Een nazi vervalsing in de Nationale Bank  Share

Het enige valse biljet in de vitrines van het museum van de NBB is het object van deze maand. Zijn aanwezigheid roept wel een paar vragen op. Om hierop een antwoord te vinden, moeten we terugkeren naar de Tweede Wereldoorlog. Het biljet maakt immers deel uit van een omvangrijk en groots opgezet vervalsingsprogramma van Nazi-Duitsland.

Operaties Andreas en Bernhard.

“Unternehmen Bernhard” en zijn voorloper “Unternehmen Andreas” waren twee Duitse geheime projecten die een destabilizering van de Britse economie beoogden. Massa’s valse biljetten zouden het land binnengesmokkeld worden, het Britse pond doen wankelen en een hyperinflatie teweegbrengen. De Duitsers wisten al te goed waartoe een tomeloze inflatie kon leiden, want zij hadden dat kort na de Eerste Wereldoorlog zelf aan den lijve ondervonden. Hitler had geen bezwaar en gaf zijn goedkeuring aan de vervalsingsprojecten. Hij was bovendien niet de eerste politieke leider die zich daaraan bezondigde. Voor hem deed Napoleon hetzelfde en ook de Engelsen hadden enige ervaring. Zij dumpten bijvoorbeeld massa’s valse assignaten, het papiergeld van de Franse revolutionairen, zodat ook in Frankrijk de geldontwaarding niet achterwege bleef.

De Duitsers gaan aan het werk. Een van de problemen waarmee ze te maken hebben is de productie van papier dat vergelijkbaar is met dat van de Portals papierfabriek, de leverancier van de Bank of England. Een aantal echte 5 pond-biljetten wordt in fijne reepjes versneden en voor wetenschappelijke analyse verstuurd naar verschillende labo’s en universiteiten. Wanneer ze uiteindelijk ontdekken dat het originele papier handgemaakt is van vervuild en gewassen linnen, zijn de grootste problemen van de baan en kan begonnen worden met de productie. Operatie Andreas neemt een groot deel van dit onderzoek voor zijn rekening.

nazi1De twee elkaar opvolgende vervalsingsteams zetten alles in het werk om de veiligheidskenmerken van de biljetten te achterhalen. Ze worden gefotografeerd en de clichés worden vergroot voor detailstudies. Zo ontdekken zij dat er minstens 150 veiligheidselementen terug te vinden zijn op de biljetten. Bovendien blijkt dat kleine foutjes die zij aanvankelijk beschouwden als drukfoutjes deel uitmaken van een uitgekiend veiligheidssysteem. De Nazi-medewerkers kopiëren nauwgezet alle “fouten” en vervolledigen zo het gamma veiligheidskenmerken. Een voorbeeld ter illustratie: de kleine vlek in het midden van de “I” van het woord “FIVE” komt op alle biljetten voor van een bepaalde uitgifte.

Eens de biljetten gedrukt zijn, blijft er nog één ding te doen vooraleer ze in omloop gebracht kunnen worden: ze moeten eruitzien als gebruikte biljetten. De enige mogelijkheid om dit te bereiken, is ze effectief te gebruiken. Sommige medewerkers wrijven de biljetten tegen elkaar, anderen plooien ze op de vertrouwde manier, sommigen maken er gaatjes in en weer anderen stempelen er met de hand een naam op van een of andere Engelse bank, enz. En dit alles met vuile handen! Om de biljetten er nog gebruikter te laten uitzien, zijn er ook medewerkers die op welbepaalde plaatsen stukjes wegscheuren net zoals Britse bankiers dat reeds jarenlang voor hen deden.

Voor de biljetten in omloop gebracht konden worden, wou men ze testen in het bankcircuit. Er wordt verteld dat een agent naar Bazel gestuurd werd met een grote hoeveelheid valse biljetten. Hij had tevens een brief bij zich, zogenaamd van de Reichsbank, waarin gevraagd werd om deze “twijfelachtige biljetten” goed na te kijken. Hoewel alles in orde bleek, drongen de Duitsers aan op een bijkomende controle door de Bank of England zelf. Na drie dagen kwam het antwoord: 90% van de valse biljetten kregen het waarmerk “echt” mee.

Ondanks deze succesvolle test kon één groot risico niet vermeden worden. Omdat de Duitsers aanvankelijk de nummering niet konden kraken, liepen zij het gevaar dat biljetten met identieke nummers in éénzelfde bank opdoken.

Een vervalsingsatelier in een concentratiekamp.

Operatie Andreas had zijn hoofdkwartier in Charlottenburg, ten zuiden van Berlijn. Het atelier was gevestigd in een voormalig opleidingscentrum van de Nazi Sicherheitsdienst. Bernhard Krüger, een SS-Sturmbannführer die documenten vervalste op het ogenblik dat Operatie Andreas van start ging, nam in 1942 de fakkel over. In Oranienburg, een voormalig concentratiekamp, werd een nieuw team van Joodse kampgevangenen samengesteld. Het bestond o.m. uit financiële experts, graveurs, grafisten en ervaren drukkers. Het hele team verhuisde in augustus 1942 naar Sachsenhausen, een concentratiekamp ten noorden van Berlijn en de Operatie Bernhard, genoemd naar Bernhard Krüger, kon er van start gaan.

nazi2

Hoewel de operaties erop gericht waren om de Britse economie ten gronde te richten, overtuigden sommige medewerkers van de operaties de Duitse geheime dienst, om de valse biljetten ook te gebruiken voor de aankoop van oorlogsmateriaal, goud, juwelen, vreemde valuta of voor het financieren van zijn wereldwijde geheime netwerk van spionnen en saboteurs. Maar voor het zover was, moesten de valse biljetten nog omgezet worden in echt geld. Voorwaar, geen gemakkelijke opdracht.

Bij het einde van de oorlog wilden de Duitsers elk spoor van deze grootscheepse vervalsingsoperatie wissen. Biljetten, drukplaten enz. werden in kisten gestopt en gedumpt in de rivieren Ems en Traun en in de Toplitzsee, een meer gelegen tussen Innsbruck en Salzburg.

En hoe reageerde Engeland?

Reeds in december 1939 informeerde de Engelse ambassade in Parijs via de Treasury de Bank of England dat de Duitse overheid plannen had om het Britse pond na te maken. De eerste valse biljetten doken op in september 1942. Eigenaardig was wel dat ze eerst nauwkeurig gecontroleerd waren door inspecteurs van de Bank of England die hen beschouwden als echte biljetten. In 1943 kondigde de Chancellor of the Exchequer (Minister van Financiën) af dat de Bank niet langer biljetten van 10 pond en meer in omloop zou brengen. Op die manier konden de biljetten die in het buitenland circuleerden beter geïsoleerd worden. De veiligheid van het 5 pond biljet werd verhoogd door er, net zoals reeds in de lagere coupures, een metalen draad in te verwerken. Op een volledig nieuw en kleurrijk biljet van 5 pond was het nog wachten tot 1957.

Coralie Boeykens
Museumgids

Bronnen:

  • Burke B., Nazi Counterfeiting of British Currency during World War II: Operation Andrew and Operation Bernhard, San Bernardino, California, 1987.
  • Byatt D., Promises to Pay. The first three hundred years of Bank of England notes, Spink, London, 1994, p. 45-56.
  • Stahl Z., Jewish Ghettos’ and Concentration Camps’ Money (1933-1945), Israel, 1990.