauw betrokken bij de oprichting van het Internationaal Muntfonds (I.M.F.). Met unanimiteit wordt hij in 1946 verkozen tot eerste Directeur-generaal van het Fonds, een functie die hij 5 jaar vervuld heeft. Dit was een grote erkenning voor het werk dat hij als minister in België gedaan had. Hij ligt aan de basis van de grootste monetaire saneringsinspanning uit de Belgische economische geschiedenis en heeft op die manier de Belgische frank gered van inflatie.

Marlies Fret
Museumgids